Exodus 24
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen sprak Hij tot Moses: Klim op tot Jahweh, gij met Aäron, Nadab en Abihoe en zeventig van Israëls oudsten. Zij moeten op een afstand blijven neerknielen;
1主はモーセに言われた。「あなたはアロン、ナダブ、アビフ、イスラエルの長老七十人と共に主のもとへ上り、遠くから礼拝しなさい。
2Moses alleen mag tot Jahweh naderen, niet de anderen, en ook het volk mag niet met hem opstijgen.
2モーセだけが主に近づく。ほかの者は近づいてはならず、民も一緒に上ってはならない。」
3Toen ging Moses terug naar het volk, en deelde het alle bevelen en wetten van Jahweh mee. En heel het volk antwoordde eenstemmig: Alles wat Jahweh gezegd heeft, zullen we doen!
3モーセは来て、主のすべての言葉とすべての掟を民に告げた。すべての民は声をそろえて答え、「主が語られたすべての言葉を私たちは行います」と言った。
4En Moses schreef alle bevelen van Jahweh op. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar, en richtte twaalf wijstenen op naar het getal der twaalf stammen van Israël.
4モーセは主のすべての言葉を書き記した。彼は朝早く起き、山のふもとに祭壇と、イスラエルの十二部族のための十二の石の柱を築いた。
5Vervolgens gaf hij aan israëlietische jongemannen bevel, om brandoffers op te dragen en voor Jahweh jonge stieren als vredeoffers te slachten.
5彼はイスラエルの子らの若者たちを遣わし、彼らは主に全焼のいけにえをささげ、和解のいけにえとして牛を屠った。
6Toen nam Moses de helft van het bloed en goot het in schalen; de andere helft sprenkelde hij over het altaar.
6モーセは血の半分を取って鉢に入れ、残りの半分の血を祭壇に振りかけた。
7Daarna nam hij het verbondsboek en las het voor ten aanhoren van het volk. Zij herhaalden: Alles, wat Jahweh heeft gezegd, zullen we doen en daaraan gehoorzamen.
7彼は契約の書を取り、民が聞いている前でそれを読み上げた。彼らは言った。「主が語られたすべてのことを私たちは行い、聞き従います。」
8Nu nam Moses het bloed, sprenkelde het over het volk, en sprak: Zie, dit is het bloed van het Verbond, dat Jahweh met u heeft gesloten: het is gegrond op al deze bevelen.
8モーセは血を取り、民に振りかけて言った。「見よ、これは、これらすべての言葉に基づいて主があなたがたと結ばれた契約の血である。」
9Moses klom dus omhoog met Aäron, Nadab, Abihoe en de zeventig oudsten van Israël.
9それからモーセ、アロン、ナダブ、アビフ、およびイスラエルの長老七十人は上って行った。
10Daar mochten zij den God van Israël aanschouwen; onder zijn voeten was iets als een vloer van saffier, stralend als de hemel zelf.
10彼らはイスラエルの神を見た。その足の下はサファイアの石を敷き詰めたかのようであり、澄み切った空のようであった。
11En God strekte zijn hand niet uit tegen de uitverkorenen onder Israëls kinderen, ofschoon ze God hadden aanschouwd. Daarna at en dronk men.
11神はイスラエルの指導者たちに手を下されなかった。彼らは神を見て、食べ、また飲んだ。
12Vervolgens sprak Jahweh tot Moses: Kom tot Mij op de berg en blijf daar; dan zal Ik u de stenen tafelen geven met de wet en de geboden, die Ik tot hun onderrichting heb opgeschreven.
12主はモーセに言われた。「山を上ってわたしのもとへ来て、そこにいなさい。わたしが書き記した律法と命令の石の板を与える。あなたはそれをもって民を教えなさい。」
13Toen maakte Moses met zijn dienaar Josuë zich gereed, en besteeg Moses de berg Gods.
13モーセは従者ヨシュアと共に立ち上がり、モーセは神の山に上って行った。
14Hij zei tot de oudsten: Blijft hier, totdat we tot u terugkeren. Zie, Aäron en Choer blijven bij u. Wie een rechtsgeding heeft, kan zich tot hen wenden.
14モーセは長老たちに言った。「私たちが戻るまで、ここで待っていなさい。アロンとフルがあなたがたと共にいる。争い事のある者は、彼らのもとへ行きなさい。」
15Zo besteeg Moses de berg, die door de wolk bedekt was.
15モーセは山に上り、雲が山を覆った。
16Want de glorie van Jahweh rustte op de berg Sinaï, en de wolk hield hem zes dagen lang omhuld. En uit de wolk riep Hij Moses op de zevende dag.
16主の栄光がシナイ山の上にとどまり、雲は六日間山を覆った。七日目に、主は雲の真ん中からモーセを呼ばれた。
17En nu straalde op de top van de berg de glorie van Jahweh voor de ogen van de Israëlieten als een verterend vuur.
17主の栄光の姿は、イスラエルの子らの目には、山の頂にある焼き尽くす火のようであった。
18Toen Moses de berg beklom, kwam hij midden in de wolk. En veertig dagen en veertig nachten bleef Moses op de berg.
18モーセは雲の真ん中に入り、山に上って行った。モーセは四十日四十夜、山にいた。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.