ルカ
Chapter 22
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1さて、過越と呼ばれる種なしパンの祭りが近づいていた。
1Intussen begon het feest der ongedesemde broden te naderen, dat Pasen heet.
2祭司長たちと律法学者たちは、どうすればイエスを殺せるかと考えていた。民を恐れていたからである。
2En de opperpriesters en schriftgeleerden zochten naar een middel, om Hem te doden; want ze waren bang voor het volk.
3その時、十二人の一人に数えられていた、イスカリオテと呼ばれるユダにサタンが入った。
3Toen voer de satan in Judas, Iskáriot geheten, een van het twaalftal;
4ユダは出かけて行き、祭司長たちや神殿の警備隊長たちと、どうすればイエスを引き渡せるか相談した。
4en hij ging met de opperpriesters en bevelhebbers overleggen, hoe hij Hem aan hen zou overleveren.
5彼らは喜び、ユダに金を与えることに同意した。
5Ze waren verheugd, en kwamen overeen, hem geld te geven.
6ユダも承知し、群衆のいない時にイエスを引き渡す機会をうかがった。
6Hij stemde toe, en zocht dus naar een gelegenheid, om Hem zonder volksoploop aan hen over te leveren.
7過越のいけにえをほふらなければならない、種なしパンの日が来た。
7Toen nu de dag der ongedesemde broden was gekomen, waarop het Pascha moest worden geofferd,
8イエスはペテロとヨハネを遣わして言った。 「行って、私たちが食べる過越の食事を用意しなさい。」
8stuurde Hij Petrus en Johannes heen, en zeide: Gaat voor ons het paasmaal bereiden, opdat we het eten.
9二人はイエスに言った。「どこに用意することをお望みですか。」
9Ze zeiden Hem: Waar wilt Gij, dat we het bereiden?
10イエスは彼らに言った。 「見よ、あなたがたが都に入ると、水がめを運んでいる男に出会う。その人が入って行く家までついて行きなさい。
10Hij zei hun: Zie, als gij de stad binnengaat, zult gij een man tegenkomen, die een kruik water draagt; volgt hem in het huis, waar hij ingaat,
11そして、その家の主人にこう言いなさい。『先生があなたに、「弟子たちと一緒に過越の食事をする客間はどこですか」と言っています。』
11en zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt u: Waar is de zaal, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden?
12すると主人は、家具の整った広い二階の部屋を見せてくれる。そこで用意しなさい。」
12En hij zal u een grote opperzaal aanwijzen, van alles voorzien; maakt daar alles gereed.
13二人が行ってみると、イエスが言ったとおりだったので、過越の食事を用意した。
13Ze gingen heen, en vonden het, zoals Hij het hun had gezegd; en ze maakten het paasmaal gereed.
14時刻になると、イエスは十二使徒とともに食卓に着いた。
14Op de vastgestelde tijd ging Hij aanliggen aan tafel, en de twaalf apostelen met Hem.
15そして彼らに言った。 「私は苦しみを受ける前に、あなたがたと一緒にこの過越の食事をしたいと、心から願っていた。
15En Hij sprak tot hen: Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten.
16あなたがたに言う。過越が神の王国で成就するまでは、私は二度とこれを食べない。」
16Want Ik zeg u, dat Ik het niet meer zal eten, vóór het zijn vervulling bereikt in het koninkrijk Gods.
17イエスは杯を受け取り、感謝をささげてから言った。 「これを受け取り、互いに分けなさい。
17Toen nam Hij een kelk, sprak het dankgebed uit, en zeide: Neemt en verdeelt hem onder elkander.
18あなたがたに言う。神の王国が来るまでは、私は今から後、ぶどうの実からできたものを決して飲まない。」
18Want Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik de vrucht van de wijnstok niet meer drinken, totdat het koninkrijk Gods is gekomen.
19また、パンを取り、感謝をささげてから裂き、弟子たちに与えて言った。 「これは、あなたがたのために与えられる私の体である。私を覚えるために、これを行いなさい。」
19Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot mijne gedachtenis.
