エゼキエル書
Chapter 23
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

エゼキエル書 23

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1再び、主の言葉が私に臨んだ。
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2「人の子よ、一人の母から生まれた二人の女がいた。
2Mensenkind, er waren eens twee vrouwen, dochters van dezelfde moeder.
3彼女たちはエジプトで淫行を行い、若い時から淫行を行った。そこで彼女たちの乳房はもてあそばれ、若い乳首は愛撫された。
3Toen ze nog jong waren, pleegden ze al ontucht in Egypte; daar bevoelde men haar borsten, daar werden haar meisjesborsten betast.
4姉の名はオホラ、妹の名はオホリバであった。彼女たちはわたしのものとなり、息子や娘を産んだ。その名について言えば、オホラはサマリア、オホリバはエルサレムである。
4De oudste heette Ohola, haar zuster Oholiba. Zij werden de mijnen, en schonken Mij zonen en dochters. Samaria werd Ohola, Jerusalem Oholiba genoemd.
5オホラはわたしのものでありながら淫行を行った。彼女は愛人たち、近隣のアッシリア人を慕った。
5Ohola begon achter mijn rug ontuchtig te worden: zij hunkerde naar haar minnaars, naar Assjoer, de hovelingen
6彼らは青い衣をまとった総督や支配者であり、皆、魅力的な若者で、馬に乗る騎兵であった。
6in purper gekleed; naar landvoogden en stadhouders, allemaal knappe jonge mannen, ruiters, hoog op hun paarden.
7彼女は彼ら、すなわちアッシリアの選り抜きの男たちすべてを相手に淫行を行った。慕った者が持つすべての偶像によって自分を汚した。
7Met hen allen, de keur van de zonen van Assjoer, bedreef zij haar ontucht, en zij onteerde zich aan de gruwelbeelden van allen naar wie ze hunkerde.
8彼女はエジプトを出てからも、そこでの淫行をやめなかった。若い時、彼らは彼女と寝て、若い乳首を愛撫し、彼女に淫行を注ぎかけたからである。
8Maar ook haar ontucht met de Egyptenaren gaf ze niet op; want die hadden al met haar geslapen, toen ze nog jong was; die hadden haar meisjesborsten betast, en aan haar hun lusten bevredigd.
9それゆえ、わたしは彼女を愛人たちの手、彼女が慕ったアッシリア人の手に渡した。
9Daarom heb Ik haar overgeleverd in de macht van haar minnaars, in de macht van de zonen van Assjoer, naar wie ze verlangd had.
10彼らは彼女の裸をあらわにし、息子や娘を奪い、彼女を剣で殺した。彼女は女たちの間で語り草となった。彼らが彼女に裁きを行ったからである。
10Die hebben haar schaamte ontbloot, haar zonen en dochters meegenomen, en haarzelf met het zwaard afgemaakt, zodat ze berucht werd bij de vrouwen. Zo voltrok men haar vonnis.
11妹のオホリバはこれを見た。それでも、彼女は情欲の面で姉以上に堕落し、その淫行は姉の淫行よりもさらにひどかった。
11Ofschoon haar zuster Oholiba het gezien had, toonde ze haar lust nog brutaler, en was haar ontucht nog erger dan die van haar zuster.
12彼女はアッシリア人を慕った。彼らは近隣の総督や支配者で、華麗な衣をまとい、馬に乗る騎兵であり、皆、魅力的な若者であった。
12Ze hunkerde naar de zonen van Assjoer, de landvoogden en stadhouders, de hovelingen in volle wapenrusting gekleed, naar de ruiters, hoog op hun paarden: allemaal knappe jonge mannen.
13わたしは彼女が汚れたのを見た。二人とも同じ道を歩んだ。
13En Ik zag dat ze onteerd werd, dat beiden zich eender gedroegen.
