ルカ 4
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1イエスは聖霊に満たされてヨルダン川から帰り、御霊によって荒野へ導かれ、
1Toen verliet Jesus, vervuld van den Heiligen Geest, de Jordaan, en werd door den Geest naar de woestijn gevoerd,
2四十日間、悪魔の誘惑を受けた。その間、何も食べず、その期間が終わると空腹を覚えた。
2veertig dagen lang; en Hij werd door den duivel bekoord. In al die dagen at Hij niets; en toen ze ten einde waren, kreeg Hij honger.
3悪魔はイエスに言った。「あなたが神の子なら、この石にパンになれと命じなさい。」
3Nu sprak de duivel tot hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot die steen, dat hij brood moet worden.
4イエスは答えた。 「『人はパンだけで生きるのではなく、神の一つ一つの言葉によって生きる』と書かれている。」
4Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: “De mens zal niet leven van brood alleen”.
5悪魔はイエスを高い山へ連れて行き、一瞬のうちに世界のすべての国々を見せた。
5Daarna voerde hij Hem naar een hoger punt, en toonde Hem in een enkel ogenblik al de koninkrijken der wereld.
6そして言った。「このすべての権威と栄華をあなたに与えよう。これは私に渡されており、私は望む者に与えることができる。
6En de duivel zeide Hem: Ik zal U al die macht en de heerlijkheid daarvan geven; want mij zijn ze geschonken, en ik geef ze, wien ik wil.
7だから、あなたが私の前にひれ伏すなら、すべてはあなたのものになる。」
7Wanneer Gij mij aanbidt, zal dit alles het uwe zijn.
8イエスは答えた。 「私の後ろに退け、サタン。『あなたの神である主を礼拝し、ただ主にのみ仕えなければならない』と書かれている。」
8Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: “Ge zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen”.
9悪魔はイエスをエルサレムへ連れて行き、神殿の屋根の端に立たせて言った。「あなたが神の子なら、ここから飛び降りなさい。
9Nu voerde hij Hem naar Jerusalem en plaatste Hem op het dakterras van de tempel. En hij zei Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan van hier naar beneden.
10こう書かれているからだ。 『神はあなたのために御使いたちに命じ、あなたを守らせる。』
10Want er staat geschreven: Zijn engelen zal Hij over U bevelen, om U te behoeden;
11また、 『彼らはその手であなたを支え、 あなたの足が石に打ち当たることのないようにする。』」
11en ze zullen U op de handen dragen, opdat Gij aan geen steen uw voet zoudt stoten.
12イエスは答えた。 「『あなたの神である主を試してはならない』と言われている。」
12Jesus antwoordde hem: Er is gezegd: “Ge zult den Heer uw God niet beproeven”.
13悪魔はあらゆる誘惑を終えると、次の機会までイエスから離れた。
13Nadat de duivel al zijn bekoringen had uitgeput, verliet hij Hem voor een tijd.
14イエスは御霊の力に満ちてガリラヤへ帰り、その評判は周辺一帯に広まった。
14Toen keerde Jesus in de kracht van den Geest naar Galilea terug. En zijn faam drong heel de omtrek door.
15イエスは彼らの会堂で教え、すべての人から称賛された。
15Hij gaf onderricht in hun synagogen, en werd door allen geëerd.
16イエスは育った町ナザレへ行き、いつものように安息日に会堂に入り、朗読するために立ち上がった。
16Zo kwam Hij ook te Názaret, waar Hij was groot gebracht, en ging naar gewoonte op de sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond, om de voorlezing te houden,
17預言者イザヤの書が手渡された。イエスは巻物を開き、こう書かれている箇所を見つけた。
17reikte men Hem het boek van den profeet Isaias over. Hij rolde het boek open, en trof de plaats, waar geschreven staat:
18「主の霊が私の上におられる。 貧しい人々に福音を宣べ伝えるため、主が私に油を注がれたからである。 主は、心の打ち砕かれた者を癒やし、 捕らわれた者に解放を、 目の見えない者に視力の回復を告げ、 打ちひしがれた者を自由にし、
18De Geest des Heren rust op Mij; Want Hij heeft Mij gezalfd, Om aan armen de blijde boodschap te brengen.
19主の恵みの年を告げるために、私を遣わされた。」
19Hij heeft Mij gezonden, Om aan gevangenen verlossing, Aan blinden genezing te verkondigen; Om verdrukten in vrijheid te stellen, Om aan te kondigen het genadejaar van den Heer.
20イエスは巻物を閉じ、係の者に返して座った。会堂にいたすべての人の目が、イエスに注がれていた。
20Toen rolde Hij het boek dicht, gaf het aan den beambte terug, en zette Zich neer. Aller ogen waren in de synagoge op Hem gevestigd.
21イエスは彼らに語り始めた。 「今日、この聖書の言葉が、あなたがたの聞いているところで実現した。」
21Nu ving Hij aan, en sprak tot hen: Heden is het Schriftwoord, dat gij gehoord hebt, vervuld.
22人々は皆、イエスについて証言し、その口から出る恵みに満ちた言葉に驚いて言った。「この人はヨセフの子ではないか。」
22Allen betuigden Hem bijval, en stonden verbaasd over de lieflijke woorden, die er vloeiden uit zijn mond. En ze zeiden: Is dit niet de zoon van Josef?
