エゼキエル書 7
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1さらに、主の言葉が私に臨んで言われた。
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
2「人の子よ、主なる神はイスラエルの地にこう言われる。『終わりだ。地の四隅に終わりが来た。
2Mensenkind, ge moet zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer, tot Israëls grond! Het einde komt, nabij is het einde voor de vier hoeken van het land.
3今、終わりがあなたの上に来た。わたしは怒りをあなたに送り、あなたの道に従ってあなたを裁き、あなたのすべての忌むべき行いをあなたの上に報いる。
3Nu is voor u het einde nabij; want Ik ga mijn woede op u koelen; u vonnissen naar uw gedrag, al uw gruwelen u vergelden.
4わたしの目はあなたを惜しまず、あわれみをかけない。わたしはあなたの道をあなたの上に報い、あなたの忌むべき行いはあなたの中に現れる。その時、あなたがたは、わたしが主であることを知る。』
4Zonder mededogen of erbarming zal Ik uw gedrag vergelden, en uw gruwelen zullen op u drukken; zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
5主なる神はこう言われる。『災いだ。比類のない災いだ。見よ、それが来る。
5Zo spreekt Jahweh, de Heer: Voorwaar, de éne ramp komt na de andere!
6終わりが来た。終わりが来た。あなたに向かって目覚めた。見よ、来る。
6Het einde komt, het einde is nabij; waarachtig, het einde komt over u!
7地に住む者よ、あなたの破滅が来た。時が来た。日が近い。それは混乱の日であり、山々で喜び叫ぶ日ではない。
7Het noodlot komt over u, die in het land woont; de tijd is gekomen, de dag is nabij: de dag van krijgsrumoer en niet van vreugderoep op de bergen.
8今、わたしは間もなく憤りをあなたの上に注ぎ、怒りをあなたに対して全うする。あなたの道に従ってあなたを裁き、あなたのすべての忌むべき行いをあなたの上に報いる。
8Nu zal het niet lang meer duren, of Ik ga mijn woede op u koelen, mijn toorn aan u stillen; want naar uw gedrag zal Ik u vonnissen, en al uw gruwelen u vergelden.
9わたしの目は惜しまず、あわれみをかけない。わたしはあなたの道に従ってあなたに報い、あなたの忌むべき行いはあなたの中に現れる。その時、あなたがたは、主であるわたしが打つことを知る。
9Zonder mededogen of erbarming zal Ik uw gedrag vergelden en uw gruwelen zullen op u drukken; zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
10見よ、その日だ。見よ、それが来る。あなたの破滅が現れた。杖は花を咲かせ、高ぶりは芽を出した。
10Daar komt de dag, daar nadert hij; het noodlot is nabij! De schepter heeft bloesem geschoten, de hoogmoed draagt vrucht,
11暴虐は、悪の杖へと伸びた。彼らも、その群衆も、その富も、何一つ残らない。その中に尊いものは何もない。
11de tyrannie is gegroeid tot een stam van bederf; maar het is uit met hen, gedaan met hun drukte, gedaan met hun rijkdom, gedaan met hun roem!
12時が来た。日が近づいた。買う者は喜ぶな。売る者は嘆くな。憤りがその全群衆の上に臨むからだ。
12De tijd is daar, nabij is de dag! Laat de koper niet juichen, de verkoper niet treuren; want mijn toorn ontbrandt over al hun drukte.
13売る者は、たとえ生き長らえても、売ったものに戻ることはない。この幻はその全群衆に及び、覆ることはない。だれも、咎に満ちた自分の生き方によって身を保つことはできない。
13De verkoper krijgt toch zijn waren niet terug, al leeft hij nog zo lang; want mijn toorn ontbrandt over al hun drukte. En ook de koper zal zijn bezit niet behouden: iedereen zal om zijn schuld verkwijnen en de moed verliezen.
14人々は角笛を吹き、すべてを整えた。しかし、戦いに出る者は一人もいない。わたしの憤りがその全群衆の上に臨むからだ。
14Blaast maar op de trompet, en maakt alles gereed! Er is toch immers niemand, die ten strijde trekt; want mijn toorn ontbrandt over al hun drukte.