14彼女はさらに淫行を増し加えた。壁に描かれた男たち、朱色で描かれたカルデア人の像を見たからである。
14Maar zij ging in haar ontucht nog verder, toen ze mannen op de wand gegrift zag: afbeeldingen van Chaldeën met menie getekend,
15彼らは腰に帯を締め、頭にはゆったりと垂れたターバンを着け、皆、君主たちのように見えた。彼らの生まれた地、カルデアのバビロン人の姿であった。
15met een gordel om hun middel, met overhangende mutsen op het hoofd, die allen op ridders geleken: zo zagen de zonen van Babel eruit, wier geboorteland Chaldea is.
16彼女は彼らを見るとすぐに慕い、カルデアへ使者を送った。
16Toen ze dat had gezien, begon ze ook naar hèn te hunkeren, en zond ze boden naar hen toe, naar Chaldea.
17バビロン人は彼女の愛の床に入って来て、淫行によって彼女を汚した。彼女は彼らによって汚されたが、やがて彼女の心は彼らを嫌うようになった。
17Toen kwamen de zonen van Babel om met haar gemeenschap te houden; ze onteerden haar door hun wellust, maar toen ze onteerd was kreeg ze een afkeer van hen.
18彼女は淫行をあらわにし、裸をさらした。それで、わたしの心も、姉を嫌ったのと同じように彼女を嫌うようになった。
18Nu hing ze openlijk de deerne uit, en ontblootte haar schaamte; Ik walgde van haar, zoals Ik ook van haar zuster gewalgd had.
19それでも彼女は、エジプトの地で淫行を行った若い日々を思い出し、淫行を増し加えた。
19Talloze malen pleegde ze ontucht, denkend aan de dagen van haar jeugd, toen ze in Egypte al ontucht bedreef;
20彼女は、肉体がろばの肉体のようで、精液が馬の精液のような愛人たちを慕った。
20en ze verlangde naar hun zwelgers, die heet zijn als ezels en driftig als hengsten.
21こうしてあなたは、エジプト人が若い乳房のためにあなたの乳首を愛撫した、若い日の淫らな行いを思い起こした。
21Zo hebt ge volhard in de ontucht van uw jeugd, toen de Egyptenaren uw borsten bevoelden, uw meisjesborsten betastten.
22それゆえ、オホリバよ、主なる神はこう言われる。『見よ、わたしは、あなたが嫌うようになった愛人たちをあなたに敵対させ、四方から彼らをあなたに攻め来させる。
22Daarom Oholiba, dit zegt Jahweh, de Heer: Let op! De minnaars, van wie ge een afkeer hebt, hits Ik tegen u op; van alle kanten breng Ik ze naar u toe:
23バビロン人とすべてのカルデア人、ペコデ、ショア、コア、そして彼らと共にいるすべてのアッシリア人である。彼らは皆、魅力的な若者、総督、支配者、君主、名高い者であり、皆、馬に乗っている。
23de zonen van Babel en alle Chaldeën, Pekoed en Sjóa en Kóa en alle zonen van Assjoer met hen: knappe jonge mannen, allemaal landvoogden en stadhouders, ridders en hovelingen, allemaal hoog op hun paarden.
24彼らは武器と戦車と荷車を携え、多くの民と共にあなたに攻めて来る。彼らは小盾、大盾、兜を持って、四方からあなたに立ち向かう。わたしは裁きを彼らに委ね、彼らは自分たちの裁きに従ってあなたを裁く。
24Met ratelende wagens en wielen en met geweldige drommen komen ze naar u toe; met schild, rondas en helm stellen ze zich tegen u op. Ik zal hun het rechtsgeding voorleggen, en door hun eigen vonnis zullen ze u richten.
25わたしはあなたに対してねたみを燃やす。彼らは憤りをもってあなたを扱い、あなたの鼻と耳を切り取る。あなたの残りの者は剣に倒れる。彼らはあなたの息子や娘を奪い、あなたの残りの者は火に食い尽くされる。
25Zo zal Ik u mijn jaloezie laten voelen! Ze zullen u kwaadaardig behandelen; uw neus en oren snijden ze af, en wat er van u overblijft, wordt neergesabeld; uw zonen en dochters nemen ze mee, en wat er van u overblijft, wordt door het vuur verteerd.
