Jesaja
Chapter 56
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Zo spreekt Jahweh: Onderhoudt het recht, En beoefent de gerechtigheid: Want mijn heil is nabij, Mijn gerechtigheid wordt spoedig geopenbaard.
1主はこう言われる。 「公正を守り、 正しいことを行え。 わたしの救いは近く、 わたしの義はまもなく現されるからだ。
2Gelukkig de mens, die er naar handelt, Het mensenkind, dat er aan hecht; De sabbat houdt, en niet schendt, Zijn hand bewaart van allerlei kwaad!
2これを行う人、 これを堅く守る人の子は幸いである。 安息日を汚さずに守り、 その手をどんな悪からも守る者は幸いである。」
3Laat dan de vreemde, die zich aansloot bij Jahweh, niet zeggen: Heel zeker snijdt Jahweh mij af van zijn volk; Laat de eunuch ook niet zeggen: Zie, ik ben maar een dorre boom!
3主に加わった外国人は、 「主は必ず私をその民から引き離す」と言ってはならない。 宦官も、「見よ、私は枯れた木だ」と言ってはならない。
4Want zo spreekt Jahweh tot de eunuchen: Wie mijn sabbat onderhouden, En verkiezen wat Mij behaagt, Getrouw blijven aan mijn Verbond:
4主はこう言われる。「わたしの安息日を守り、 わたしの喜ぶことを選び、 わたしの契約を堅く守る宦官たちに、
5Hun geef Ik een gedenkzuil in mijn huis en binnen mijn muren, Een naam, veel beter dan zonen en dochters: Ik geef hun een eeuwige naam, Die nooit zal vergaan!
5わたしは自分の家と城壁の内に、 息子や娘にまさる記念と名を与える。 断ち切られることのない永遠の名を彼らに与える。
6En tot de vreemden, Die zich aansloten bij Jahweh, om Hem te dienen, Jahweh’s Naam te beminnen, En zijn dienaars te zijn: Wie de sabbat houden, niet schenden, En trouw blijven aan mijn Verbond:
6また、主に加わって主に仕え、 主の御名を愛し、 そのしもべとなる外国人、 安息日を汚さずに守り、 わたしの契約を堅く守るすべての者を、
7Hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg, Ze vreugde doen smaken in mijn huis van gebed. Hun brand- en slachtoffers Zullen welkom zijn op mijn altaar; Waarachtig, mijn huis zal worden genoemd: Een huis van gebed voor àlle volken.
7わたしの聖なる山に連れて来て、 わたしの祈りの家で喜ばせる。 彼らの全焼のささげ物といけにえは、 わたしの祭壇の上で受け入れられる。 わたしの家は、すべての民の祈りの家と呼ばれるからだ。」
8Zo spreekt Jahweh, mijn Heer, Die de verstrooiden van Israël verzamelt: Bij hen, die al bijeen zijn gebracht, Voeg Ik nog anderen!
8イスラエルから追い散らされた者たちを集める主なる神は言われる。 「すでに彼のもとに集められた者たちに加えて、 わたしはさらにほかの者たちを彼のもとに集める。」
9Wilde beesten, komt allen verslinden, Met al de dieren in het woud:
9野のすべての獣よ、 森のすべての獣よ、 食い尽くしに来い。
10Mijn wachters zijn allemaal blind, Ze letten niet op. Het zijn allemaal stomme honden, Die niet eens kunnen blaffen; Dromerig liggen ze neer, En slapen maar liefst.
10イスラエルの見張りたちは目が見えず、 みな知識がない。 彼らはみな、ほえることのできない、 口のきけない犬だ。 夢を見て横たわり、まどろむことを好む。
11Vratige, nooit verzadigde honden, Dat zijn de leiders, die achteloos zijn, Die hun eigen weg zoeken, allemaal, Hun eigen belang, tot den laatste toe.
11しかも、その犬たちは貪欲で、 決して満足することがない。 彼らは悟ることのできない羊飼いたちだ。 みな自分の道へ向かい、 一人残らず自分の利益を求めている。
12“Komt, we moeten wijn gaan halen, En ons bedrinken: Morgen is het weer als vandaag, Nog veel beter!”
12彼らは言う。「さあ、私はぶどう酒を持って来よう。 われわれは濃い酒を存分に飲もう。 明日も今日と同じで、 しかも、さらに大いなる日となる。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.