Jesaja 58
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Galm het uit, en houd u niet in, Laat schallen uw stem als bazuinen; Maak mijn volk zijn misdaden bekend, Het huis van Jakob zijn zonden!
1「声を限りに叫べ。控えてはならない。 角笛のように声を上げよ。 わたしの民にその背きを、 ヤコブの家にその罪を告げよ。
2Zeker, ze zoeken Mij iedere dag, En hunkeren er naar, mijn wegen te kennen: Als waren ze een volk, dat gerechtigheid oefent, En de wet van zijn God niet verzaakt. Zelfs durven ze Mij rechtvaardige oordelen vragen, En naar de Komst van God verlangen;
2それでも彼らは日々わたしを求め、 わたしの道を知ることを喜んでいる。 義を行い、 自分たちの神の定めを捨てなかった国のように、 彼らはわたしに正しい裁きを求め、 神に近づくことを喜んでいる。
3“Waarom ziet Gij niet, dat wij vasten; Weet Gij niet, dat we ons vernederen!” Ziet, op uw vastendag zoekt gij uw voordeel, En beult gij al uw arbeiders af.
3彼らは言う。『なぜ私たちは断食したのに、あなたは見てくださらないのですか。 なぜ自分を苦しめたのに、あなたは気づいてくださらないのですか。』 「見よ、あなたがたは断食の日にも自分の楽しみを求め、 労働者をみな虐げている。
4Ziet, gij vast onder kijven en twisten, En slaat er ruw met de vuisten op in. Neen, zoals ge nù vast, Zal uw stem in de hoge niet worden gehoord!
4見よ、あなたがたは争いと口論のために断食し、 悪意のこぶしで打つために断食している。 今日のような断食では、あなたがたの声は高い所に届かない。
5Is dit soms een vasten, die Mij aangenaam is, Een dag, waarop de mens zich vernedert? Zijn hoofd laten hangen als een riet, In zak en as gaan liggen: Noemt ge dat soms vasten, Dat soms een dag, die Jahweh behaagt?
5これが、わたしの選んだ断食なのか。 人が自分を苦しめる日なのか。 葦のように頭を垂れ、 粗布と灰を自分の下に敷くことなのか。 あなたはこれを断食、 主に受け入れられる日と呼ぶのか。
6Is dit niet een vasten, Zoals Ik het wil; Is de godsspraak van Jahweh, den Heer: Zondige boeien slaken, Knellende banden ontbinden; Verdrukten de vrijheid geven, Ieder juk verbreken?
6「わたしが選んだ断食は、これではないか。 悪の鎖を解き、 くびきの縄をほどき、 虐げられている者たちを自由にし、 すべてのくびきを打ち壊すことではないか。
7Is dat niet een vasten: Den hongerige uw brood reiken, Arme zwervers in huis opnemen; Den naakte kleden, dien gij ziet, Uw eigen broeder niet verstoten?
7あなたのパンを飢えた者に分け与え、 家を追われた貧しい者たちを迎え入れることではないか。 裸の者を見たなら、 その人を覆い、 自分の肉親から身を隠さないことではないか。
8Dan eerst zal uw licht als de dageraad gloren, En uw wonde spoedig genezen, Uw gerechtigheid voor u uitgaan, De glorie van Jahweh u volgen;
8その時、あなたの光は朝日のように差し出て、 あなたの癒やしは速やかに現れる。 あなたの義はあなたの前を進み、 主の栄光があなたのしんがりとなる。
9Dan eerst zal Jahweh u verhoren, Als ge Hem aanroept; En als ge om hulp smeekt, U zeggen: Hier ben Ik: Wanneer ge niemand knecht in uw midden, Met de vinger nawijst, of kwaad van hem spreekt;
9その時、あなたが呼べば、主は答えられる。 あなたが助けを叫び求めれば、主は『ここにいる』と言われる。 「もし、あなたが自分の中からくびきを取り除き、 指をさすことと、 悪を語ることをやめ、
10Wanneer ge uw hart voor den hongerige opent, En den versmachtende verzadigt! Dan zal uw licht in de duisternis stralen, Uw nacht zal zijn als klaarlichte dag;
10飢えた者のために自分を差し出し、 苦しむ者を満ち足らせるなら、 あなたの光は闇の中から昇り、 あなたの暗がりは真昼のようになる。
11Dan zal Jahweh u steeds blijven leiden, Uw ziel overstromen met heldere glans. Hij zal kracht aan uw gebeente geven, Als een welbesproeide tuin zult ge zijn, Als een borrelende bron, Waarvan het water nooit opdroogt.
11主は絶えずあなたを導き、 乾ききった場所でもあなたを満ち足らせ、 あなたの骨を強くされる。 あなたは潤された園のように、 水の絶えることのない 泉のようになる。
12Dan bouwt ge uw oude ruïnen weer op, Herstelt de grondslagen der vroegere geslachten; Dan zal men u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van puinen!
12あなたから出た者たちは、昔の荒れ果てた場所を建て直す。 あなたは代々の基を立て直す。 あなたは『城壁の破れを修復する者』、 『人が住むための道を回復する者』と呼ばれる。
13Wanneer ge de sabbat niet schendt, Uw voordeel niet zoekt op mijn heilige dag; Maar de sabbat uw lust noemt, Jahweh’s heilige dag eerbiedwaardig; Wanneer ge hem hoog houdt, Door uw bezigheden niet te verrichten, Geen zaken te doen, Geen overeenkomst te sluiten;
13「もし、あなたが安息日に自分の足を引き止め、 わたしの聖なる日に自分の楽しみを行わず、 安息日を喜びの日と呼び、 主の聖なる日を尊いものと呼び、 それを尊び、 自分の道を行わず、 自分の楽しみを求めず、 自分の言葉を語らないなら、
14Dan zult ge u in Jahweh verheugen: In zegetocht voer Ik u over de toppen der aarde, En laat u het erfdeel van Jakob, uw vader, genieten! Waarachtig! De mond van Jahweh heeft het gezegd!
14あなたは主にあって喜ぶ。 わたしはあなたを地の高い所へ進ませ、 あなたの父ヤコブの相続財産であなたを養う。」 主の口がこれを語った。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.