Jesaja
Chapter 22
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1De godsspraak over de Openbaringsvallei. Wat hebt ge dan wel, Dat gij allen de daken beklimt,
1幻の谷についての宣告。 今、あなたはどうしたのか。なぜ、みな屋根の上に上ったのか。
2Gij joelende, woelende stad, Gij dartele veste! Niet door het zwaard zijn uw gewonden getroffen, Niet in de strijd uw doden gevallen;
2叫び声に満ちた、騒がしい都、喜びに満ちた町よ。あなたの殺された者たちは剣で殺されたのではなく、戦いで死んだのでもない。
3Uw veldheren zijn allen gevlucht, op de loop voor de boog, Al uw krijgers renden heen, liepen al weg uit de verte!
3あなたの支配者たちはみな一緒に逃げたが、弓を持つ者たちに捕らえられた。あなたのうちで見つかった者たちはみな一緒に縛られた。彼らは遠くへ逃げていた。
4Neen, ik zeg: Wendt de blik van mij af, En laat mij bittere tranen schreien; Dringt mij uw troost maar met op Over de ondergang van de dochter van mijn volk.
4それゆえ、私は言った。「私から目をそらしてほしい。私は激しく泣く。わが民の娘が滅ぼされたために、私を慰めようと努めないでほしい。
5Want een dag van beroering, Van verwarring, ontzetting, Zendt de Heer, Jahweh der heirscharen, Over de Openbaringsvallei. Rammeien van muren, Krijgsrumoer op de berg;
5幻の谷には、主、万軍の主から来る混乱と踏みにじりと困惑の日がある。城壁は崩され、叫び声は山々に向かって上がる。」
6Elam neemt de pijlkoker op, Aram stijgt op zijn rossen; Kir heeft het schild al ontbloot,
6エラムは矢筒を負い、人の乗る戦車と騎兵を従え、キルは盾の覆いを外した。
7Vol wagens staat de keur uwer dalen; Ruiters zijn aan uw poorten gelegerd,
7あなたの最も良い谷々は戦車で満ち、騎兵は門に向かって隊列を整えた。
8Men heeft Juda zijn dekking ontroofd. Dan monstert ge wel het wapentuig In het huis van het woud;
8主はユダの覆いを取り去られた。その日、あなたは森の家にある武器に目を向けた。
9Ziet ge de talrijke bressen na van Davids stad, Vangt het water van de Benedenwel op;
9あなたがたはダビデの町の破れが多いのを見て、下の池の水を集めた。
10Telt Jerusalems huizen, breekt de woningen af, Om de muur te versterken;
10あなたがたはエルサレムの家々を数え、城壁を補強するために家々を取り壊した。
11Houwt een bekken binnen de wallen, Voor het water van de oude kom. Maar ge houdt de blik niet gericht Op Hem, die het u aandeed; Naar Hem, die het lang te voren beschikte, Ziet ge niet om.
11また、古い池の水をためるため、二つの城壁の間に貯水池を造った。しかし、これをなさった方に目を向けず、これを遠い昔に計画された方を顧みなかった。
12De Heer, Jahweh der heirscharen, Spoorde u aan op die dag, Te wenen, te zuchten, U kaal te scheren en het rouwkleed te dragen!
12その日、主、万軍の主は、泣き、嘆き、頭をそり、粗布をまとうように呼びかけられた。
13Maar zie, daar is gejoel en gedartel, Runderen doden, schapen slachten, Vlees gaan eten en wijn gaan drinken: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen we sterven!
13しかし見よ、そこには喜びと楽しみがあり、牛を殺し、羊をほふり、肉を食べ、ぶどう酒を飲んでいる。「食べて飲もう。明日は死ぬのだから。」
14Jahweh der heirscharen heeft het mij geopenbaard: Neen, deze zonde vergeeft Hij u niet, Voordat ge sterft, Zegt de Heer, Jahweh der heirscharen.
14万軍の主は私の耳にこう明らかにされた。「あなたがたが死ぬまで、この咎が赦されることは決してない」と主、万軍の主は言われる。
15Aldus spreekt de Heer, Jahweh der heirscharen: Ga naar dien baas toe, Naar Sjebna, het kopstuk van het paleis,
15主、万軍の主はこう言われる。「宮廷管理官、すなわち王宮をつかさどるシェブナのところへ行き、こう言いなさい。
16Die zich een tombe in de hoogte laat hakken, Zich een rustplaats houwt in de rots: Wat moet ge hier, wien hebt ge hier, Dat gij u hier een graftombe houwt?
16『あなたはここで何をしているのか。ここにだれがいるというので、自分の墓を掘ったのか。』彼は高い所に自分の墓を掘り、岩に自分の住まいを刻んでいる。
17Ach man; Jahweh slingert u weg met geweld, En laat u rollen en rollen;
17見よ、主はあなたを力ずくで放り投げる。主はあなたをしっかりとつかむ。
18Hij gooit u weg als een bal Naar een uitgestrekt land. Daar zult ge sterven, daar is uw praalgraf, Gij schandvlek van het huis van uw heer.
18主はあなたを固く巻き上げ、まりのように広大な地へ投げ飛ばす。あなたはそこで死に、あなたの誇りである戦車もそこに残る。あなたは主人の家の恥だ。
19Hij stoot u weg van uw plaats, Jaagt u voort van uw post!
19わたしはあなたをその職から追い出す。あなたはその地位から引き降ろされる。
20Dan roep Ik mijn dienaar, Eljakim, den zoon van Chilki-jáhoe,
20その日、わたしはヒルキヤの子である、わたしのしもべエルヤキムを呼ぶ。
21Bekleed hem met uw mantel, omgord hem met uw sjerp, En draag hem uw waardigheid over. Hij zal een vader zijn voor Jerusalems burgers, En voor het huis van Juda;
21わたしは彼にあなたの長衣を着せ、あなたの帯を締めさせ、あなたの権限を彼の手に委ねる。彼はエルサレムの住民とユダの家の父となる。
22De sleutel van Davids huis leg Ik hem op de schouders, Opent hij, niemand die sluit; sluit hij, niemand doet open.
22わたしはダビデの家の鍵を彼の肩に置く。彼が開けば、閉じる者はなく、彼が閉じれば、開く者はない。
23Ik zal hem slaan als een kram op een stevige plaats, Hij zal de eretroon zijn voor het huis van zijn vader.
23わたしは彼を確かな場所に打ち込まれた釘のようにする。彼は父の家にとって栄光の王座となる。
24Heel de glorie daarvan zal aan hem blijven hangen, Alle spruiten en loten, alle bekers, kommen en kruiken.
24彼の上には父の家のすべての栄光、子孫とその末、すべての小さな器、杯からすべての壺に至るまでが掛けられる。」
25Maar op die dag, is de godsspraak van Jahweh, Zal de kram het begeven, al zat hij op een stevige plaats; Hij breekt en valt, en de last, die hij droeg, wordt vernield: Waarachtig, Jahweh heeft het gezegd!
25万軍の主は言われる。「その日、確かな場所に打ち込まれた釘は抜け落ちる。それは切り落とされて倒れ、その上に掛かっていたすべてのものも断ち切られる。主がこれを語られたからだ。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.