エゼキエル書
Chapter 16
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

エゼキエル書 16

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1再び、主の言葉が私に臨んだ。
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2「人の子よ、エルサレムに、その忌むべき行いを思い知らせよ。
2Mensenkind, ge moet Jerusalem haar gruwel doen kennen
3こう言え。『主なる神はエルサレムにこう言われる。「あなたの出自と誕生はカナン人の地にある。あなたの父はアモリ人、あなたの母はヘテ人であった。
3en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer, tot Jerusalem! Uw land van afkomst en geboorte is Kanaän; uw vader was een Amoriet, uw moeder een Hittiet.
4あなたの誕生について言えば、あなたが生まれた日、へその緒は切られず、清めるために水で洗われず、塩でこすられることも、布で包まれることもなかった。
4Op deze manier zijt ge ter wereld gekomen: Toen ge geboren werdt, heeft niemand uw navelstreng afgeknipt, of u met water schoongewassen; met zout werdt ge niet ingewreven, niet in doeken gewikkeld.
5だれの目もあなたを惜しまず、あなたをあわれんで、これらのことを一つでもしてくれる者はいなかった。あなたは生まれた日に忌み嫌われ、野原に投げ捨てられた。
5Geen oog ontfermde zich over u, om uit medelijden u een van die zorgen te wijden. Neen, op de dag van uw geboorte werdt ge te vondeling gelegd op het vrije veld, omdat men uw leven niets waard vond.
6わたしがあなたのそばを通り、あなたが血の中でもがいているのを見たとき、血まみれのあなたに、『生きよ』と言った。そうだ、血まみれのあなたに、『生きよ』と言った。
6Toen kwam Ik u voorbij, en zag u spartelen in uw bloed. Ik sprak tot u, terwijl ge met bloed waart besmeurd: Blijf leven!
7わたしはあなたを野に生える草のように増えさせた。あなたは育ち、大きくなり、見事な美しさに達した。乳房は形づくられ、髪も伸びた。しかし、あなたは裸で何も身に着けていなかった。
7fris als een veldbloem maakte Ik u. Ge groeide op en werdt groot; ge bereikte de leeftijd der stonden: uw borsten waren ontwikkeld, uw haar begon te groeien; maar ge waart nog altijd bloot en naakt.
8わたしが再びあなたのそばを通り、あなたを見ると、見よ、あなたは愛の時を迎えていた。そこでわたしは衣の裾をあなたの上に広げ、あなたの裸を覆った。わたしはあなたに誓いを立て、あなたと契約を結んだ」と主なる神は言われる。「こうして、あなたはわたしのものとなった。
8Weer kwam Ik langs u, en bemerkte, dat de tijd der liefde voor u was gekomen; Ik spreidde mijn mantelslip over u uit, en bedekte uw schaamte. Ik zwoer u trouw, en sloot een verbond met u, zegt Jahweh, de Heer; zo werdt gij de mijne!
9それから、わたしはあなたを水で洗った。あなたの血をすっかり洗い流し、油を塗った。
9Ik wies u met water, spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie;
10刺繍を施した衣を着せ、革の履物を履かせた。上質の亜麻布をまとわせ、絹で覆った。
10Ik deed u bonte kleren aan, gaf u schoeisel van het fijnste leder, bond u een hoofddoek om van damast, hulde u in een sluier van zijde.
11飾り物であなたを飾り、両手に腕輪をはめ、首に首飾りを掛けた。
11Ik smukte u met sieraden, deed armbanden aan uw polsen, een snoer om uw hals;
12鼻に輪を付け、耳には耳飾りを付け、頭には美しい冠を載せた。
12Ik gaf u een ring door uw neus en hangers aan uw oren een prachtige kroon op uw hoofd.
13こうして、あなたは金と銀で飾られた。あなたの衣服は上質の亜麻布と絹と刺繍を施した布であった。あなたは上等の小麦粉と蜜と油を食べた。あなたは非常に美しくなり、王族の身分にまで栄えた。
13Zo waart ge getooid met goud en zilver; uw kleren waren van damast en zijde en bonte weefsels. Het fijnste meel en honing en olie mocht ge eten. Ge werdt een stralende schoonheid, geschikt voor het koningschap!