26彼らはあなたの衣服をはぎ取り、美しい飾り物を奪う。
26Ze rukken u de kleren van het lijf, en nemen uw sieraden mee.
27こうして、わたしはあなたの淫らな行いと、エジプトの地以来の淫行をやめさせる。あなたはもはや彼らを仰ぎ見ることも、エジプトを思い出すこともない。』
27Zo zal Ik een eind aan uw ontucht maken, en aan uw wellust sinds de tijd van Egypte; ge zult uw ogen niet meer tot hen opslaan, niet meer terugdenken aan Egypte.
28主なる神はこう言われる。『見よ、わたしはあなたを、あなたが憎む者たち、あなたが嫌うようになった者たちの手に渡す。
28Want dit zegt Jahweh, de Heer: Zie, Ik geef u over in de macht van hen die ge haat, in de macht van hen, van wie ge afkerig zijt;
29彼らは憎しみをもってあなたを扱い、あなたが働いて得たものをすべて奪い、あなたを裸のまま残す。あなたの淫行による裸、淫らな行いと淫行はあらわにされる。
29die zullen u hun haat laten voelen; ze nemen al uw bezittingen mee, en ze laten u achter, naakt en bloot. Zo wordt uw wellustige schaamte ontbloot, komt uw ontucht en uw wellust aan het licht.
30これらのことがあなたに行われるのは、あなたが諸国を追って淫行を行い、彼らの偶像によって汚されたからである。
30Dat zal men u aandoen om uw ontucht met volken, aan wier gruwelbeelden ge u hebt onteerd.
31あなたは姉の道を歩んだ。それゆえ、わたしは姉の杯をあなたの手に渡す。』
31Ge hebt het voorbeeld van uw zuster gevolgd: dan geef Ik u ook haar beker in de hand.
32主なる神はこう言われる。 『あなたは姉の杯を飲む。 それは深く、大きい。 あなたはあざけられ、物笑いにされる。 その杯には多くのものが入っている。
32Dit zegt Jahweh, de Heer: De beker van uw zuster zult ge drinken, de diepe en wijde, die zóveel kan bevatten, die vol is van kommer en wee.
33あなたは酔いと悲しみに満たされる。 驚きと荒廃の杯、 あなたの姉サマリアの杯によって。
33Een beker van ontzetting en verdelging is de beker van uw zuster Samaria;
34あなたはそれを飲み干し、 その割れた破片をかじり、 自分の乳房を引き裂く。 わたしが語った』と主なる神は言われる。
34ge zult hem drinken en uitslurpen, en op zijn scherven zult ge knagen. Ge zult u de borsten openrijten, het mikpunt zijn van spot en hoon, want Ik heb gesproken, zegt Jahweh, de Heer!
35それゆえ、主なる神はこう言われる。『あなたはわたしを忘れ、わたしを自分の背後に投げ捨てた。それゆえ、あなたも自分の淫らな行いと淫行を負え。』」
35Daarom, zegt Jahweh, de Heer: omdat ge Mij vergeten hebt, en Mij links hebt laten liggen, moet ook gij de straf voor uw ontucht en uw wellust ondervinden.
36さらに、主は私に言われた。「人の子よ、あなたはオホラとオホリバを裁くのか。それなら、彼女たちにその忌むべき行いを告げよ。
36Jahweh sprak tot mij: Mensenkind, wilt ge Ohola en Oholiba vonnissen? Wijs haar dan op haar gruwelen.
37彼女たちは姦淫を行い、その手には血がある。彼女たちは偶像と姦淫を行った。また、わたしのために産んだ息子たちを、偶像に食い尽くさせるために火の中を通らせた。
37Want zij hebben haar trouw gebroken, en er kleeft bloed aan haar handen; met haar gruwelbeelden hebben zij overspel bedreven, en zelfs de kinderen die ze Mij hadden gebaard, hebben ze hun tot spijs gebracht.
