Genesis 40
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bible Mutal (Kosraean)
1Enige tijd daarna begingen de schenker en de bakker van den koning van Egypte een misdrijf tegen den koning van Egypte, hun heer.
1Kutu pacl tok, sifen mwet okwok wain ac sifen mwet manman flao lun tokosra Egypt eltal aktoasryal tokosra.
2En daar Farao vertoornd was op zijn twee hovelingen, den opperschenker en den hofbakker,
2Tokosra el kasrkusrakak sin mwet kol luo inge
3liet hij hen gevangen zetten in het huis van den overste der lijfwacht, de kerker waar ook Josef zat opgesloten;
3ac fuhleltal uh in presin, in lohm sin captain lun mwet liyaung mwet kapir, yen se pacna ma Joseph el kapir we.
4en de overste van de lijfwacht stelde Josef bij hen aan, om voor hen te zorgen. Zo bleven ze geruime tijd gevangen.
4Eltal muta in kapir ke pacl na loeloes se, ac captain sac srisrngilya Joseph tuh elan kulansupwaltal.
5Eens hadden beiden, de schenker zowel als de bakker van Egypte’s koning, die in de kerker zaten opgesloten, dezelfde nacht een droom, elk met eigen betekenis.
5Sie fong ah, mwet okwok wain sac ac sifen mwet manman flao sac tukeni mweme in presin, ac mweme laltal tia oana sie kalmac.
6Toen Josef de volgende morgen bij hen kwam, zag hij aan hen, dat ze terneergeslagen waren.
6Ke Joseph el tuku nu yoroltal ke lotu tok ah, el liye lah toasr ngetnget laltal.
7Hij vroeg toen aan de hovelingen van Farao, die met hem in het huis van zijn meester in hechtenis zaten: Waarom kijkt ge vandaag zo somber?
7El siyuk seltal, “Efu ku komtal luman toasr misenge?”
8Zij antwoordden hem: Wij hebben een droom gehad, en er is niemand, om hem uit te leggen. Josef zeide hun: God alleen legt dromen uit! Vertelt ze mij eens.
8Eltal topuk, “Kais sie sesr mweme, ac wangin sie mwet ku in aketeya lah mea kalmen mweme inge.” Joseph el fahk, “God mukena pa ku in fahk nu sin mwet kalmen mweme uh. Fahkma nu sik mweme lomtal ingan.”
9De opperschenker verhaalde toen zijn droom aan Josef, en zeide hem: In mijn droom zag ik een wijnstok voor mij.
9Ouinge mwet okwok wain sac fahk, “In mweme luk ah, oasr oa in grape soko ye mutuk,
10Aan die wijnstok zaten drie ranken; zodra hij begon uit te lopen, zette hij bloesem en droegen zijn trossen rijpe druiven.
10ac lah tolu kac. Na ke pacl se na sra kac uh srunak ah, ros kac farngelik, ac fahko kac uh mwesrla.
11Ik had de beker van Farao in mijn hand; ik nam de druiven, perste ze uit in Farao’s beker, en reikte die aan Farao over.
11Ac nga sruok cup lun tokosra, na nga eis grape uh ac fuleya nu in cup sac ac sang nu sel.”
12Toen zeide Josef tot hem: Dit is de uitleg ervan: de drie ranken betekenen drie dagen.
12Joseph el fahk, “Pa inge kalmen mweme sacn: lah tolu an pa len tolu.
13Over drie dagen zal Farao uw hoofd in de hoogte heffen, door u in uw ambt te herstellen; dan zult ge Farao de beker weer reiken, zoals vroeger, toen ge zijn schenker waart.
13Tukun len tolu tokosra el ac tulekomla, nunak munas nu sum, ac folokonot orekma se lom meet ah. Kom ac fah sifilpa sang cup nimal, oana ke kom oru meet ke kom tuh liyaung wain nimal.
14Maar wanneer het u goed gaat, denk dan ook eens aan mij, en bewijs mij de gunst, een goed woord voor me te doen bij Farao, en te zorgen, dat ik uit dit huis word bevrijd.
14Tusruktu nga siyuk kom in esamyu ke pacl ma nukewa fahsr wo nu sum, ac nunak munas esam in sramsramkinyu nu sin tokosra, elan tuleyula liki kapir luk.
15Want ik ben weggeroofd uit het land der Hebreën, en ook hier heb ik niets gedaan, waarvoor men mij in de gevangenis moest zetten.
15Pwayeiya ah, pisreyukla nga liki facl sin mwet Hebrew, ac finne inge in acn Egypt, wanginna ma nga orala in pwanang ngan kapiri.”
16Toen de hofbakker zag, dat Josef een gunstige uitleg gaf, zeide hij tot hem: Ook ik heb een droom gehad. Zie, ik zag drie broodkorven op mijn hoofd.
16Ke sifen mwet manman flao sac liye lah aketeyuki mweme lun mwet okwok wain sac tuh wo, na el fahk nu sel Joseph, “Oasr pac mweme se luk. Nga mweme mu nga us fotoh in bread tolu fin sifuk.
17In de bovenste korf bevond zich gebak, allerlei soorten gerechten voor Farao; maar de vogels pikten het weg uit de korf op mijn hoofd.
17In fotoh se oelucng ah, kain in flao manman puspis nun tokosra oan loac, ac won uh tuku kang.”
18Josef gaf hem ten antwoord: Dit is de uitleg ervan: de drie korven betekenen drie dagen.
18Joseph el topuk, “Pa inge kalmac: fotoh tolu an pa len tolu.
19Over drie dagen zal Farao ook uw hoofd in de hoogte heffen, door u aan een paal op te hangen; dan zullen de vogels uw vlees opeten.
19Tukun len tolu tokosra el ac tulekomla, ac sang in pakpukla sifom! Na el ac srupusrak monum fin soko sak, ac won uh fah kang ikom.”
20Op de derde dag, de verjaardag van Farao, richtte deze voor heel zijn hof een feestmaal aan. Toen hief hij werkelijk het hoofd van den opperschenker en van den hofbakker te midden van zijn dienaren omhoog.
20Len tolu tok pa len in isusla lun tokosra, na el oru kufwa se nu sin mwet kacto lal nukewa. El ikasla mwet okwok wain lal ac sifen mwet manman flao lal liki presin, ac usaltalu nu ye mutun mwet kacto lal.
21Den opperschenker herstelde hij in zijn ambt van schenker, zodat hij Farao weer de beker mocht reiken.
21El folokonang orekma lun mwet okwok wain lal oana meet ah,
22den hofbakker hing hij op, zoals Josef het hun had uitgelegd.
22a el uniya sifa se lun mwet manman flao lal. Ma inge sikyak oana ma Joseph el tuh fahk.
23De opperschenker echter dacht niet eens meer aan Josef, maar vergat hem geheel.
23Tusruktu mwet okwok wain el tiana esamulak Joseph. El mulkunulla na pwaye.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.