14あなたの美しさの評判は諸国に広まった。わたしがあなたにまとわせた威光によって、その美しさは完全なものとなった」と主なる神は言われる。
14Van uw schoonheid ging een roep uit onder de volken, want die was volmaakt door de opschik, waarmee Ik u begiftigd had, spreekt Jahweh, de Heer!
15「しかし、あなたは自分の美しさに頼り、自分の名声のために娼婦のように振る舞った。通りかかる者すべてに淫行を注ぎ出し、その者のものとなった。
15Maar ge werdt vrijmoedig met uw schoonheid, en uw gevierdheid hadt ge veil. Iedereen, die voorbij kwam, hebt ge uw lust getoond, aan hem u overgegeven.
16あなたは自分の衣服の一部を取り、色とりどりに飾った高き所を造り、その上で淫行を行った。このようなことは起こるべきではなく、今後も起こってはならない。
16Ge hebt uw kleren misbruikt, om er bonte hoogten van te maken: daarop hebt ge de deerne gespeeld, onbeschaamd en onbevreesd.
17また、わたしがあなたに与えた、わたしの金と銀の美しい飾り物を取り、男の姿をした像を造り、それらと淫行を行った。
17Ge hebt uw sieraden gehaald, het goud en zilver, dat Ik u had geschonken; ge hebt er mannenbeelden van gemaakt, en daarmee ontucht bedreven.
18刺繍を施した衣を取ってそれらの像を覆い、わたしの油と香をその前に供えた。
18Ge hebt uw bonte gewaden genomen, en ze daarmee bekleed; mijn olie en wierook hebt ge er voor neergezet.
19わたしがあなたに与えたパン、すなわち、あなたを養うために与えた上等の小麦粉と油と蜜さえも、芳しい香りとしてそれらの前に供えた。実際、そのようになった」と主なる神は言われる。
19Het voedsel dat Ik u gegeven had, het fijnste meel, olie en honing, die Ik u tot spijs had geschonken, hebt ge hun aangeboden tot een liefelijke offergeur: zo was het, spreekt Jahweh, de Heer.
20「その上、あなたはわたしのために産んだ息子や娘を取り、それらの像に、食い尽くされるいけにえとしてささげた。あなたの淫行は小さなことだったのか。
20Zelfs hebt ge de zonen en de dochters, die ge Mij geschonken hadt, niet gespaard, maar ze hun ten offer gebracht, opdat zij ze konden verslinden. Was uw ontucht nog niet erg genoeg,
21あなたはわたしの子どもたちを殺し、火の中を通らせて彼らにささげた。
21dat ge mijn zonen moest slachten, ze door het vuur deedt gaan, en ze zo hebt opgeofferd?
22あなたはすべての忌むべき行いと淫行の中で、自分の若かった日々を思い出さなかった。そのころ、あなたは裸で何も身に着けず、血の中でもがいていた。
22Nooit hebt ge bij al die gruwelen en ontucht eens teruggedacht aan de dagen van uw jeugd, toen ge naakt waart en ontbloot, en in uw bloed lag te trappelen.
23あなたがこれらすべての悪を行った後で――災いだ。災いだ。あなたには災いがある」と主なる神は言われる。
23Na al die boosheid: wee u, wee u! spreekt Jahweh, de Heer:
24「あなたは自分のために丸天井の建物を築き、すべての通りに高い場所を造った。
24hebt ge u een bordeel gebouwd, en uw kraam geopend in elke straat;
25あらゆる道の分かれ目に高い場所を築き、自分の美しさを忌むべきものとした。通りかかる者すべてに足を開き、淫行を重ねた。
25op elke straathoek hebt ge uw kraam gebouwd, uw schoonheid onteerd, aan elken voorbijganger u aangeboden, en voortdurend ontucht gepleegd.
26また、肉体のたくましい隣人であるエジプト人と淫行を行い、淫行を重ねて、わたしを怒らせた。
26Ge hebt ontucht bedreven met de Egyptenaren, uw geile buren; voortdurend hebt ge ontucht gepleegd, om Mij te tergen.
27それゆえ、見よ、わたしはあなたに向かって手を伸ばし、あなたの取り分を減らし、あなたを憎む者たち、すなわち、あなたの淫らな歩みを恥じているペリシテ人の娘たちの思いのままにさせた。
27Zie, toen strekte Ik mijn hand al naar u uit, Ik kortte uw erfdeel in, en gaf u over aan de haat van uw vijandinnen, aan de Filistijnse meisjes, die zich schaamden over uw schandelijk gedrag.