20食事の後、同じように杯を取り、言った。 「この杯は、あなたがたのために注ぎ出される私の血による新しい契約である。
20Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten.
21しかし見よ、私を裏切る者の手が、私とともに食卓の上にある。
21Zie, de hand van hem, die Mij verraadt, is met Mij op de tafel.
22人の子は定められたとおりに去って行く。しかし、人の子を裏切るその者には災いがある。」
22De Mensenzoon gaat wel heen, zoals het is vastgesteld; maar wee dien mens, door wien Hij wordt verraden.
23弟子たちは、このようなことをする者は自分たちのうちのだれかと、互いに問い始めた。
23Toen begonnen ze onder elkander te vragen, wie van hen het toch zijn kon, die dat zou doen.
24また、自分たちのうちでだれが一番偉いと見なされるかをめぐって、弟子たちの間に争いが起こった。
24Nog ontstond er een twist onder hen, wie van hen als de eerste gold.
25イエスは彼らに言った。 「異邦人の王たちは民を支配し、民の上に権力を振るう者たちは『恩人』と呼ばれている。
25Maar Hij zeide hun: De koningen der volken heersen over hen, en die het gezag over hen voeren, laten zich weldoeners noemen.
26しかし、あなたがたはそうであってはならない。あなたがたの中で一番偉い者は一番若い者のように、治める者は仕える者のようになりなさい。
26Zo moet het niet zijn onder u; maar de grootste onder u moet als de jongste zijn, en wie aan het hoofd staat, als een die dient!
27食卓に着く者と給仕する者では、どちらが偉いか。食卓に着く者ではないか。しかし私は、仕える者としてあなたがたの中にいる。
27Wie toch is groter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet, die aan tafel ligt? Welnu, Ik ben onder u als de dienaar.
28「あなたがたは、私が試練に遭っている間も、ともに歩み続けてくれた者たちである。
28Gij zijt Mij trouw gebleven bij mijn beproevingen.
29私の父が私に王国を授けてくださったように、私もあなたがたに王国を授ける。
29Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:
30それは、あなたがたが私の王国で私の食卓に着いて食べたり飲んだりし、王座に座ってイスラエルの十二部族を裁くためである。」
30dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.
31主は言った。 「シモン、シモン、見よ、サタンはあなたがたを麦のようにふるいにかけようと、自分の手に渡すよう求めた。
31Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen willen ziften als tarwe.
32しかし私は、あなたの信仰がなくならないように、あなたのために祈った。あなたは立ち直ったら、兄弟たちを力づけなさい。」
32Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken; en gij, wanneer ge u bekeerd hebt, bevestig dan uw broeders.
33シモンはイエスに言った。「主よ、私はあなたと一緒なら、牢獄にも死にも行く覚悟ができています。」
33Hij zei Hem: Heer, ik ben bereid, met U zelfs kerker en dood in te gaan.
34イエスは言った。 「ペテロ、あなたに言う。今日、あなたが私を知っていることを三度否むまで、鶏は決して鳴かない。」
34Maar Hij sprak: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, voordat ge driemaal geloochend hebt, Mij te kennen.
35また彼らに言った。 「私が財布も袋も履物も持たせずにあなたがたを遣わした時、何か不足したものがあったか。」 彼らは言った。「何もありませんでした。」
35Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets.
36そこでイエスは彼らに言った。 「しかし今は、財布のある者はそれを持ち、袋も同じように持ちなさい。剣を持っていない者は、上着を売って剣を買いなさい。
36Hij ging voort: Maar nu, wie een beurs heeft, moet ze meenemen, en ook zijn reiszak; en wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen.
37あなたがたに言う。『彼は律法に背く者たちとともに数えられた』と書かれていることは、なお私において成就しなければならない。 私に関することは、今まさに成就しようとしているからである。」
37Want Ik zeg u: Ook dit Schriftwoord moet aan Mij worden vervuld: “En Hij is onder de misdadigers gerekend”. Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.
