Exodus 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen zongen Moses en Israëls kinderen dit lied ter ere van Jahweh: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven; Paard en ruiter wierp Hij in zee!
1その時、モーセとイスラエルの子らは、主に向かってこの歌を歌った。 「私は主に歌う。 主は輝かしく勝利された。 馬と乗り手を海に投げ込まれた。
2Mijn kracht is Jahweh en mijn roem, Want Hij heeft mij gered. Hij is mijn God, dien ik wil prijzen, De God van mijn vaderen, dien ik verheerlijk.
2主は私の力、私の歌。 私の救いとなられた。 この方こそ私の神。私はこの方をたたえる。 私の父の神。私はこの方をあがめる。
3Een krijgsheld is Jahweh, Jahweh is zijn Naam!
3主は勇ましい戦士。 主はその名。
4Farao’s wagens en zijn leger wierp Hij in zee, In de Rode Zee ligt de bloem zijner helden verdronken.
4ファラオの戦車と軍勢を、主は海に投げ込まれた。 選りすぐりの指揮官たちは紅海に沈んだ。
5De golven bedekten hen, Zij zakten als een steen in de diepte.
5深い水が彼らを覆い、 彼らは石のように深みに沈んだ。
6Uw rechterhand, Jahweh, is heerlijk door kracht, Uw rechterhand, Jahweh, verplettert den vijand!
6主よ、あなたの右の手は力に輝き、 主よ、あなたの右の手は敵を打ち砕く。
7In de volheid van uw majesteit werpt Gij uw tegenstanders neer, Laat Gij de vrije loop aan uw toorn, Die als kaf hen verteert.
7あなたは大いなる威厳によって、逆らい立つ者を打ち倒す。 あなたが憤りを放てば、それは彼らをわらのように焼き尽くす。
8Door uw briesen hoopten de wateren zich op, Bleven de golven staan als een dam, Stolden de baren in het midden der zee.
8あなたの鼻の息によって水は積み上がり、 流れは堤のように立ち、 深い水は海のただ中で固まった。
9De vijand sprak: Ik zet ze na, haal ze in, Ik verdeel de buit, ik zal mij verzadigen; Ik trek mijn zwaard, Mijn hand slaat ze neer.
9敵は言った。『追いかけ、追いつき、獲物を分けよう。 私の欲望を彼らによって満たそう。 剣を抜き、私の手で彼らを滅ぼそう。』
10Maar Gij hebt met uw adem geblazen en de zee golfde over hen heen; Zij zonken als lood in de vreselijke wateren.
10あなたが息を吹きかけると、 海は彼らを覆った。 彼らは大水の中に、鉛のように沈んだ。
11Wie is als Gij onder de goden, o Jahweh, Wie als Gij, heerlijk door heiligheid, Geducht om uw roemvolle daden, En om de wonderen, die Gij wrocht.
11主よ、神々の中に、だれがあなたに並び得よう。 だれがあなたのように聖さに輝き、 賛美を受けて恐るべく、驚くべき業を行うだろう。
12Gij strekt uw rechterhand uit, En de aarde verslindt ze!
12あなたが右の手を伸ばすと、 地は彼らをのみ込んだ。
13In uw goedheid leidt Gij het volk, dat Gij hebt verlost, In uw kracht voert Gij het naar uw heilige woning!
13あなたは慈しみによって、贖い出した民を導いた。 あなたの力によって、聖なる住まいへと彼らを導いた。
14De volken horen het en beven, Angst overvalt Filistea’s bewoners.
14もろもろの民は聞いて震え、 苦しみがペリシテの住民を捕らえた。
15De vorsten van Edom zijn van schrik overmand, De koningen van Moab rillen ervan. Onrust grijpt alle bewoners van Kanaän aan,
15エドムの族長たちはおののき、 モアブの勇士たちは震えに捕らえられ、 カナンの住民はみな、恐れに溶け去る。
16Bevangen door angst en ontzetting; Voor uw geweldige kracht Worden ze stom als een steen, Terwijl uw volk, o Jahweh, zijn doortocht voltooit, Het volk, dat Gij U hebt verworven, is overgestoken.