28あなたは満足することができず、アッシリア人とも淫行を行った。彼らと淫行を行っても、なお満足しなかった。
28Daarna hebt ge u aan de Assyriërs vergooid, omdat ge nog niet bevredigd waart; ook met hen hebt ge ontucht bedreven, en ge kondt er maar niet genoeg van krijgen.
29さらに、商人の地カルデアにまで淫行を増し加えた。それでも満足しなかった。
29Zonder ophouden hebt ge ontucht bedreven met het handelsland Chaldea, maar ook daar werdt ge niet bevredigd.
30あなたの心は、なんと弱いのか」と主なる神は言われる。「厚かましい娼婦のするこれらすべてのことを行うとは。
30Hoe heftig was uw hartstocht, zegt Jahweh, de Heer, dat ge dit alles, dit gedoe van een onbeschaamde deerne, volhieldt,
31あらゆる道の分かれ目に丸天井の建物を築き、すべての通りに高い場所を造った。しかし、報酬をさげすむあなたは、普通の娼婦のようでさえなかった。
31dat ge uw bordeel hebt gebouwd op elke straathoek, aan elke weg uw kraam hebt geopend, en toch geen echte deerne waart, die het enkel voor geld doet.
32夫の代わりに見知らぬ男たちを受け入れる、姦淫の妻よ。
32O overspelige vrouw, in plaats van uw eigen man neemt ge vreemden;
33人々はすべての娼婦に贈り物をする。しかし、あなたは自分のすべての愛人に贈り物をし、彼らが四方からあなたのもとへ来て淫行を行うよう、彼らを買収した。
33en terwijl men aan alle deernen een vergoeding geeft, hebt gij geschenken aan al uw minnaars uitgedeeld: ge hebt ze omgekocht, om van alle kanten met ontuchtige bedoelingen tot u te komen.
34あなたの淫行は、ほかの女たちとは反対である。だれも淫行をするためにあなたを追い求めない。あなたは報酬を受けるのではなく、自分から報酬を与える。まさに、あなたはほかの女たちとは正反対である。」
34Ge deedt juist het omgekeerde van de andere vrouwen: ge waart een deerne, maar men behoefde u niet achterna te lopen; gij gaaft geschenken, maar u werd geen vergoeding gegeven; juist het omgekeerde hebt ge gedaan!
35それゆえ、娼婦よ、主の言葉を聞け。
35Daarom deerne, luister naar het woord van Jahweh!
36主なる神はこう言われる。「あなたが愛人たちと淫行を行い、あなたの汚れが注ぎ出され、裸がさらされたため、また、すべての忌むべき偶像のため、さらに、それらに与えた子どもたちの血のため、
36Dit zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge voor uw minnaars en voor al uw gruwelijke schandgoden in uw ontucht uw schaamte ontbloot en uw naaktheid onthuld hebt, en het bloed van uw zonen aan hen hebt geofferd,
37見よ、わたしはあなたが喜んだすべての愛人、あなたが愛したすべての者、さらに、あなたが憎んだすべての者を集める。彼らを四方からあなたに敵対して集め、あなたの裸を彼らの前にさらす。彼らはあなたの裸をすべて見る。
37daarom breng Ik al uw minnaars bijeen, voor wie ge zo lief waart; zowel hen die ge bemind hebt, als hen die ge hebt achtergesteld. Ik breng ze van alle kanten rond u samen, om voor hen uw schaamte te onthullen, zodat ze u in heel uw naaktheid kunnen aanschouwen!
38わたしは、姦淫を行い、血を流す女たちが裁かれるように、あなたを裁く。怒りとねたみによる血の報いをあなたにもたらす。
38Ik zal aan u het vonnis voltrekken van een vrouw, die trouw breekt en bloed vergiet, en zo mijn toorn en jaloezie op u koelen.
39わたしはあなたを彼らの手に渡す。彼らはあなたの丸天井の建物を取り壊し、高い場所を打ち壊す。あなたの衣服をはぎ取り、美しい飾り物を奪い、あなたを裸のまま残す。
39Ik zal u aan hen overleveren; zij zullen uw bordeel afbreken, uw kramen omvertrekken, u de kleren van het lijf rukken, uw sieraden afnemen, en u naakt en bloot laten liggen.
