Jesaja
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Wee de trotse kroon van Efraïms drinkers, De verwelkte bloem van zijn prachtige krans, Op het hoofd van het welige dal, beschonken door wijn!
1ぶどう酒に酔いつぶれたエフライムの者たちの高ぶりの冠と、その栄光ある美しさのしおれゆく花に災いがある。それは、ぶどう酒に打ち負かされた者たちの肥沃な谷の頂にある。
2Zie, een machtige en sterke, door Jahweh gezonden, Als een stortbui van hagel, een vernielende storm, Als een vloed van bruisende, onstuimige wateren, Slaat hem met geweld tegen de grond.
2見よ、主には力に満ちた強い者がおられる。雹の嵐、破壊する暴風、あふれる大水の激しい嵐のように、主は御手で彼らを地に投げ倒される。
3Onder de voeten vertrapt Ligt de trotse kroon van Efraïms drinkers!
3ぶどう酒に酔いつぶれたエフライムの者たちの高ぶりの冠は、足で踏みつけられる。
4En de verwelkte bloem van zijn prachtige krans, Op het hoofd van het welige dal, Zal het gaan als de vijg, al rijp vóór de oogst: Als iemand ze ziet, Slokt hij ze op, zó uit de hand.
4肥沃な谷の頂にある、その栄光ある美しさのしおれゆく花は、夏前に熟す初物のいちじくのようになる。見つけた者は、それを見るとすぐに摘み取って食べる。
5Op die dag zal Jahweh der heirscharen De schitterende kroon zijn, En de prachtige krans voor het overschot van zijn volk;
5その日、万軍の主は、ご自分の民の残りの者にとって、栄光の冠、美しい冠となられる。
6Een geest van gerechtigheid Voor wie op de rechterstoel zetelt; Een heldenkracht voor hen, Die de strijd naar de poorten verdringen.
6また、裁きの座に着く者には公正の霊となり、門で戦いを押し返す者たちには力となられる。
7Ook hier is men bevangen door wijn en suf van het drinken: Priester en ziener zijn beneveld door drank, En verdwaasd door de wijn. Suf van het drinken, zijn ze in hun visioenen verward, En waggelen, als ze recht moeten spreken;
7しかし、この者たちもぶどう酒によろめき、濃い酒にふらつく。祭司と預言者も濃い酒によろめく。彼らはぶどう酒にのみ込まれ、濃い酒にふらつく。幻を見ても誤り、裁きを行ってもつまずく。
8Alle tafels liggen vol braaksel, Geen plek onbezoedeld.
8すべての食卓は汚らしい吐いたものと汚物でいっぱいで、きれいな場所は一つもない。
9“Wien wil hij eigenlijk wijsheid leren, Wien de godsspraak verklaren: Aan pas gespeende kinderen misschien, Zo juist van de borst?
9彼はだれに知識を教えるのか。だれにその教えを説明するのか。乳離れした者たち、乳房から離された者たちにか。
10Het is maar: Saw lasaw, saw lasaw, Kaw lakaw, kaw lakaw, Zeïr sjam, zeïr sjam!”
10命令に命令、命令に命令。線に線、線に線。ここに少し、そこに少し。
11Welzeker! Met brabbeltaal En vreemde tongval Zal Hij spreken tot dit volk!
11しかし主は、どもる唇と異国の言葉をもって、この民に語られる。
12Hij die hun eens had gezegd: Hier is de rust, laat de vermoeiden rusten, Hier is verkwikking! Maar ze wilden niet horen.
12主は彼らに、「ここが休み場である。疲れた者を休ませよ」「ここが憩いの場所である」と言われた。それでも彼らは聞こうとしなかった。
13Nu zal ook Jahweh’s woord voor hen zijn: Saw lasaw, saw lasaw, Kaw lakaw, kaw lakaw, Zeïr sjam, zeïr sjam; Opdat ze struikelen onder het gaan, Achterover vallen en breken, Worden verstrikt en gevangen.
13それゆえ、主の言葉は彼らにとって、「命令に命令、命令に命令。線に線、線に線。ここに少し、そこに少し」となる。そのため、彼らは進んでは後ろに倒れ、砕かれ、罠にかかり、捕らえられる。
14Hoort dan het woord van Jahweh, gij spotters, Grappenmakers van dit Jerusalemse volk!
14それゆえ、エルサレムでこの民を治める、あざける者たちよ、主の言葉を聞け。
15Gij zegt: We hebben een verbond met de dood gesloten, Met het dodenrijk een verdrag aangegaan. Als de storm zich ontketent, zal hij ons niet bereiken, Want we hebben ons de leugen tot toevlucht gemaakt, En verschuilen ons in het bedrog.
