Jesaja
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Dan zal een twijg aan de stronk van Jesse ontspruiten, Een scheut uit zijn wortel ontkiemen.
1エッサイの切り株から一つの芽が出て、 その根から若枝が伸び、実を結ぶ。
2De geest van Jahweh zal op Hem rusten: De geest van wijsheid en verstand, De geest van raad en sterkte, De geest van kennis en godsvrucht,
2主の霊がその上にとどまる。 知恵と悟りの霊、 助言と力の霊、 知識と主を恐れる霊である。
3En de vrees voor Jahweh Zal hem vervullen. Niet naar uiterlijke schijn zal Hij richten, Geen vonnis vellen op horen-zeggen alleen;
3彼は主を恐れることを喜びとする。 目で見たことによって裁かず、 耳で聞いたことによって裁定しない。
4Den zwakke zal Hij recht verschaffen, Eerlijk uitspraak doen voor de armen in het land. Maar den tyran zal Hij striemen met de gesel van zijn mond, Den boosdoener doden met de adem van zijn lippen.
4義をもって貧しい者を裁き、 公平をもって地のへりくだった者たちのために判決を下す。 その口の杖で地を打ち、 その唇の息で悪人を殺す。
5Gerechtigheid is de gordel om zijn heupen, Waarachtigheid de band om zijn lenden.
5義はその腰を締める帯となり、 真実はその腰を締める帯となる。
6Dan huist de wolf bij het lam, Vlijt de panter zich naast de geit; Samen grazen kalf en leeuw, Een kind kan ze weiden.
6狼は子羊とともに住み、 豹は子やぎとともに伏す。 子牛、若い獅子、肥えた子牛がともにいて、 小さな子どもがそれらを導く。
7Koe en berin wonen samen, haar jongen liggen bijeen, En de leeuw vreet hooi als het rund;
7雌牛と熊はともに草を食べ、 その子らはともに伏す。 獅子は牛のようにわらを食べる。
8De zuigeling speelt bij het hol van de adder, Het kind steekt zijn hand in het nest van de slang!
8乳飲み子はコブラの穴のそばで遊び、 乳離れした子は毒蛇の巣に手を伸ばす。
9Dan doet niemand meer zonde of kwaad Op heel mijn heilige berg; Want het land is vervuld van de kennis van Jahweh, Zoals de bodem der zee is bedekt door het water.
9わたしの聖なる山のどこにおいても、 彼らは傷つけることも、滅ぼすこともない。 水が海を覆うように、 地は主を知る知識で満ちるからだ。
10Op die dag zal de wortel van Jesse, Als een banier voor de naties verheven, Door de volkeren worden gezocht, En zijn rustplaats zal glorievol zijn!
10その日、諸国の民の旗として立つエッサイの根を、異邦人は求める。その休み場は栄光に満ちる。
11Op die dag heft de Heer nogmaals zijn hand, Om het overschot van zijn volk te bevrijden: Wat is overgebleven in Assjoer, Egypte, Patros en Koesj, Elam, Sjinar, Chamat en de kusten der zee.
11その日、主は再び手を伸ばし、残されているご自分の民の残りの者を、アッシリア、エジプト、パテロス、クシュ、エラム、シンアル、ハマテ、海の島々から取り戻す。
12Hij steekt zijn banier onder de volken omhoog, Brengt de ballingen van Israël bijeen, Verzamelt de verstrooiden van Juda Van de vier uiteinden der aarde!
12主は諸国の民のために旗を掲げ、イスラエルから追い散らされた者たちを集め、ユダから散らされた者たちを地の四隅から集める。
13Dan zal Efraïms naijver wijken, Zullen Juda’s vijanden worden vernield; Efraïm benijdt Juda niet langer, Juda bestrijdt Efraïm niet meer.
13エフライムのねたみは去り、ユダを苦しめる者たちは断ち滅ぼされる。エフライムはユダをねたまず、ユダもエフライムを苦しめない。
14Maar samen vliegen ze op Filistea’s heuvels aan zee, En plunderen de zonen van het oosten; Hun hand ligt op Edom en Moab, De zonen van Ammon gehoorzamen hen!
14彼らは西方のペリシテ人の肩に飛びかかり、ともに東方の人々を略奪する。彼らはエドムとモアブの上に手を伸ばし、アンモンの人々は彼らに従う。
15Jahweh verdroogt de tong der Egyptische zee, Zwaait woedend zijn hand over de Eufraat: In zeven beekjes slaat Hij hem stuk, Men trekt er geschoeid overheen.
15主はエジプトの海の入り江を完全に滅ぼす。焼けつく風によって大河の上に手を振り、大河を七つの流れに分け、人々が履物を履いたまま渡れるようにする。
16Zo komt er een pad voor het overschot van zijn volk, Voor die in Assjoer bleven behouden: Zoals Israël voorheen had gekregen, Toen het optrok uit het land van Egypte!
16アッシリアから残される主の民の残りの者のために、大路が備えられる。イスラエルがエジプトの地から上って来た日と同じようになる。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.