Jesaja 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Jahweh heeft mij gezegd: Neem een groot schrijftablet, en schrijf daarop het duidelijk schrift: “Spoedig-buit-roof-nabij”.
1主は私に言われた。「大きな板を取り、人の筆で『マヘル・シャラル・ハシュ・バズのために』と書きなさい。
2Ik nam er twee vertrouwde getuigen bij: Oeri-ja, den priester, en Zekarjáhoe, den zoon van Jebérekjáhoe.
2わたしは、祭司ウリヤとエベレクヤの子ゼカリヤを、わたしのための忠実な証人として立てる。」
3Daarop ging ik tot de profetes; ze werd zwanger en baarde een zoon. En Jahweh zeide tot mij: Noem hem “Spoedig-buit-roof-nabij”.
3私は女預言者のもとに行った。彼女は身ごもり、男の子を産んだ。すると主は私に言われた。「その名を『マヘル・シャラル・ハシュ・バズ』と呼びなさい。
4Want voordat de knaap “vader en moeder” kan zeggen, zal men de schatten van Damascus en de buit van Samaria voor den koning van Assjoer brengen.
4この子が『お父さん』『お母さん』と言えるようになる前に、ダマスコの富とサマリアの分捕り物が、アッシリアの王の前に運び去られるからだ。」
5Maar Jahweh zeide mij ook:
5主はさらに私にこう言われた。
6Omdat dit volk heeft veracht Het rustig vloeiend water van Siloë, En siddert van angst voor Resin en den zoon van Remaljáhoe:
6「この民は穏やかに流れるシロアの水を拒み、レツィンとレマルヤの子を喜んでいる。
7Zie, daarom brengt de Heer over hen De geweldige en vreselijke wateren van de Eufraat, Den koning van Assjoer met heel zijn macht! Over al hun dijken zullen ze stuwen, En buiten al hun oevers treden,
7それゆえ、見よ、主は大河の力強く豊かな水、すなわちアッシリアの王とそのすべての栄光を、彼らの上にもたらす。それはすべての水路を越え、すべての岸からあふれ出る。
8In Juda dringen, het geheel overstromen, Tot ze aan de hals komen staan; En met hun uitgespreide vleugels Zullen ze uw hele land overstelpen.
8それはユダへ流れ込み、あふれて押し流し、首にまで達する。その翼を広げ、あなたの国の幅いっぱいに満ちる。インマヌエルよ。
9God is met ons! Verneemt het volken, en staat versteld; Hoort het allen, verre landen! Gordt u ten strijde: ge wordt overwonnen, Gordt u aan: ge wordt overmeesterd;
9諸国の民よ、騒ぎ立てよ。そして打ち砕かれよ。遠い国々のすべての者よ、聞け。武装せよ、そして打ち砕かれよ。武装せよ、そして打ち砕かれよ。
10Smeedt plannen: ze worden verijdeld, Neemt een besluit: het wordt niet volbracht; Want God is met ons!
10ともに計画を立てても、それは無に帰する。言葉を語っても、それは実現しない。神がわれわれとともにおられるからだ。」
11Zo heeft Jahweh tot mij gesproken, Toen Hij mijn hand heeft gevat, En mij heeft vermaand, De weg van dit volk niet te gaan.
11主は力強い御手を私の上に置いて語り、この民の道を歩まないように私を戒めて言われた。
12Hij zeide: Noemt geen bedreiging, Wat dit volk bedreiging heet; Weest niet bang waarvoor zij vrezen, En laat het u niet verontrusten.
12「この民が陰謀と呼ぶものを、何でも陰謀と呼んではならない。彼らの脅しを恐れず、おびえてはならない。
13Neen, noemt Jahweh der heirscharen alleen uw bedreiging, Voor Hem moet ge vrezen en beven;
13万軍の主を聖なる方と認めよ。主こそ、あなたがたが恐れるべき方。主こそ、あなたがたがおののくべき方である。
14Hij is het, die dreigt; de steen, waaraan men zich stoot; Voor de beide huizen van Israël De rots, waarover men struikelt, Het net en de strik voor Jerusalems burgers.
14主は聖所となる。しかし、イスラエルの両家にとってはつまずきの石、彼らを倒す岩となる。エルサレムの住民にとっては罠となり、わなとなる。
15Ja, velen van hen zullen wankelen, vallen en breken, Worden verstrikt en gevangen.
15多くの者がそれにつまずき、倒れ、打ち砕かれ、わなにかかり、捕らえられる。」
16Bewaar deze lessen zorgvuldig, En verzegel de lering, die ik u gaf:
16契約を包み、律法を私の弟子たちの間で封印せよ。
17Ik blijf op Jahweh vertrouwen, Op Hem blijf ik hopen, al verbergt Hij zich voor Jakobs huis!
17私は、ヤコブの家から御顔を隠しておられる主を待ち望み、主に望みを置く。
18Zie, ik en de kinderen, die Jahweh mij gaf, Zijn tekens en zinnebeelden in Israël, Gegeven door Jahweh der heirscharen, Die woont op de Sion.
18見よ、私と、主が私に与えた子どもたちは、シオン山に住まわれる万軍の主から出た、イスラエルにおけるしるしと不思議である。
19En wanneer men u zegt: Ondervraagt de geesten der doden, En de waarzeggers, die lispelen en fluisteren; Moet een volk niet zijn goden ondervragen, Niet zijn doden voor de levenden vragen Naar lering en lessen:
19人々があなたがたに、「さえずるような声を出し、つぶやく霊媒や魔術師に尋ねよ」と言う時、民は自分たちの神に尋ねるべきではないか。生きている者のために、死者に尋ねるべきだろうか。
20Waarachtig, die zo iets durft zeggen, Voor hem komt geen dageraad meer!
20律法と契約に立ち返れ。この言葉に従って語らないなら、その者たちには朝の光がない。
21Hij zal blijven zwerven, Ellendig en hongerig; En door honger vertwijfeld, Zijn koning vervloeken en God. Radeloos schouwt hij omhoog,
21彼らは苦しみ、飢えながら、その地を通り過ぎる。飢える時、彼らはいらだち、自分たちの王と神を呪い、顔を上に向ける。
22Dan blikt hij omlaag naar de grond: Zie, het zal schrik zijn en donker, Duister en angst.
22それから地に目を向けると、見よ、苦しみと闇、苦悩の暗がりがある。彼らは濃い闇へ追いやられる。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.