38彼らは言った。「主よ、見よ、ここに剣が二振りあります。」 イエスは彼らに言った。 「それで十分だ。」
38Ze zeiden: Heer, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zei hun: Genoeg.
39イエスは外へ出て、いつものようにオリーブ山へ行った。弟子たちもついて行った。
39Nu ging Hij naar buiten, en begaf Zich volgens gewoonte naar de Olijfberg; ook zijn leerlingen gingen met Hem mee.
40その場所に着くと、彼らに言った。 「誘惑に陥らないように祈りなさい。」
40Daar aangekomen, sprak Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in bekoring komt.
41そして弟子たちから石を投げれば届くほどの所まで離れ、ひざまずいて祈り、
41Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp ver, viel op zijn knieën neer,
42言った。 「父よ、もし御心なら、この杯を私から取り除いてください。しかし、私の望むことではなく、あなたの御心が行われますように。」
42en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.
43すると、天から御使いが現れ、イエスを力づけた。
43Toen verscheen Hem een engel uit de hemel, die Hem sterkte.
44イエスは苦悶の中で、いっそう切に祈った。その汗は、地面に落ちる大きな血の滴のようになった。
44En door doodsangst bevangen, bad Hij nog vuriger, en zijn zweet droop als bloeddruppels neer op de grond.
45イエスは祈りを終えて立ち上がり、弟子たちの所へ来ると、彼らが悲しみのために眠り込んでいるのを見た。
45Toen Hij opstond van zijn gebed, en naar de leerlingen ging, vond Hij ze van droefheid in slaap.
46そして彼らに言った。 「なぜ眠っているのか。起きて、誘惑に陥らないように祈りなさい。」
46Hij zeide hun: Hoe kunt gij slapen? Staat op, en bidt, dat gij niet in bekoring komt.
47イエスがまだ話しているうちに、群衆が現れた。十二人の一人でユダと呼ばれる者が先頭に立ち、イエスに口づけしようと近づいた。
47Terwijl Hij nog sprak, zie daar kwam een bende aan; en één van de twaalf, Judas genaamd, ging voor hen uit, en trad op Jesus toe, om Hem te kussen.
48しかしイエスは彼に言った。 「ユダ、口づけで人の子を裏切るのか。」
48Jesus zei hem: Judas, verraadt ge den Mensenzoon met een kus?
49イエスの周りにいた者たちは、事態を見て言った。「主よ、剣で切りつけましょうか。」
49Toen zij, die bij Hem waren, zagen wat er gebeuren ging, zeiden ze Hem: Heer, willen we met het zwaard er op inslaan?
50そのうちの一人が大祭司のしもべに切りつけ、右の耳を切り落とした。
50En één van hen trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af.
51しかしイエスは答えた。 「これだけはさせなさい。」 そして、その耳に触れて癒やした。
51Maar Jesus gaf ten antwoord: Houdt op; genoeg! Hij raakte het oor aan, en genas het.
52それから、自分を捕らえに来た祭司長たち、神殿の警備隊長たち、長老たちに言った。 「強盗に向かうように、剣やこん棒を持って出て来たのか。
52Nu sprak Jesus tot de opperpriesters, de bevelhebbers van de tempel en de oudsten, die op Hem waren afgekomen: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken.
53私は毎日あなたがたとともに神殿にいたのに、あなたがたは私に手をかけなかった。しかし今は、あなたがたの時、闇の力の時である。」
53Dag aan dag was Ik bij u in de tempel, en gij hebt geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur, en dit is de macht der duisternis.
54彼らはイエスを捕らえて連れ去り、大祭司の家に引いて行った。ペテロは遠く離れてついて行った。
54Toen namen ze Hem gevangen, en voerden Hem weg naar het huis van den hogepriester, terwijl Petrus van verre bleef volgen.