40彼らは一団をあなたに差し向け、あなたを石で打ち、剣で刺し貫く。
40Zij zullen een vergadering over u houden, u met keien stenigen, en met hun zwaard u in stukken houwen.
41彼らはあなたの家々を火で焼き、多くの女たちの目の前であなたに裁きを執行する。わたしはあなたに淫行をやめさせる。あなたはもはや報酬を与えることもない。
41Dan steken ze uw huizen in brand, en zullen ten aanschouwen van talrijke vrouwen het vonnis aan u voltrekken. Zo maak Ik een einde aan uw ontucht, en zult ge geen geschenken meer uitdelen!
42こうして、あなたに対するわたしの憤りを静め、わたしのねたみをあなたから去らせる。わたしは静まり、もはや怒らない。
42Ik zal mijn woede op u koelen, mijn jaloezie op u stillen, en Ik zal voldaan zijn en niet meer ontstemd.
43あなたは自分の若かった日々を思い出さず、これらすべてのことによってわたしに向かって荒れ狂った。それゆえ、見よ、わたしもあなたの歩みをあなた自身の頭に報いる」と主なる神は言われる。「あなたは自分のすべての忌むべき行いに加えて、この淫らな行いを重ねることはない。
43Omdat ge nooit eens terugdacht aan de dagen van uw jeugd, maar Mij door dat alles hebt blijven prikkelen, daarom zal ook Ik uw gedrag op uw hoofd laten neerkomen, spreekt Jahweh, de Heer, en zult ge bij al uw gruwelen tenminste geen ontucht meer doen!
44見よ、ことわざを使う者は皆、あなたについて、『母のように、その娘も同じだ』ということわざを使う。
44Zie, elke spreukendichter past op u het gezegde toe: Zo moeder, zo dochter!
45あなたは、自分の夫と子どもたちを忌み嫌った母の娘であり、自分の夫と子どもたちを忌み嫌った姉妹たちの姉妹である。あなたの母はヘテ人、父はアモリ人であった。
45Een echte dochter zijt ge van uw moeder, die haar man en haar kinderen verliet; ge zijt het evenbeeld van uw zusters, die niets om haar man en om haar kinderen gaven. Uw moeder was een Hittiet, uw vader een Amoriet.
46あなたの姉はサマリアであり、その娘たちと共にあなたの左に住んでいる。あなたの妹はソドムであり、その娘たちと共にあなたの右に住んでいる。
46Uw oudste zuster, die aan uw linkerhand woont, is Samaria met haar dochters; uw jongste zuster, die aan uw rechterhand woont, is Sodoma met haar dochters.
47あなたは彼女たちの道を歩み、その忌むべき行いを行うだけでは済まず、ほどなくして、あらゆる道で彼女たち以上に堕落した。
47Ge hebt u niet tevreden gesteld, in haar voetspoor te treden, en gruwelen als zij te bedrijven: heel uw gedrag was stuitender nog dan het hare!
48わたしは生きている」と主なる神は言われる。「あなたの姉妹ソドムとその娘たちも、あなたとあなたの娘たちが行ったほどのことは行わなかった。
48Zo waar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer: Uw zuster Sodoma met haar dochters heeft het zo bont niet gemaakt als gij met uw dochters.
49見よ、あなたの姉妹ソドムの不義はこれであった。彼女とその娘たちには、高ぶりと十分な食べ物と安らかな繁栄があった。しかし、貧しい者や乏しい者を助けなかった。
49Dit was enkel de zonde van Sodoma, uw zuster: zij met haar dochters leden aan overmoed, aan zwelgerij en zorgeloze rust; den misdeelde en behoeftige ondersteunden zij niet;
50彼女たちは高慢になり、わたしの前で忌むべきことを行った。それゆえ、わたしはそれを見たとき、彼女たちを取り除いた。
50ze waren hovaardig, en bedreven gruwelen in mijn ogen. Toch heb Ik ze verstoten, zoals ge gezien hebt.
