Exodus
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Nu gingen Moses en Aäron naar Farao en zeiden: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Laat mijn volk gaan, om Mij ter ere in de woestijn een feest te vieren.
1その後、モーセとアロンはファラオのもとへ行き、言った。「イスラエルの神、主はこう言われる。『わたしの民を行かせ、荒野でわたしのために祭りを祝わせよ。』」
2Maar Farao antwoordde: Wie is Jahweh wel, dat ik Hem zou gehoorzamen en Israël zou laten vertrekken? Ik ken geen Jahweh, en Israël laat ik niet gaan.
2ファラオは言った。「主とは何者だ。なぜ私がその声に聞き従い、イスラエルを行かせなければならないのか。私は主を知らない。イスラエルを行かせるつもりもない。」
3Zij zeiden: De God der Hebreën is ons verschenen! Wij moeten drie dagreizen ver de woestijn in, om Jahweh, onzen God, een offer te brengen; anders slaat Hij ons met de pest of het zwaard.
3彼らは言った。「ヘブル人の神が私たちにお会いになりました。どうか荒野へ三日の道のりを行かせ、私たちの神、主にいけにえを献げさせてください。そうしなければ、主は疫病や剣で私たちを打たれるでしょう。」
4Maar de koning van Egypte sprak tot Moses en Aäron: Waarom houdt gij het volk van zijn werk af? Gaat zelf aan de arbeid.
4エジプトの王は彼らに言った。「モーセとアロンよ、なぜあなたがたは民を仕事から離れさせようとするのか。自分たちの重荷に戻りなさい。」
5En Farao ging voort: Er is toch al te veel van dat volk, en nu zoudt ge nog willen, dat ze het werk neerlegden.
5ファラオは言った。「今やこの地の民は大勢いる。それなのに、おまえたちは彼らを労働から休ませようとしている。」
6En nog diezelfde dag gaf Farao aan de slavendrijvers en onderbazen het bevel:
6その日、ファラオは民の奴隷監督と役人に命じた。
7Geeft in het vervolg aan het volk geen stro meer, om tichels te maken, zoals tot nu toe; ze moeten het zelf maar bij elkaar gaan zoeken.
7「れんがを作るためのわらを、これまでのように民に与えてはならない。彼ら自身に行かせて、わらを集めさせなさい。
8Toch moet ge evenveel tichels van hen blijven eisen, als zij tot nu toe hebben gemaakt, en er niets van laten schieten. Want ze zijn lui; en daarom schreeuwen ze: We willen onzen God een offer brengen.
8彼らには、これまでと同じ数のれんがを作らせよ。割り当てを減らしてはならない。彼らは怠けている。だから『行って、私たちの神にいけにえを献げさせてください』と叫ぶのだ。
9Voor die mannen moet het werk worden verzwaard; dan zullen ze daarop blijven letten, en niet op leugens.
9この者たちにもっと重い労働を課し、それに没頭させよ。偽りの言葉に耳を貸させるな。」
10De slavendrijvers en onderbazen brachten het over aan het volk en zeiden: Zo spreekt Farao! Ik geef u geen stro meer;
10奴隷監督と役人は出て行き、民に告げた。「ファラオはこう言う。『わらは与えない。
11ge moet het zelf maar gaan halen, waar ge het vindt, maar we laten niets schieten van wat ge moet leveren.
11自分たちで行き、見つけられる所でわらを取りなさい。あなたがたの仕事は少しも減らされない。』」
12Dus moest het volk heel Egypte afzoeken, om strostoppels te verzamelen.
12そこで民はエジプトの地全体に散らばり、わらの代わりに刈り株を集めた。
13Maar de slavendrijvers hielden er aan vast: Ge moet iedere dag evenveel blijven leveren, als toen er nog stro werd gegeven.
13奴隷監督は彼らを急き立てた。「わらがあった時と同じように、日ごとの割り当てを果たせ。」
14De slavendrijvers van Farao ranselden de israëlietische onderbazen af, die ze er voor aansprakelijk hadden gesteld en zeiden: Waarom levert ge nu niet evenveel tichels als vroeger?
14ファラオの奴隷監督がイスラエルの子らの上に立てた役人たちは打ちたたかれ、「なぜ昨日も今日も、以前と同じ数のれんがを作らなかったのか」と責められた。
15De israëlietische onderbazen gingen zich bij Farao beklagen, en zeiden: Waarom laat ge uw dienaars zo behandelen?
15そこで、イスラエルの子らの役人たちは来て、ファラオに叫んで言った。「なぜ、あなたのしもべたちにこのような扱いをなさるのですか。
16Uw dienaars wordt geen stro meer gegeven, en toch beveelt men ons evenveel tichels te maken. Uw dienaars worden geranseld, maar het is de schuld van uw eigen volk.
16しもべたちにはわらが与えられないのに、『れんがを作れ』と言われます。しもべたちは打ちたたかれています。しかし悪いのは、あなたの民です。」
17Maar hij antwoordde: Lui zijt ge, lui! Daarom zegt ge: We moeten aan Jahweh een offer gaan brengen.
17しかしファラオは言った。「おまえたちは怠けているのだ。怠けているのだ。だから、『行って、主にいけにえを献げさせてください』と言うのだ。
18Vooruit aan het werk! Ge krijgt geen stro, maar hetzelfde aantal stenen zult ge leveren.
18さあ、行って働け。わらは与えない。しかし、定められた数のれんがは納めよ。」
19Zo raakten de israëlietische onderbazen in moeilijkheid door het bevel, dat zij het aantal tichels per dag niet mochten verminderen.
19イスラエルの子らの役人たちは、「日ごとのれんがの割り当てを減らしてはならない」と言われ、自分たちが窮地に陥ったことを悟った。
20Toen zij dan ook van Farao weggingen, en Moses en Aäron ontmoetten, die op hen stonden te wachten,
20彼らはファラオのところから出て来た時、道で待っていたモーセとアロンに会い、
21zeiden ze hun: Jahweh moge het u vergelden en u straffen; want gij hebt ons gehaat gemaakt bij Farao en zijn dienaars, en hun het zwaard in de hand gedrukt, om ons te vermoorden.
21彼らは二人に言った。「主があなたがたをご覧になり、裁かれますように。あなたがたは私たちをファラオとその家臣に憎まれる者とし、私たちを殺す剣を彼らの手に渡したのです。」
22Toen wendde Moses zich tot Jahweh en zeide: Heer, waarom hebt Gij dit volk kwaad berokkend; waarom hebt Gij mij eigenlijk gezonden?
22モーセは主のところに戻って言った。「主よ、なぜあなたはこの民に苦しみをもたらされたのですか。なぜ私を遣わされたのですか。
23Want van het ogenblik af, dat ik naar Farao ben gegaan, om in uw Naam te spreken, is dit volk er nog slechter aan toe, en Gij hebt uw volk in het geheel niet gered.
23私があなたの名によって語るためファラオのもとへ来て以来、彼はこの民を苦しめています。それなのに、あなたはご自分の民を少しも救い出しておられません。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.