15外には剣があり、内には疫病と飢饉がある。野にいる者は剣で死に、町にいる者は飢饉と疫病に食い尽くされる。
15Het zwaard woedt buiten de stad, de pest en honger daarbinnen; wie op het veld is, wordt neergesabeld, en wie zich in de stad bevindt, komt om van honger en pest.
16その中で逃れた者は山々へ逃れ、谷の鳩のようになる。彼らは皆、自分の咎のためにうめく。
16En als er van hen ontsnappen en naar de bergen vluchten als kirrende duiven, dan zal de dood hen allen om hun schuld achterhalen.
17すべての手は力を失い、すべての膝は水のように力を失う。
17Alle handen worden verlamd, slap staan alle knieën.
18彼らは粗布を身にまとい、恐怖が彼らを覆う。すべての顔には恥があり、すべての頭はそり落とされる。
18Ze slaan het treurgewaad om, en de angst bedekt ze; de schaamte staat op hun gelaat te lezen, alle hoofden zijn kaal.
19彼らは銀を通りに投げ捨て、金を汚れたものとする。主の憤りの日には、銀も金も彼らを救うことができない。それらは彼らの心を満たすことも、腹を満たすこともできない。それが彼らの咎のつまずきとなったからだ。
19Hun zilver smijten ze weg op straat, hun goud geldt voor drek, want hun zilver en goud kunnen hen toch niet redden op de dag van Jahweh’s toorn; hun honger kunnen ze er niet mee stillen, hun buik er niet mee vullen; het was de oorzaak van hun zonde!
20彼らは美しい飾りを誇りとし、それを用いて忌むべき像と忌まわしいものを造った。それゆえ、わたしはそれを彼らにとって汚れたものとする。
20Hun sieraden hebben ze in een opperwezen veranderd, en er hun gruwelijke beelden, hun schandgoden uit vervaardigd; daarom maak Ik ze drek voor hen,
21わたしはそれを異国人の手に獲物として渡し、地の悪しき者たちに略奪物として渡す。彼らはそれを汚す。
21geef Ik ze aan de vijanden prijs, laat Ik ze als buit voor de goddelozen der aarde.
22わたしは彼らから顔を背ける。彼らはわたしの隠れた所を汚す。強盗たちがそこに入り込み、これを汚す。
22En als Ik mijn gelaat van hen afwend, zal men mijn heerlijkheid ontwijden: rovers zullen er heiligschennend binnendringen,
23鎖を作れ。この地は流血の罪に満ち、町は暴虐に満ちているからだ。
23en de afsluiting stuk slaan; want het land is vol van bloedschuld, de stad loopt over van geweld!
24それゆえ、わたしは最も悪い国々を連れて来る。彼らはその家々を所有する。わたしは強い者たちの誇りを絶やし、彼らの聖なる場所は汚される。
24Daarom ga Ik de ruwste volken ontbieden, om hun huizen te bezetten, maak Ik een einde aan hun trotse pracht, en worden hun heiligdommen ontwijd.
25滅びが来る。彼らは平和を求めても、それはない。
25Het onheil komt: ze hunkeren naar redding, maar tevergeefs!
26災いに災いが重なり、うわさにうわさが続く。彼らは預言者に幻を求める。しかし、律法は祭司から失われ、助言は長老たちから失われる。
26De ene ramp komt na de andere, de ene mare haalt de vorige in! Ze vragen den profeet vergeefs om een godsspraak, den priester om bescheid, den oudsten om raad.
27王は嘆き、君主は荒廃を身にまとい、この地の民の手は震える。わたしは彼らの道に従って彼らを扱い、彼らの裁きに従って彼らを裁く。その時、彼らは、わたしが主であることを知る。』」
27De koning treurt, de vorst is bevangen van schrik, de handen van het volk zijn verlamd. Naar hun gedrag zal Ik hen behandelen en naar hun daden hen vonnissen; zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.