51サマリアは、あなたの罪の半分も犯さなかった。しかし、あなたは彼女たちよりも多くの忌むべき行いを重ね、自分が行ったすべての忌むべき行いによって、姉妹たちを義と認められる者にした。
51Ook Samaria heeft nog niet de helft misdaan van wat gij hebt bedreven. Ge hebt veel erger gruwelen bedreven dan zij beiden, en door uw stuitend gedrag uw zusters nog in een gunstig daglicht geplaatst.
52あなたは姉妹たちに有利な判決を下したのだから、自分の恥を負え。あなたが彼女たちよりも忌むべき罪を犯したため、彼女たちはあなたよりも義である。あなたも辱められ、自分の恥を負え。あなたは姉妹たちを義と認められる者にした。
52Draag dan ook gij uw schande, gij die voor uw zusters in de bres zijt gesprongen; want door uw veel zwaardere zonden zijn zij bij u vergeleken onschuldig. Schaam u dus en draag uw schande, dat ge uw zusters nog verontschuldigt.
53わたしは彼女たちの捕囚を回復させる。ソドムとその娘たちの捕囚、サマリアとその娘たちの捕囚、そして彼女たちと共にいる、あなたの捕囚の民も回復させる。
53Ik zal haar lot ten beste keren: het lot van Sodoma met haar dochters, en het lot van Samaria met haar dochters,
54それは、あなたが自分の恥を負い、自分の行ったすべてのことを恥じるためである。あなたが彼女たちを慰める者となったからである。
54opdat ge uw schande moogt dragen en u moogt schamen over al wat ge misdreven hebt, en gij die beiden berusting kunt brengen.
55あなたの姉妹ソドムとその娘たちは以前の状態に戻り、サマリアとその娘たちも以前の状態に戻る。あなたとあなたの娘たちも以前の状態に戻る。
55Uw zuster Sodoma zal met haar dochters in haar vroegere staat worden hersteld, en Samaria zal met haar dochters terugkeren tot haar vroegere toestand.
56あなたが高ぶっていた日々には、あなたの姉妹ソドムの名があなたの口に上ることさえなかった。
56Was uw zuster Sodoma niet tot een schimpwoord op uw lippen, ten tijde van uw overmoed,
57それは、あなたの悪があらわにされる前、シリアの娘たちとその周囲のすべての者からそしられ、四方からあなたを侮るペリシテ人の娘たちからそしられた時のことである。
57voordat uw schaamte ontbloot werd? Nu zijt ge net als zij de spot der vrouwen van Edom met heel zijn omgeving, de spot der Filistijnse vrouwen, die van alle kanten u honen.
58あなたは自分の淫らな行いと忌むべき行いの報いを負っている」と主は言われる。
58Uw ontucht en uw schanddaad, ge zult ze dragen, zegt Jahweh, de Heer.
59主なる神はこう言われる。「誓いを軽蔑して契約を破ったあなたに、わたしもあなたが行ったとおりに行う。
59Zo spreekt Jahweh, de Heer: Eerst als Ik met u gedaan heb, zoals gij met Mij hebt gedaan: met u, die de eed zo gering acht, dat ge het verbond hebt verbroken:
60しかし、わたしはあなたの若い日々にあなたと結んだ契約を思い起こし、あなたと永遠の契約を立てる。
60dan zal Ik het verbond weer gedenken, dat Ik in uw jeugd met u aanging, en zal Ik een eeuwigdurend verbond met u sluiten.
61あなたが年上の姉と年下の妹を受け入れるとき、あなたは自分の歩みを思い出して恥じる。わたしは彼女たちを娘としてあなたに与えるが、それはあなたとの契約に基づくのではない。
61Dan zult ge met schaamte terugdenken aan uw gedrag, als Ik uw oudere zusters met uw jongere zusters neem, en ze u tot dochters geef, zonder het aan u verplicht te zijn.
62わたしはあなたと契約を立てる。そのとき、あなたは、わたしが主であることを知る。
62Ik zal mijn verbond met u aangaan, en gij zult erkennen, dat Ik Jahweh ben;
63わたしがあなたの行ったすべてのことを赦すとき、あなたはそれを思い出して辱められ、自分の恥のために、もはや決して口を開くことができなくなる」と主なる神は言われる。』」
63opdat ge tot inkeer komt en bloost, en van schaamte geen woord durft zeggen, als Ik u alles vergeef wat ge misdreven hebt, zegt Jahweh, de Heer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.