創世記
Chapter 45
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1そのとき、ヨセフは自分の前に立っているすべての人の前で、自分を抑えることができなくなり、「すべての人を私の前から出しなさい」と叫んだ。ヨセフが兄弟たちに自分を明かしたとき、ほかの誰も彼と一緒に立っていなかった。
1Nu kon Josef zich voor al de omstanders niet langer bedwingen. Hij riep, dat allen zouden heengaan, zodat er niemand bij was, toen Josef zich aan zijn broeders bekend maakte.
2彼は声を上げて泣いた。エジプト人たちはそれを聞き、ファラオの家もそれを聞いた。
2Hij begon hardop te schreien, zodat de Egyptenaren en het hof van Farao het hoorden.
3ヨセフは兄弟たちに言った。「私はヨセフだ。父はまだ生きているか。」 兄弟たちは彼に答えることができなかった。彼の前でおびえていたからである。
3Hij zei tot zijn broers: Ik ben Josef! Leeft vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat, hem te antwoorden; ze deinsden van schrik voor hem terug.
4ヨセフは兄弟たちに言った。「どうか、私に近づいてください。」 彼らが近づくと、彼は言った。「私は、あなたがたがエジプトに売った、弟のヨセフだ。
4Maar Josef sprak tot zijn broers: Komt toch dichter bij me! En toen zij dit hadden gedaan, herhaalde hij: Ik ben Josef, uw broer, dien ge naar Egypte verkocht hebt.
5だが今、私をここへ売ったことで心を痛めたり、自分を責めたりしないでください。命を救うため、神があなたがたより先に私を遣わされたのです。
5Weest niet bedroefd en boos op uzelf, dat ge mij hierheen hebt verkocht. Neen, God heeft mij voor u uitgezonden, om uw leven te redden.
6この二年間、この地に飢饉がありました。そしてまだ五年、耕すことも刈り入れることもない年があります。
6Want twee jaren heerst er nu al hongersnood in het land, en nog vijf jaar lang zal men ploegen noch oogsten.
7神は、あなたがたのために地上に残りの者を保ち、大いなる救いによってあなたがたの命を残すため、私を先に遣わされたのです。
7God heeft me voor u uitgezonden, om uw geslacht op aarde te behouden en uw eigen leven te redden.
8だから、私をここへ遣わしたのはあなたがたではなく、神なのです。神は私をファラオの父、その全家の主、エジプト全土の統治者とされました。
8Want niet gij hebt mij hierheen gezonden, maar God zelf. Hij heeft mij tot een vader voor Farao gemaakt, tot meester over heel zijn huis en heerser over heel het land van Egypte.
9急いで父のところへ上り、告げてください。『あなたの息子ヨセフがこう申します。「神は私をエジプト全土の主とされました。ためらわず、私のところへ下って来てください。
9Keert dus terstond terug naar mijn vader, en zegt hem: Zo spreekt uw zoon Josef! “God heeft mij tot heer over heel Egypte verheven; talm dus niet, en kom naar mij toe.
10あなたはゴシェンの地に住むことになります。あなたも、子どもたちも、孫たちも、羊の群れも、牛の群れも、あなたのすべての持ち物も、私の近くにいることになります。
10Gij kunt met uw zonen en kleinzonen, uw schapen en runderen en al wat u toebehoort in het land Gósjen gaan wonen, zodat ge dicht bij me zult zijn.
11そこで私があなたを養いましょう。飢饉はなお五年続きます。あなたも家族も、持ち物も、窮乏することのないように。」』
11Ik zal u met uw huisgezin en heel uw bezit onderhouden, opdat gij niet tot armoede vervalt; want de hongersnood zal nog vijf jaren duren.”
12見よ、あなたがたも弟ベニヤミンも、語っているのがほかならぬ私であると、その目で見ています。
12Gij ziet het toch met eigen ogen, en mijn broer Benjamin ziet het ook, dat ik in eigen persoon tot u spreek.
13エジプトでの私の栄誉と、ここで見たすべてのことを父に告げ、急いで父をここへ連れて下って来てください。」
13Vertelt dus mijn vader van al de glorie, die ik in Egypte geniet, en van alles wat gij hebt gezien, en brengt dan mijn vader zo spoedig mogelijk hier.
