Jesaja
Chapter 46
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Bel wankelt al, en Nebo valt; Hun beelden worden op beesten en ossen gelegd, Getorst en gedragen, een vermoeiende last,
1ベルはひれ伏し、 ネボは身をかがめる。 彼らの偶像は獣や家畜の上に載せられる。 あなたがたが担いでいたものは、 疲れた獣にとって重い荷となる。
2Waaronder allen zich bukken en krommen. Maar ze kunnen hun last niet in veiligheid brengen, Zelf zullen ze in ballingschap gaan!
2彼らはともに腰をかがめ、 身を屈める。 その荷を救い出すことができず、 自分たちも捕らわれて行く。
3Huis van Jakob, luister naar Mij, Wie overbleven van Israëls huis, Die sinds hun geboorte door Mij zijn getorst, Gedragen van de moederschoot af!
3「ヤコブの家よ、わたしに聞け。 イスラエルの家の残りの者たちよ。 あなたがたは生まれた時から担われ、 胎内にいる時から運ばれてきた。
4Tot uw ouderdom ben Ik dezelfde, tot uw grijsheid blijf Ik u torsen. U dragen, zoals Ik gedaan heb, u torsen en redden.
4あなたがたが年老いても、わたしは変わらない。 白髪になっても、わたしが担う。 わたしが造ったので、わたしが背負う。 わたしが担い、救い出す。
5Naast wien soms wilt gij Mij stellen en meten, Op wiens beeld Mij doen lijken?
5あなたがたはわたしをだれになぞらえ、 だれと等しいものとし、 だれと比べて、同じものとするのか。
6Ze schudden goud uit hun buidel, Wegen zilver af op de schaal, Huren een goudsmid, om er een god van te maken, En buigen aanbiddend zich neer.
6ある者たちは袋から金を惜しみなく出し、 銀を天秤で量る。 金細工人を雇うと、 彼はそれを神に造る。 彼らはひれ伏し、 まことに、それを拝む。
7Ze tillen hem op de schouders En dragen hem rond, Zetten hem neer op een voetstuk: daar staat hij, Hij komt van zijn plaats niet meer af; Hij geeft geen antwoord, als men hem roept, Redt niemand uit zijn ellende.
7彼らはそれを肩に載せて担ぎ、 運んで所定の場所に置くと、そこに立つ。 それは自分の場所から動くことができない。 人がそれに叫んでも、答えることはできず、 苦難から救うこともできない。
8Denkt daaraan, weest verstandig, rebellen,
8このことを覚え、勇気を奮い起こせ。 背く者たちよ、もう一度心に留めよ。
9Neemt het ter harte, en herinnert u wat vroeger is gebeurd. Ja, ik ben God, er is geen ander, God, die zijns gelijke niet heeft;
9遠い昔のことを思い出せ。 わたしが神であり、ほかにはいない。 わたしは神であり、わたしのような者はいない。
10Die van de beginne het einde voorzegde, Tevoren, wat nog niet was geschied. Ik spreek: Mijn raadsbesluit zal worden volbracht, Wat Ik gewild heb, breng Ik tot stand;
10わたしは初めから終わりを告げ、 遠い昔から、まだ行われていないことを告げる。 わたしは言う。 『わたしの計画は堅く立ち、 わたしの望むことをすべて行う。』
11Uit het oosten roep Ik den roofvogel op, Uit verre landen den man van mijn plannen! Zoals Ik gezegd heb, zal Ik het schikken, Zoals Ik besloten heb, zal Ik het doen.
11わたしは東から猛禽を、 遠い国から、わたしの計画を行う者を呼ぶ。 まことに、わたしは語った。 わたしはそれを実現させる。 わたしは計画した。 わたしはそれを行う。
12Moedelozen, luistert naar Mij, Die u nog ver van het heil meent verwijderd:
12心の頑なな者たちよ、 義から遠く離れている者たちよ、わたしに聞け。
13Mijn heil doe Ik naderen, het is niet verre meer af, Mijn redding laat zich niet wachten; Aan Sion breng Ik verlossing, Aan Israël mijn glorie!
13わたしは自分の義を近づける。 それは遠くない。 わたしの救いは遅れない。 わたしはシオンに救いを与え、 イスラエルにわたしの栄光を与える。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.