創世記
Chapter 9
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1神はノアとその息子たちを祝福して、彼らに言われた。「生めよ。増えよ。地に満ちよ。
1Toen zegende God Noë met zijn zonen, en sprak tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u, en bevolkt de aarde.
2地のすべての動物、空のすべての鳥、地面を動くすべてのもの、海のすべての魚は、あなたがたを恐れ、おののく。これらはあなたがたの手に委ねられている。
2Vrees en schrik voor u zal heersen bij alle dieren op de aarde en bij alle vogels in de lucht; al wat over de aarde kruipt en alle vissen in de zee zijn onderworpen aan uw macht.
3生きて動くものはすべて、あなたがたの食物となる。青草を与えたように、わたしはこれらすべてをあなたがたに与える。
3Alles, wat beweegt en leeft zal u tot voedsel strekken; met het groene gewas geef Ik dit alles aan u.
4ただし、その命である血を含んだまま、肉を食べてはならない。
4Alleen het vlees, waarin de ziel nog woont, die het bloed is, moogt ge niet eten.
5わたしは必ず、あなたがたの命の血の責任を問う。すべての動物にもその責任を問う。また人にも、すなわちその兄弟である人にも、人の命の責任を問う。
5Maar uw eigen levensbloed zal Ik wreken; van alle dieren zal Ik het terugeisen, zowel als van de mensen; van iedereen zal Ik het leven van den evenmens terugvorderen.
6人の血を流す者は、人によって自分の血を流される。神はご自身のかたちに人を造られたからである。
6Wie het bloed van een mens vergiet, Diens bloed zal door mensen worden vergoten; Want als zijn beeld heeft God den mens gemaakt.
7あなたがたは、生めよ。増えよ。地に満ち広がり、地の上で増えよ。」
7Gij dan weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; wordt talrijk op de aarde, en bevolkt haar.
8神はノアと、彼と共にいた息子たちに告げられた。
8Daarop sprak God tot Noë en zijn zonen:
9「見よ、わたしはあなたがたと、あなたがたの後に続く子孫と、わたしの契約を結ぶ。
9Zie, Ik zelf, Ik sluit mijn verbond met u, en met uw kroost na u,
10また、あなたがたと一緒にいるすべての生き物、すなわち鳥、家畜、あなたがたと一緒にいる地のすべての動物、箱舟から出たすべてのもの、地のすべての動物と契約を結ぶ。
10en met alle levende wezens, die bij u zijn: met de vogels, de viervoetige dieren en alle dieren der aarde, met al wat uit de ark is gekomen, met al wat op de aarde leeft.
11わたしはあなたがたと契約を結ぶ。すべての肉なるものが、再び洪水によって断ち切られることはなく、地を滅ぼす洪水は二度と起こらない。」
11Ik sluit met u mijn verbond, dat nooit meer een schepsel door de wateren van de zondvloed zal worden verdelgd, en dat er nooit meer een zondvloed zal komen om de aarde te verwoesten.
12神は言われた。「これは、わたしとあなたがた、またあなたがたと一緒にいるすべての生き物との間に、代々永遠に結ぶ契約のしるしである。
12En God sprak: Dit is het teken van het verbond, Dat Ik sluit voor alle geslachten, die komen: Tussen Mij en tussen u, En alle levende wezens, die bij u zijn.
13わたしは雲の中にわたしの虹を置く。それが、わたしと地との間の契約のしるしとなる。
13Mijn boog zet Ik in de wolken Als een teken van het verbond tussen Mij en de aarde!
14わたしが地の上に雲を起こし、雲の中に虹が現れるとき、
14Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, En de boog verschijnt in de wolken,
15わたしは、わたしとあなたがた、またすべての肉なるあらゆる生き物との間にあるわたしの契約を思い起こす。水が再び洪水となって、すべての肉なるものを滅ぼすことはない。
15Dan zal Ik mijn verbond gedenken Tussen Mij en u en alle levende wezens. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een zondvloed, Om alle vlees te verdelgen.
16雲の中に虹があるとき、わたしはそれを見て、神と、地の上にあるすべての肉なるあらゆる生き物との間の永遠の契約を思い起こす。」
16Als de boog in de wolken staat, Zal Ik hem zien, om het eeuwig verbond te gedenken Tussen God en alle levende wezens, Alle schepselen, die op aarde zijn.
17神はノアに言われた。「これが、わたしと、地の上にあるすべての肉なるものとの間に、わたしが立てた契約のしるしである。」
17En God sprak tot Noë: Dit is het teken van het verbond, dat Ik gesloten heb tussen Mij en alle schepselen, die op aarde zijn.
18箱舟から出たノアの息子たちは、セム、ハム、ヤペテであった。ハムはカナンの父である。
18De zonen van Noë, die de ark verlieten, waren Sem, Cham en Jáfet; Cham was de vader van Kanaän.
19この三人がノアの息子たちであり、彼らから全地の人々が広がった。
19Dit waren de drie zonen van Noë, en door hen werd de hele aarde bevolkt.
20ノアは農夫となり、ぶどう園を作った。
20Noë begon het land te bebouwen, en plantte een wijngaard.
21彼はぶどう酒を飲んで酔い、天幕の中で裸になっていた。
21Hij dronk van de wijn, werd er door bedwelmd, en lag naakt in zijn tent.
22カナンの父であるハムは、父の裸を見て、外にいる二人の兄弟に告げた。
22Toen Cham, de vader van Kanaän, de schaamte van zijn vader zag, ging hij het buiten aan zijn twee broers vertellen.
23セムとヤペテは衣を取り、それを二人の肩に掛け、後ろ向きに歩いて行き、父の裸を覆った。彼らは顔を背けていたので、父の裸を見なかった。
23Maar Sem en Jáfet haalden een mantel, legden die allebei op hun schouders, liepen achterwaarts binnen, en met afgewend gelaat bedekten ze de schaamte van hun vader, zodat ze de schaamte van hun vader niet zagen.
24ノアはぶどう酒から覚め、末の息子が自分にしたことを知った。
24Toen Noë uit zijn roes was ontwaakt, en vernam, wat zijn jongste zoon hem had gedaan,
25彼は言った。 「カナンは呪われよ。 彼は兄弟たちのしもべのしもべとなる。」
25sprak hij: Vervloekt zij Kanaän, Een slaaf der slaven zal hij zijn voor zijn broeders.
26彼は言った。 「セムの神である主は祝福されよ。 カナンはセムのしもべとなれ。
26Hij sprak: Gezegend zij Jahweh, de God van Sem, Kanaän zij hem tot slaaf.
27神がヤペテを広げてくださるように。 ヤペテがセムの天幕に住むように。 カナンは彼のしもべとなれ。」
27Moge God voor Jáfet ruimte maken, Dat hij wone in de tenten van Sem; Kanaän zij hem tot slaaf.
28洪水のあと、ノアは三百五十年生きた。
28Noë leefde na de zondvloed nog driehonderd vijftig jaar.
29こうして、ノアの全生涯は九百五十年であった。そして彼は死んだ。
29Heel de levensduur van Noë was negenhonderd vijftig jaar. En hij stierf.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.