14ヨセフは弟ベニヤミンの首を抱いて泣き、ベニヤミンも彼の首を抱いて泣いた。
14Toen omhelsde hij onder tranen zijn broer Benjamin, en ook zijn broer Benjamin schreide bij de omhelzing.
15彼はすべての兄弟たちに口づけし、彼らを抱いて泣いた。その後、兄弟たちは彼と語り合った。
15Dan kuste hij wenend al zijn broers. Toen eerst durfden zijn broers tot hem spreken.
16「ヨセフの兄弟たちが来た」との知らせがファラオの家に届いた。ファラオも家来たちも喜んだ。
16Het gerucht, dat de broers van Josef waren gekomen, drong door tot het paleis van Farao, en Farao en zijn hof waren erover verheugd.
17ファラオはヨセフに言った。「あなたの兄弟たちに言いなさい。『このようにしなさい。あなたがたの家畜に荷を積み、カナンの地へ行きなさい。
17En Farao sprak tot Josef: Zeg aan uw broers, dat ze zó moeten doen! “Zadelt uw dieren en trekt naar het land Kanaän,
18あなたがたの父と家族を連れて、私のところへ来なさい。私はあなたがたにエジプトの地の良いものを与え、あなたがたはその地の最良のものを食べるだろう。』
18om uw vader en uw gezinnen te halen, en komt naar mij terug. Dan zal ik u het puik van Egypte schenken, en ge zult het beste genieten, wat het land opbrengt.”
19また、あなたはこのように命じなさい。『あなたがたの幼い子どもたちと妻たちのために、エジプトの地から荷車を取り、あなたがたの父を乗せて来なさい。
19Ook dit moet ge hun gelasten: “Neemt uit Egypte wagens mee voor uw kleine kinderen en vrouwen; vervoert er ook uw vader mee en komt hierheen.
20持ち物を惜しむ必要はない。エジプト全土の最良のものが、あなたがたのものとなる。』」
20Ge behoeft geen spijt om uw huisraad te hebben; want het allerbeste, wat Egypte kan bieden, is voor u!”
21イスラエルの子らはそのようにした。ヨセフはファラオの命令にしたがって彼らに荷車を与え、道中のための食料を与えた。
21Zo deden de zonen van Israël; Josef gaf hun op bevel van Farao wagens, en verschafte hun levensmiddelen voor de reis.
22彼ら全員に、それぞれ着替えの衣を一着ずつ与えた。ベニヤミンには銀三百枚と着替えの衣五着を与えた。
22Aan ieder van hen schonk hij een stel feestgewaden, maar aan Benjamin driehonderd zilverstukken en vijf stel feestgewaden.
23彼は父のために次のものを送った。エジプトの良いものを積んだ十頭のろば、父の道中のために穀物とパンと食料を積んだ十頭の雌ろばである。
23Eveneens zond hij aan zijn vader tien ezels, die de beste gaven van Egypte droegen, en tien ezelinnen beladen met koren en brood, en voedsel als voorraad voor de reis.
24こうしてヨセフは兄弟たちを送り出し、彼らは旅立った。ヨセフは彼らに「途中で言い争わないように」と言った。
24Zo liet hij zijn broers vertrekken, en zei hun nog bij hun vertrek: Doet elkaar onderweg geen verwijten.
25彼らはエジプトから上って行き、カナンの地にある彼らの父ヤコブのところへ来た。
25Zij vertrokken nu uit Egypte, en gingen naar het land Kanaän, naar Jakob hun vader.
26彼らは父に、「ヨセフはまだ生きています。しかも、エジプト全土を治めています」と告げた。だがヤコブの心は凍りついた。彼らを信じられなかったのである。
26Toen zij hem vertelden, dat Josef nog leefde, en over heel Egypte heerste, bleef hij er ongevoelig voor; want hij geloofde hen niet.
27彼らはヨセフが語ったすべての言葉を父に伝えた。ヨセフが父を迎えるために送った荷車を見ると、父ヤコブの霊はよみがえった。
27Maar toen zij hem alles hadden verteld, wat Josef tot hen had gesproken, en hij de wagens zag, die Josef had gezonden, om hem te vervoeren, leefde de geest van hun vader Jakob weer op.
28イスラエルは言った。「もう十分だ。息子ヨセフはまだ生きている。死ぬ前に、行って会おう。」
28En Israël sprak: Genoeg! Mijn zoon Josef leeft nog. Ik wil hem gaan zien, eer ik sterf!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.