23イエスは彼らに言った。 「きっとあなたがたは、『医者よ、自分を治せ』ということわざを私に言うだろう。『カペナウムで行ったと聞いていることを、ここ、あなたの故郷でも行え』と。
23Hij sprak tot hen: Gij zult Mij zeker dit spreekwoord doen horen: Geneesheer, genees uzelf. Doe ook hier in uw vaderstad, wat, naar we vernamen, in Kafárnaum is geschied.
24イエスは言った。 「まことに、あなたがたに告げる。預言者はだれも、自分の故郷では受け入れられない。
24Hij ging voort: Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt in zijn eigen geboortestad erkend.
25まことに、あなたがたに告げる。エリヤの時代、三年六か月の間、天が閉ざされ、全地に大飢饉が起こった時、イスラエルには多くのやもめがいた。
25Voorwaar, Ik zeg u: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef, zodat er over heel het land grote hongersnood heerste;
26しかしエリヤが遣わされたのは、そのうちのだれでもなく、シドンの地のツァレファテにいた一人のやもめの女のところだけだった。
26en toch, tot niemand van haar werd Elias gezonden. maar wel tot een weduwe te Sarepta van Sidónië.
27また、預言者エリシャの時代、イスラエルには多くのらい病人がいたが、清められたのはシリア人ナアマンだけであった。」
27Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van den profeet Eliseüs; en toch, niemand van hen werd gereinigd, maar wel Naämán, de Syriër.
28会堂にいた人々はこれを聞くと、皆、激しい怒りに満たされた。
28Toen ze dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend;
29彼らは立ち上がってイエスを町の外に追い出し、町が建っている丘の崖まで連れて行き、そこから突き落とそうとした。
29ze sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te storten.
30しかしイエスは彼らの真ん中を通り抜け、立ち去った。
30Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.
31イエスはガリラヤの町カペナウムへ下り、安息日に人々を教えていた。
31Nu daalde Hij naar Kafárnaum af, een stad van Galilea, en trad op sabbat als leraar voor hen op.
32人々はその教えに驚いた。その言葉には権威があったからである。
32Men stond verbaasd over zijn leer; want Hij sprak met gezag.
33会堂に、汚れた悪霊につかれた人がいて、大声で叫んだ。
33Eens was er in de synagoge een man, met een onreinen, duivelsen geest. Hij riep met luider stem:
34「ああ、ナザレのイエスよ、私たちとあなたに何の関わりがあるのですか。私たちを滅ぼしに来たのですか。私はあなたがどなたか知っています。神の聖なる方です。」
34Wel, wat hebt Gij met ons te maken, Jesus van Názaret? Zijt Gij gekomen, om ons in het verderf te storten? Ik weet, wie Gij zijt: de Heilige Gods.
35イエスは叱りつけて言った。 「黙れ。この人から出て行け。」 悪霊はその人を人々の真ん中に投げ倒したが、傷つけることなく出て行った。
35Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit. De geest slingerde hem tussen de omstanders in, en ging van hem uit, zonder hem enig letsel te doen.
36人々は皆、驚きに包まれ、互いに言った。「これは何という言葉だろう。権威と力をもって汚れた霊に命じると、出て行くではないか。」
36Allen waren verbaasd, en zeiden tot elkander: Wat mag dat toch zijn? Want met gezag en macht gebiedt Hij de onreine geesten, en ze gaan uit.
37イエスの評判は、周辺地方のあらゆる所に広まった。
37En zijn faam ging overal in de omtrek rond.
38イエスは会堂を出て、シモンの家に入った。シモンのしゅうとめが高熱で苦しんでいたので、人々は彼女のためにイエスに願った。
38Toen Hij de synagoge had verlaten, begaf Hij Zich naar het huis van Simon. De schoonmoeder van Simon lag ziek aan zware koorts; en men vroeg Hem haar te helpen.
39イエスが彼女のそばに立って熱を叱ると、熱は去った。彼女はすぐに起き上がり、彼らをもてなした。
39Hij boog Zich over haar heen, gebood de koorts, en deze verliet haar. Onmiddellijk stond ze op, en bediende Hem.
40日が沈むころ、さまざまな病気で苦しむ者を抱えていた人々は皆、彼らをイエスのもとに連れて来た。イエスは一人一人に手を置いて癒やした。
40Na zonsondergang brachten allen hun zieken, aan welke kwaal ze ook leden, naar Hem toe; Hij legde hun één voor één de handen op, en genas ze.
41多くの人から悪霊も出て行き、「あなたはキリスト、神の子です」と叫んだ。イエスは悪霊を叱り、話すことを許さなかった。彼らがイエスをキリストだと知っていたからである。
41Ook gingen van velen de boze geesten uit, terwijl ze riepen: Gij zijt de Zoon van God. Maar ten strengste verbood Hij hun te spreken, omdat ze wisten, dat Hij de Christus was.
42夜が明けると、イエスは出て行き、人里離れた所へ行った。群衆はイエスを捜し、そばまで来ると、自分たちから離れて行かないように引き止めた。
42Toen het dag was geworden, ging Hij heen, en begaf Hij Zich naar een eenzame plaats. De scharen zochten naar Hem; en toen ze Hem hadden bereikt, trachtten ze Hem te beletten, van hen heen te gaan.
43しかしイエスは彼らに言った。 「私はほかの町々にも神の王国の福音を宣べ伝えなければならない。そのために遣わされたからである。」
43Maar Hij zeide hun: Ook aan andere steden moet Ik de blijde boodschap van het koninkrijk Gods gaan verkondigen; want daartoe ben Ik gezonden.
44イエスはガリラヤの諸会堂で宣べ伝えていた。
44En Hij preekte in de synagogen van Judea.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.