Exodus 37
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Vervolgens maakte Besalel de ark van acaciahout. twee en een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.
1ベツァルエルはアカシアの木で箱を造った。その長さは二・五キュビト、幅は一・五キュビト、高さは一・五キュビトであった。
2Hij bekleedde haar van binnen en van buiten met zuiver goud, en maakte er loofwerk van goud omheen.
2彼はその内側と外側に純金をかぶせ、その周りに金の飾り縁を造った。
3Hij goot er vier gouden krammen voor, boven aan de vier poten, twee krammen dus aan iedere kant.
3彼はその四つの足に四つの金の環を鋳造した。一方の側に二つの環、もう一方の側にも二つの環を取り付けた。
4Hij maakte handbomen van acaciahout, die hij met goud besloeg.
4彼はアカシアの木で担ぎ棒を造り、金をかぶせた。
5Die handbomen stak hij door de krammen aan weerskanten van de ark, om daarmee de ark te dragen.
5箱を担ぐため、その担ぎ棒を箱の両側の環に通した。
6Daarna maakte hij een verzoendeksel van zuiver goud, twee en een halve el lang en anderhalve el breed.
6彼は純金で贖いの座を造った。その長さは二・五キュビト、幅は一・五キュビトであった。
7Aan de beide uiteinden van het verzoendeksel maakte hij twee gouden cherubs, als drijfwerk.
7彼は金のケルビムを二つ造った。贖いの座の両端に、それらを打ち出し細工で造った。
8Een cherub sloeg hij uit aan het ene einde, en een cherub aan het andere einde; zo sloeg hij in het verzoendeksel zelf aan beide uiteinden de cherubs uit.
8一つのケルブを一方の端に、もう一つのケルブをもう一方の端に造った。彼はケルビムを贖いの座の両端に、座と一体にして造った。
9De cherubs spreidden hun vleugels omhoog, en overspanden met hun vleugels het verzoendeksel; ze stonden tegenover elkander terwijl hun gezichten naar het verzoendeksel waren gericht.
9ケルビムはその翼を上に向けて広げ、その翼で贖いの座を覆い、互いに顔を向かい合わせていた。ケルビムの顔は贖いの座の方に向けられていた。
10Vervolgens vervaardigde hij de tafel van acaciahout, twee ellen lang, een el breed en anderhalve el hoog.
10彼はアカシアの木で机を造った。その長さは二キュビト、幅は一キュビト、高さは一・五キュビトであった。
11Hij overtrok haar met zuiver goud, en maakte er loofwerk van goud omheen.
11彼はそれに純金をかぶせ、その周りに金の飾り縁を造った。
12Hij maakte daar een lijst omheen van een hand breed, en om die lijst loofwerk van goud.
12彼はその周りに手の幅の枠を造り、その枠の周りにも金の飾り縁を造った。
13Ook goot hij vier gouden krammen en bevestigde die aan de vier hoeken bij de vier poten.
13彼はそのために四つの金の環を鋳造し、四つの足にある四隅にその環を取り付けた。
14Die krammen zaten vlak bij de lijst, om er de handbomen door te steken, waaraan de tafel gedragen werd.
14環は枠の近くにあり、机を担ぐ棒を通す場所となった。
15De handbomen van de tafel maakte hij van acaciahout, en besloeg ze met goud.
15机を担ぐため、アカシアの木で担ぎ棒を造り、金をかぶせた。
16Bovendien maakte hij het vaatwerk dat bij de tafel behoort, de schotels, kannen, schalen en bekers, waarmee men de plengoffers brengt, van zuiver goud.
16彼は机の上にある器具、すなわち皿、さじ、鉢、注ぎのささげ物を注ぐための水差しを純金で造った。
17Daarna maakte hij de kandelaar van zuiver goud. Hij vervaardigde de kandelaar als drijfwerk: zijn voetstuk, schacht, zijn bloemkelken, knoppen en bloesems uit één stuk.
17彼は純金で燭台を造った。彼は燭台を打ち出し細工で造った。その台座、支柱、杯、節、花は、それと一体であった。
18Zes armen staken terzijde uit, drie armen aan de ene kant van de kandelaar en drie armen aan de andere kant.
18その側面からは六つの枝が出ていた。一方の側から燭台の三つの枝、もう一方の側から燭台の三つの枝が出ていた。
19Aan iedere arm zaten drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems; dus aan de zes armen, die uit de kandelaar staken, op dezelfde manier.
19一つの枝にはアーモンドの花のような三つの杯、節、花があり、もう一つの枝にもアーモンドの花のような三つの杯、節、花があった。燭台から出ている六つの枝がそのようであった。
20Aan de kandelaar zelf zaten vier bloemkelken in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems;
20燭台の支柱には、アーモンドの花のような四つの杯、節、花があった。
21onder de drie paar armen zat telkens een knop, waar de zes armen uit de kandelaar schoten.
21燭台から出ている六つの枝のために、それと一体の二つの枝の下に一つの節、それと一体の他の二つの枝の下に一つの節、それと一体のさらに他の二つの枝の下に一つの節があった。
22De knoppen en armen waren met de kandelaar uit één stuk: het geheel één stuk drijfwerk van zuiver goud.
22それらの節と枝は燭台と一体であった。その全体が一つの純金の打ち出し細工であった。
23Bovendien maakte hij de zeven lampen, die er bij horen, met de snuiters en bakjes, van zuiver goud.
23彼はその七つのともしび、芯切りばさみ、芯取り皿を純金で造った。
24Hij gebruikte voor het vervaardigen van de kandelaar en alles wat er bij hoort, een talent zuiver goud.
24彼はそのすべての器具を含めて、一タラントの純金でこれを造った。
25Vervolgens maakte hij het reukofferaltaar van acaciahout, een el lang en een el breed, dus vierkant, en twee ellen hoog. De hoornen maakten er één geheel mee uit.
25彼はアカシアの木で香の祭壇を造った。それは四角形で、長さは一キュビト、幅は一キュビトであった。高さは二キュビトであった。その角は祭壇と一体であった。
26Hij overtrok het met zuiver goud, zowel het bovenvlak als alle zijkanten en de hoornen, en maakte er loofwerk van goud omheen.
26彼はその上面、周囲の側面、およびその角に純金をかぶせた。彼はその周囲に金の飾り縁を造った。
27Onder dat loofwerk bracht hij aan weerskanten twee gouden krammen aan, die moesten dienen voor de handbomen, waarmee het gedragen werd.
27飾り縁の下、両側の側面に二つの金の環を造り、祭壇を担ぐ棒を通す場所とした。
28De handbomen maakte hij van acaciahout en besloeg ze met goud.
28アカシアの木で担ぎ棒を造り、金をかぶせた。
29Nog bereidde hij de heilige zalfolie en de wierook van zuivere specerijen, volgens de regels der kunst gemengd.
29彼は香料作りの技法に従って、聖なる注ぎ油と、香りのよい純粋な香を造った。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.