55人々が中庭の中央に火をたいて一緒に座ると、ペテロもその中に座った。
55Toen ze nu op de binnenhof vuur hadden ontstoken, en er omheen waren gaan zitten, nam ook Petrus onder hen plaats.
56ある女中が、ペテロが火明かりの中に座っているのを見て、じっと見つめて言った。「この人もイエスと一緒にいました。」
56Een der dienstmeisjes zag hem in het licht zitten; ze keek hem aan, en zeide: Ook deze hier was bij Hem.
57しかしペテロはイエスを否定して言った。「女の人、私はあの人を知らない。」
57Maar hij loochende het, en sprak: Vrouw, ik ken Hem niet.
58しばらくして、別の人がペテロを見て言った。「あなたもあの人たちの仲間だ。」 しかしペテロは答えた。「いや、私は違う。」
58Kort daarop zag hem iemand anders, en zeide: Ook gij zijt een van hen. Maar Petrus sprak: Neen man; dat ben ik niet.
59一時間ほどたつと、ほかの人が強く主張して言った。「確かにこの人も一緒にいた。この人はガリラヤ人だからだ。」
59Ongeveer een uur later verzekerde een ander: Ja toch; ook deze hier was met Hem; want ook hij is een Galileër.
60しかしペテロは言った。「あなたが何を言っているのか、私には分からない。」彼がまだ話しているうちに、すぐに鶏が鳴いた。
60Petrus sprak: Man, ik begrijp niet, wat ge zegt. Op hetzelfde ogenblik, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan.
61主は振り向いてペテロを見つめた。ペテロは、主が自分に、 「鶏が鳴く前に、あなたは三度私を否定する」 と言われた言葉を思い出した。
61En de Heer keerde Zich om, en zag Petrus aan. Toen dacht Petrus aan het woord van den Heer, en hoe Hij hem had gezegd: Eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochenen.
62そして外へ出て、激しく泣いた。
62En hij ging naar buiten, en weende bitter.
63イエスを拘束していた男たちは、イエスをあざけり、殴った。
63De mannen, die Jesus bewaakten, bespotten en mishandelden Hem:
64目隠しをして顔を打ち、「預言してみろ。おまえを打ったのはだれか」と尋ねた。
64ze blinddoekten Hem, en vroegen Hem dan: Profeteer, wie U geslagen heeft?
65そのほかにも多くの侮辱の言葉を浴びせた。
65En ze beten Hem veel andere scheldwoorden toe.
66夜が明けると、民の長老たち、祭司長たち、律法学者たちが集まり、イエスを議会に連れて行って言った。
66Toen het dag was geworden, kwam de Raad van het volk, opperpriesters en schriftgeleerden bijeen; ze lieten Hem voor hun rechtbank brengen, en zeiden: Zo Gij de Christus zijt, zeg het ons dan.
67「もしおまえがキリストなら、われわれに言え。」 しかしイエスは彼らに言った。 「たとえ私が言っても、あなたがたは信じない。
67Hij sprak tot hen: Wanneer Ik u iets zeg, gelooft gij het niet;
68私が尋ねても、あなたがたは決して答えず、私を釈放しようともしない。
68en wanneer Ik u iets vraag, dan antwoordt gij niet.
69しかし今から後、人の子は神の力の右に座る。」
69Maar van nu af aan zal de Mensenzoon zijn gezeten aan de rechterhand van de kracht Gods.
70彼らは皆言った。「では、おまえは神の子なのか。」 イエスは彼らに言った。 「あなたがたの言うとおり、私はそうである。」
70Nu zeiden allen: Gij zijt dus de Zoon van God? Hij sprak tot hen: Gij zegt het; Ik ben het.
71彼らは言った。「なぜ、これ以上あかしが必要だろう。われわれ自身が、彼の口から聞いたのだ。」
71Toen zeiden ze: Wat hebben we nog getuigenis nodig? We hebben het zelf uit zijn eigen mond gehoord.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.