Genesis 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bible Mutal (Kosraean)
1Dit is de geslachtslijst van Adam. Toen God den mens schiep, maakte Hij hem op God gelijkend;
1Pa inge takin fwilin tulik natul Adam. (Ke God El tuh orala mwet uh, El oralosla in lumahl.
2man en vrouw schiep Hij hen. En op de dag van hun schepping zegende Hij hen, en noemde hen mens.
2El oralosla mukul ac mutan, ac akinsewowoyalos, ac sang inelos “Mwet.”)
3Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.
3Ke Adam el yac siofok tolngoul matwal, el oswela wen se oana el, ac el sang inel Seth.
4En Adam leefde, nadat hij Set verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
4Tukun pacl sac, Adam el sifilpa moul yac oalfoko. Oasr pac tulik mukul ac tulik mutan saya natul,
5Heel de levensduur van Adam was negenhonderd dertig jaar. En hij stierf.
5ac el misa ke el yac eufoko tolngoul.
6Set was honderd vijf jaar oud, toen hij Enos verwekte.
6Ke Seth el yac siofok limekosr, oasr wen se natul pangpang Enosh,
7En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, nog achthonderd zeven jaar, en verwekte zonen en dochters.
7ac toko el moul pac ke yac oalfoko itkosr. Oasr pac tulik saya natul,
8Heel de levensduur van Set was negenhonderd twaalf jaar. En hij stierf.
8ac el misa ke el yac eufoko singoul luo.
9Enos was negentig jaar oud, toen hij Kaïnan verwekte.
9Ke Enosh el yac eungoul, oasr wen se natul pangpang Kenan,
10En Enos leefde, nadat hij Kaïnan verwekt had, nog achthonderd vijftien jaar, en verwekte zonen en dochters.
10na toko el moul pac yac oalfoko singoul limekosr. Oasr pac tulik saya natul,
11Heel de levensduur van Enos was negenhonderd vijf jaar. En hij stierf.
11ac el misa ke el yac eufoko limekosr.
12Kaïnan was zeventig jaar oud, toen hij Malaleël verwekte.
12Ke Kenan el yac itngoul, oasr wen se natul pangpang Mahalalel,
13En Kaïnan leefde, nadat hij Malaleël verwekt had, nog achthonderd veertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
13na toko el moul pac yac oalfoko angngaul. Oasr pac tulik saya natul,
14Heel de levensduur van Kaïnan was negenhonderd tien jaar. En hij stierf.
14ac el misa ke el yac eufoko singoul.
15Malaleël was vijf en zestig jaar oud, toen hij Járed verwekte.
15Ke Mahalalel el yac onngoul limekosr, oasr wen se natul pangpang Jared,
16En Malaleël leefde, nadat hij Járed verwekt had, nog achthonderd dertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
16na toko el moul pac yac oalfoko tolngoul. Oasr pac tulik saya natul,
17Heel de levensduur van Malaleël was achthonderd vijf en negentig jaar. En hij stierf.
17ac el misa ke el yac oalfoko eungoul limekosr.
18Járed was honderd twee en zestig jaar oud, toen hij Henok verwekte.
18Ke Jared el yac siofok onngoul luo, oasr wen se natul pangpang Enoch,
19En Járed leefde, nadat hij Henok verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
19na toko el moul pac yac oalfoko. Oasr pac tulik saya natul,
20Heel de levensduur van Járed was negenhonderd twee en zestig jaar. En hij stierf.
20ac el misa ke el yac eufoko onngoul luo.
21Henok was vijf en zestig jaar oud, toen hij Matoesala verwekte.
21Ke Enoch el yac onngoul limekosr, oasr wen se natul pangpang Methuselah.
22Henok leefde vertrouwelijk met God. En hij leefde, nadat hij Matoesala verwekt had, nog driehonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
22Tukun pacl sac, Enoch el moul in sie sin sie yurin God ke yac tolfoko, ac oasr pac tulik saya natul.
23Heel de levensduur van Henok was driehonderd vijf en zestig jaar.
23El moul sun yac tolfoko onngoul limekosr.
24En omdat Henok vertrouwelijk met God had geleefd, nam God hem weg, en men vond hem niet meer.
24El moul in sie sin sie yurin God, na el wanginla mweyen God El usalla.
25Matoesala was honderd zeven en tachtig jaar oud, toen hij Lámek verwekte.
25Ke Methuselah el yac siofok oalngoul itkosr, oasr wen se natul pangpang Lamech,
26En Matoesala leefde, nadat hij Lámek verwekt had, nog zevenhonderd twee en tachtig jaar, en verwekte zonen en dochters.
26na toko el moul pac yac itfoko oalngoul luo. Oasr pac tulik saya natul
27Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
27ac el misa ke el yac eufoko onngoul eu.
28Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
28Ke Lamech el yac siofok oalngoul luo, oasr wen se natul,
29Hij noemde hem Noë, want hij sprak: Deze zal ons uit de bodem, die Jahweh vervloekt heeft, verkwikking verschaffen bij ons werken en zwoegen.
29ac el sang inel Noah. Ac Lamech el fahk, “Tulik se inge ac fah use nu sesr mongla liki orekma upa nukewa lasr, liki fohk se na ma LEUM GOD El tuh filiya sie selnga nu kac.”
30En Lámek leefde, nadat hij Noë verwekt had, nog vijfhonderd vijf en negentig jaar, en verwekte zonen en dochters.
30Na toko Lamech el moul pac yac lumfoko eungoul limekosr. Oasr pac tulik saya natul
31Heel de levensduur van Lámek was zevenhonderd zeven en zeventig jaar. En hij stierf.
31ac el misa ke el yac itfoko itngoul itkosr.
32Noë was vijfhonderd jaar oud, toen hij Sem, Cham en Jáfet verwekte.
32Tukun Noah el yac lumfoko matwal, oasr wen tolu natul pangpang Shem, Ham, ac Japheth.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.