38さらに、彼女たちはわたしに対してこのことを行った。同じ日にわたしの聖所を汚し、わたしの安息日を汚した。
38Ook dit nog hebben ze Mij aangedaan: mijn heiligdom hebben ze ontwijd, en mijn sabbatten ontheiligd.
39彼女たちは自分の子どもたちを偶像のために殺した後、同じ日にわたしの聖所へ入り、それを汚した。見よ、彼女たちはわたしの家のただ中でこのことを行った。
39Dezelfde dag dat ze haar kinderen voor de gruwelbeelden offerden, kwamen ze naar mijn heiligdom, om het te ontwijden. Waarachtig, zo hebben ze in mijn huis gehandeld!
40さらに、あなたがたは遠くから来る男たちを呼び寄せ、そのもとへ使者を送った。見よ、彼らはやって来た。あなたは彼らのために体を洗い、目に化粧を施し、飾り物で身を飾った。
40Ja, zelfs stuurden ze om mannen, die van ver moesten komen, en die al kwamen, zodra hun een bode gestuurd werd. Voor hen hebt ge u gebaad, uw ogen geschminkt, uw sieraden aangedaan.
41そして、豪華な寝台に座り、その前に食卓を整え、その上にわたしの香と油を置いた。
41Ge zijt op uw pronkbed gaan liggen, waarvoor de tafel stond gedekt, waarop ge mijn wierook en olie hebt gezet.
42彼女のそばには、安逸にふける群衆の声があった。一般の人々と共に、荒野から酔いどれたちが連れて来られた。彼らは彼女たちの手に腕輪をはめ、頭に美しい冠を載せた。
42Dan zong men voor haar met daverende stem, en bij mannen uit de heffe des volks voegden zich dronkaards uit de woestijn; die deden armbanden om haar polsen, en zetten een prachtige kroon op haar hoofd.
43そこで私は、姦淫によって老い衰えた女について言った。『今になって、彼らは彼女と淫行を行い、彼女も彼らと淫行を行うのか。』
43Ik dacht: komen die overspelers nu aan die verlepte hun lust bevredigen; want dat is ze toch?
44彼らは娼婦のもとへ入るように彼女のもとへ入った。このようにして、淫らな女オホラとオホリバのもとへ入った。
44Ja, ze kwamen bij haar, zoals men naar een deerne gaat, zo kwamen zij bij Ohola en Oholiba, de ontuchtige vrouwen.
45しかし、義人たちは、姦淫を行う女への裁きと、血を流す女への裁きによって、彼女たちを裁く。彼女たちは姦淫を行う女であり、その手には血があるからである。
45Maar de rechtschapen mannen, die zullen over haar het vonnis vellen van overspelige vrouwen, en het vonnis van vrouwen, die bloed vergieten; want ze zijn overspelige vrouwen, en er kleeft bloed aan haar handen.
46主なる神はこう言われる。『わたしは彼女たちに対して群衆を攻め上らせ、彼女たちを翻弄され、略奪される者とする。
46Want zo spreekt Jahweh, de Heer: Roept tegen haar een volksvergadering bijeen, en levert haar over, om mishandeld en geplunderd te worden.
47その群衆は彼女たちを石で打ち、剣で切り倒す。彼女たちの息子や娘を殺し、家々を火で焼く。
47De hele menigte zal haar met keien stenigen, en haar met zwaarden in stukken houwen; haar zonen en dochters zullen ze vermoorden, en haar huizen in brand steken.
48こうして、わたしはこの地から淫らな行いをやめさせる。すべての女は教訓を受け、あなたがたのような淫らな行いをしなくなる。
48Zo zal Ik de ergernis uit het land doen verdwijnen, en het zal voor alle vrouwen een les zijn, om uw ontuchtig gedrag niet na te volgen.
49彼らはあなたがたの淫らな行いをあなたがたに報いる。あなたがたは自分の偶像の罪を負う。そのとき、あなたがたは、わたしが主なる神であることを知る。』」
49Men zal u uw ontucht laten voelen, en voor de zonden met uw gruwelbeelden zult ge worden gestraft. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.