15あなたがたはこう言った。「われわれは死と契約を結び、よみと協定を結んだ。押し寄せるむちが通り過ぎても、われわれのところには来ない。われわれは偽りを逃れ場とし、虚偽の下に身を隠したからだ。」
16Daarom zegt Jahweh, de Heer: Zie, in Sion heb Ik een steen, Een stevige steen, een kostbare hoeksteen, Als grondslag gelegd; Wie er op steunt, zal niet wankelen.
16それゆえ、主なる神はこう言われる。「見よ、わたしはシオンに一つの石を土台として据える。試された石、確かな土台となる尊い隅の礎石である。信じる者は慌てることがない。
17En het recht heb Ik tot meetsnoer genomen, Tot paslood de gerechtigheid! Maar de hagel zal de toevlucht van leugen vernielen, En de watervloed spoelt de schuilplaatsen weg;
17わたしは公正を測り縄とし、義を下げ振りとする。雹は偽りの逃れ場を一掃し、水は隠れ場にあふれる。
18Uw verbond met de dood zal worden verbroken, Uw verdrag met het dodenrijk geen stand kunnen houden. De storm zal worden ontketend, En wanneer hij over u heen zal loeien, Zult ge door hem worden plat geslagen!
18あなたがたの死との契約は無効となり、よみとの協定は成立しない。押し寄せるむちが通り過ぎる時、あなたがたはそれに踏みにじられる。
19Zo vaak hij voorbij jaagt, grijpt hij u vast, Morgen aan morgen, Overdag en des nachts. Dan zal louter ontzetting U het spreekwoord leren verstaan:
19それが通るたびに、あなたがたを捕らえる。それは朝ごとに、昼も夜も通り過ぎる。その知らせを聞き取るだけでも、恐怖となる。」
20“Het bed is te kort, om te liggen; De deken te smal, om te dekken!”
20体を伸ばして寝るには寝床が短すぎ、身を包むには上掛けが狭すぎる。
21Want als op de Perasim-berg zal Jahweh opstaan, En woeden als in het Gibon-dal: Om zijn werk te verrichten, een ongekend werk, Zijn daad te volbrengen, een daad, ongehoord!
21主はペラツィム山で立ち上がった時のように立ち上がり、ギブオンの谷で怒った時のように怒られる。それはご自分の業、異例の業を行い、ご自分の働き、並外れた働きを成し遂げるためである。
22Spot er niet mee, anders worden uw straffen nog zwaarder; De verwoesting van het hele land is beslist: Ik heb het gehoord van den Heer, Jahweh der heirscharen!
22それゆえ今、あざけってはならない。そうしなければ、あなたがたの束縛はさらに強くなる。私は主、万軍の主から、全地に対して滅びが定められたことを聞いたからだ。
23Luistert en hoort naar mijn stem, Let op en hoort naar mijn woord!
23耳を傾けて、私の声を聞け。注意を払い、私の言葉を聞け。
24Als de landman wil zaaien, blijft hij altijd dan ploegen, Zijn akker spitten en eggen?
24種をまくために耕す者は、絶えず耕し続けるだろうか。いつまでも土を掘り返し、土くれを砕き続けるだろうか。
25Neen, als hij de grond gelijk heeft gemaakt, Strooit hij kervel, en zaait hij lavendel, Legt de tarwe en gerst in vakken, En de haver er langs.
25地面を平らにしたなら、ディルをまき、クミンの種を散らし、小麦を畝に植え、大麦を定められた場所に、スペルト小麦をその場所に植えるではないか。
26Het is zijn God, die het hem heeft geleerd, Hem onderwezen, wat hij moet doen.
26その人の神が正しい仕方を教え、彼を導かれるからだ。
27En de kervel wordt niet met de slede gedorst, Het wagenrad niet over lavendel gewenteld; Maar de kervel wordt geklopt met een stok, Met een knuppel lavendel.
27ディルは鋭い脱穀器で脱穀せず、クミンの上で荷車の車輪を転がすこともしない。ディルは棒で打ち、クミンは杖で打つ。
28Ook wordt het koren niet aldoor getreden, Niet maar altoos gedorst; Men wentelt het rad van zijn wagen er over, Woelt het los, maar verplettert het niet.
28パン用の穀物は砕かなければならない。しかし、いつまでも脱穀し続けることはない。脱穀用の荷車の車輪をその上に走らせても、馬にそれを砕かせることはない。
29Ook dit gaat van Jahweh der heirscharen uit: Hij is wonderbaar in zijn raad, en zijn wijsheid is groot!
29これも万軍の主から出る。その助言は不思議で、その知恵は優れている。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.