Genesis
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Dit is de geslachtslijst van Adam. Toen God den mens schiep, maakte Hij hem op God gelijkend;
1QUESTA è la descrizione delle generazioni di Adamo. Nel giorno che Iddio creò l'uomo, egli lo fece alla sua somiglianza.
2man en vrouw schiep Hij hen. En op de dag van hun schepping zegende Hij hen, en noemde hen mens.
2Egli li creò maschio e femmina, e li benedisse, e pose loro nome UOMO, nel giorno che furono creati.
3Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.
3Ora Adamo, essendo vivuto centotrent'anni, generò un figliuolo alla sua somiglianza, secondo la sua immagine; e gli pose nome Set.
4En Adam leefde, nadat hij Set verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
4E il tempo che visse Adamo, dopo ch'ebbe generato Set, fu ottocent'anni; e generò figliuoli e figliuole.
5Heel de levensduur van Adam was negenhonderd dertig jaar. En hij stierf.
5Così tutto il tempo che visse Adamo fu novecentrent'anni; poi morì.
6Set was honderd vijf jaar oud, toen hij Enos verwekte.
6E Set, essendo vivuto centocinque anni, generò Enos.
7En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, nog achthonderd zeven jaar, en verwekte zonen en dochters.
7E Set, dopo che ebbe generato Enos, visse ottocensette anni, e generò figliuoli e figliuole.
8Heel de levensduur van Set was negenhonderd twaalf jaar. En hij stierf.
8Così tutto il tempo che visse Set fu novecendodici anni; poi morì.
9Enos was negentig jaar oud, toen hij Kaïnan verwekte.
9Ed Enos, essendo vivuto novant'anni, generò Chenan.
10En Enos leefde, nadat hij Kaïnan verwekt had, nog achthonderd vijftien jaar, en verwekte zonen en dochters.
10Ed Enos, dopo ch'ebbe generato Chenan, visse ottocenquindici anni, e generò figliuoli e figliuole.
11Heel de levensduur van Enos was negenhonderd vijf jaar. En hij stierf.
11Così tutto il tempo che visse Enos fu novecencinque anni; poi morì.
12Kaïnan was zeventig jaar oud, toen hij Malaleël verwekte.
12E Chenan, essendo vivuto settant'anni, generò Mahalaleel.
13En Kaïnan leefde, nadat hij Malaleël verwekt had, nog achthonderd veertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
13E Chenan, dopo ch'ebbe generato Mahalaleel, visse ottocenquarant'anni, e generò figliuoli e figliuole.
14Heel de levensduur van Kaïnan was negenhonderd tien jaar. En hij stierf.
14Così tutto il tempo che Chenan visse fu novecendieci anni; poi morì.
15Malaleël was vijf en zestig jaar oud, toen hij Járed verwekte.
15E Mahalaleel, essendo vivuto sessantacinque anni, generò Iared.
16En Malaleël leefde, nadat hij Járed verwekt had, nog achthonderd dertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
16E Mahalaleel, dopo ch'ebbe generato Iared, visse ottocentrent'anni, e generò figliuoli e figliuole.
17Heel de levensduur van Malaleël was achthonderd vijf en negentig jaar. En hij stierf.
17Così tutto il tempo che Mahalaleel visse fu ottocennovantacinque anni; poi morì.
18Járed was honderd twee en zestig jaar oud, toen hij Henok verwekte.
18E Iared, essendo vivuto censessantadue anni, generò Enoc.
19En Járed leefde, nadat hij Henok verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
19E Iared, dopo ch'ebbe generato Enoc, visse ottocent'anni, e generò figliuoli e figliuole.
20Heel de levensduur van Járed was negenhonderd twee en zestig jaar. En hij stierf.
20Così tutto il tempo che Iared visse fu novecensessantadue anni; poi morì.
21Henok was vijf en zestig jaar oud, toen hij Matoesala verwekte.
21Ed Enoc essendo vivuto sessantacinque anni, generò Metusela.
22Henok leefde vertrouwelijk met God. En hij leefde, nadat hij Matoesala verwekt had, nog driehonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
22Ed Enoc, dopo ch'ebbe generato Metusela, camminò con Dio per lo spazio di trecent'anni e generò figliuoli e figliuole.
23Heel de levensduur van Henok was driehonderd vijf en zestig jaar.
23Così, tutto il tempo che Enoc visse fu trecensessantacinque anni.
24En omdat Henok vertrouwelijk met God had geleefd, nam God hem weg, en men vond hem niet meer.
24E dopo che Enoc fu camminato con Dio, non si vide più; perciocchè Iddio lo prese.
25Matoesala was honderd zeven en tachtig jaar oud, toen hij Lámek verwekte.
25E Metusela, essendo vivuto centottantasette anni, generò Lamec.
26En Matoesala leefde, nadat hij Lámek verwekt had, nog zevenhonderd twee en tachtig jaar, en verwekte zonen en dochters.
26E Metusela, dopo ch'ebbe generato Lamec, visse settecentottantadue anni, e generò figliuoli e figliuole.
27Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
27Così, tutto il tempo che Metusela visse fu novecensessantanove anni; poi morì.
28Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
28E Lamec, essendo vivuto centottantadue anni, generò un figliuolo.
29Hij noemde hem Noë, want hij sprak: Deze zal ons uit de bodem, die Jahweh vervloekt heeft, verkwikking verschaffen bij ons werken en zwoegen.
29E gli pose nome Noè, dicendo: Costui ci consolerà della nostra opera, e della fatica delle nostre mani, la quale portiamo per cagion della terra che il Signore ha maladetta.
30En Lámek leefde, nadat hij Noë verwekt had, nog vijfhonderd vijf en negentig jaar, en verwekte zonen en dochters.
30E Lamec, dopo ch'ebbe generato Noè, visse cinquecennovantacinque anni, e generò figliuoli e figliuole.
31Heel de levensduur van Lámek was zevenhonderd zeven en zeventig jaar. En hij stierf.
31Così tutto il tempo che Lamec visse fu settecensettantasette anni; poi morì.
32Noë was vijfhonderd jaar oud, toen hij Sem, Cham en Jáfet verwekte.
32E Noè, essendo di età di cinquecent'anni, generò Sem, Cam e Iafet.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.