16恐怖とおののきが彼らを襲う。 あなたの大いなる腕によって、彼らは石のように黙する。 主よ、あなたの民が通り過ぎるまで、 あなたが贖い取った民が通り過ぎるまで。
17Nu brengt en plant Gij hen Op de berg van uw erfdeel; Op de plaats van uw woning, o Jahweh, die Gij U hebt bereid: Heer, in het heilige oord, Dat uw handen hebben gegrond!
17あなたは彼らを導き入れ、あなたの嗣業の山に植える。 主よ、そこはあなたが住まうために造られた場所、 主よ、あなたの御手が据えた聖所。
18Jahweh zal heersen Voor eeuwig en immer!
18主はとこしえの世々に、王として治められる。」
19Want toen de paarden van Farao De zee introkken, met zijn wagens en ruiters, Bedolf Jahweh hen met de golven der zee; Maar Israëls kinderen trokken er droogvoets doorheen!
19ファラオの馬が戦車や騎兵と共に海に入った時、主は海の水を彼らの上に引き戻された。しかしイスラエルの子らは、海のただ中の乾いた地を歩いた。
20En Mirjam de profetes, de zuster van Aäron, nam de tamboerijn ter hand, en terwijl alle vrouwen met tamboerijnen haar dansende volgden,
20アロンの姉、女預言者ミリアムは手にタンバリンを取り、女たちはみな、タンバリンを鳴らし、踊りながら彼女に続いた。
21herhaalde Mirjam voor hen het refrein: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven, Paard en ruiter wierp Hij in zee!
21ミリアムは彼らに応えて歌った。 「主に歌え。主は輝かしく勝利された。 馬と乗り手を海に投げ込まれた。」
22Daarna liet Moses Israël van de Rode Zee opbreken en trokken zij naar de woestijn van Sjoer. Toen zij al drie dagreizen ver de woestijn in waren getrokken, zonder water te vinden,
22モーセはイスラエルを紅海から進ませた。彼らはシュルの荒野へ出て行き、荒野を三日間進んだが、水を見つけられなかった。
23bereikten zij Mara. Maar ze konden het water van Mara niet drinken, omdat het bitter was; daarom noemde men het Mara.
23彼らはマラに着いたが、マラの水は苦くて飲めなかった。それで、その場所はマラと呼ばれた。
24Toen begon het volk tegen Moses te morren en zeide: Wat moeten we drinken?
24民はモーセにつぶやいた。「私たちは何を飲めばよいのか。」
25Hij bad tot Jahweh, en Jahweh wees hem een stuk hout aan; hij wierp het in het water, en het water werd zoet. Op deze plaats gaf hij hun voorschriften en wetten, en stelde hen daar voor de keus:
25モーセが主に叫ぶと、主は彼に一本の木を示された。彼がそれを水に投げ入れると、水は甘くなった。そこで主は彼らのために掟と定めを設け、彼らを試みられた。
26Zo ge luistert naar de stem van Jahweh, uw God, en doet wat recht is in zijn ogen, zo ge zijn geboden in acht neemt, en al zijn voorschriften onderhoudt, zal Ik geen van de kwalen, waarmee Ik Egypte heb geteisterd, u laten treffen, maar genees Ik u juist; Ik, Jahweh!
26主は言われた。「もしあなたが、あなたの神、主の声によく聞き従い、主の目に正しいことを行い、その命令に耳を傾け、すべての掟を守るなら、わたしがエジプト人に下した病を一つもあなたに下さない。わたしはあなたを癒やす主である。」
27Vandaar gingen zij naar Elim, waar twaalf waterbronnen zijn en zeventig palmen staan, en zij sloegen de legerplaats op aan het water.
27彼らはエリムに着いた。そこには十二の泉と七十本のなつめやしの木があった。彼らは水のほとりに宿営した。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.