יְחֶזְקֵאל

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 16
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

יְחֶזְקֵאל 16

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויהי דבר יהוה אלי לאמר׃
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2בן אדם הודע את ירושלם את תועבתיה׃
2Mensenkind, ge moet Jerusalem haar gruwel doen kennen
3ואמרת כה אמר אדני יהוה לירושלם מכרתיך ומלדתיך מארץ הכנעני אביך האמרי ואמך חתית׃
3en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer, tot Jerusalem! Uw land van afkomst en geboorte is Kanaän; uw vader was een Amoriet, uw moeder een Hittiet.
4ומולדותיך ביום הולדת אתך לא כרת שרך ובמים לא רחצת למשעי והמלח לא המלחת והחתל לא חתלת׃
4Op deze manier zijt ge ter wereld gekomen: Toen ge geboren werdt, heeft niemand uw navelstreng afgeknipt, of u met water schoongewassen; met zout werdt ge niet ingewreven, niet in doeken gewikkeld.
5לא חסה עליך עין לעשות לך אחת מאלה לחמלה עליך ותשלכי אל פני השדה בגעל נפשך ביום הלדת אתך׃
5Geen oog ontfermde zich over u, om uit medelijden u een van die zorgen te wijden. Neen, op de dag van uw geboorte werdt ge te vondeling gelegd op het vrije veld, omdat men uw leven niets waard vond.
6ואעבר עליך ואראך מתבוססת בדמיך ואמר לך בדמיך חיי ואמר לך בדמיך חיי׃
6Toen kwam Ik u voorbij, en zag u spartelen in uw bloed. Ik sprak tot u, terwijl ge met bloed waart besmeurd: Blijf leven!
7רבבה כצמח השדה נתתיך ותרבי ותגדלי ותבאי בעדי עדיים שדים נכנו ושערך צמח ואת ערם ועריה׃
7fris als een veldbloem maakte Ik u. Ge groeide op en werdt groot; ge bereikte de leeftijd der stonden: uw borsten waren ontwikkeld, uw haar begon te groeien; maar ge waart nog altijd bloot en naakt.
8ואעבר עליך ואראך והנה עתך עת דדים ואפרש כנפי עליך ואכסה ערותך ואשבע לך ואבוא בברית אתך נאם אדני יהוה ותהיי לי׃
8Weer kwam Ik langs u, en bemerkte, dat de tijd der liefde voor u was gekomen; Ik spreidde mijn mantelslip over u uit, en bedekte uw schaamte. Ik zwoer u trouw, en sloot een verbond met u, zegt Jahweh, de Heer; zo werdt gij de mijne!
9וארחצך במים ואשטף דמיך מעליך ואסכך בשמן׃
9Ik wies u met water, spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie;
10ואלבישך רקמה ואנעלך תחש ואחבשך בשש ואכסך משי׃
10Ik deed u bonte kleren aan, gaf u schoeisel van het fijnste leder, bond u een hoofddoek om van damast, hulde u in een sluier van zijde.
11ואעדך עדי ואתנה צמידים על ידיך ורביד על גרונך׃
11Ik smukte u met sieraden, deed armbanden aan uw polsen, een snoer om uw hals;
12ואתן נזם על אפך ועגילים על אזניך ועטרת תפארת בראשך׃
12Ik gaf u een ring door uw neus en hangers aan uw oren een prachtige kroon op uw hoofd.
13ותעדי זהב וכסף ומלבושך ששי ומשי ורקמה סלת ודבש ושמן אכלתי ותיפי במאד מאד ותצלחי למלוכה׃
13Zo waart ge getooid met goud en zilver; uw kleren waren van damast en zijde en bonte weefsels. Het fijnste meel en honing en olie mocht ge eten. Ge werdt een stralende schoonheid, geschikt voor het koningschap!
14ויצא לך שם בגוים ביפיך כי כליל הוא בהדרי אשר שמתי עליך נאם אדני יהוה׃
14Van uw schoonheid ging een roep uit onder de volken, want die was volmaakt door de opschik, waarmee Ik u begiftigd had, spreekt Jahweh, de Heer!
15ותבטחי ביפיך ותזני על שמך ותשפכי את תזנותיך על כל עובר לו יהי׃
15Maar ge werdt vrijmoedig met uw schoonheid, en uw gevierdheid hadt ge veil. Iedereen, die voorbij kwam, hebt ge uw lust getoond, aan hem u overgegeven.
16ותקחי מבגדיך ותעשי לך במות טלאות ותזני עליהם לא באות ולא יהיה׃
16Ge hebt uw kleren misbruikt, om er bonte hoogten van te maken: daarop hebt ge de deerne gespeeld, onbeschaamd en onbevreesd.
17ותקחי כלי תפארתך מזהבי ומכספי אשר נתתי לך ותעשי לך צלמי זכר ותזני בם׃
17Ge hebt uw sieraden gehaald, het goud en zilver, dat Ik u had geschonken; ge hebt er mannenbeelden van gemaakt, en daarmee ontucht bedreven.
18ותקחי את בגדי רקמתך ותכסים ושמני וקטרתי נתתי לפניהם׃
18Ge hebt uw bonte gewaden genomen, en ze daarmee bekleed; mijn olie en wierook hebt ge er voor neergezet.
19ולחמי אשר נתתי לך סלת ושמן ודבש האכלתיך ונתתיהו לפניהם לריח ניחח ויהי נאם אדני יהוה׃
19Het voedsel dat Ik u gegeven had, het fijnste meel, olie en honing, die Ik u tot spijs had geschonken, hebt ge hun aangeboden tot een liefelijke offergeur: zo was het, spreekt Jahweh, de Heer.
20ותקחי את בניך ואת בנותיך אשר ילדת לי ותזבחים להם לאכול המעט מתזנתך׃
20Zelfs hebt ge de zonen en de dochters, die ge Mij geschonken hadt, niet gespaard, maar ze hun ten offer gebracht, opdat zij ze konden verslinden. Was uw ontucht nog niet erg genoeg,
21ותשחטי את בני ותתנים בהעביר אותם להם׃
21dat ge mijn zonen moest slachten, ze door het vuur deedt gaan, en ze zo hebt opgeofferd?
22ואת כל תועבתיך ותזנתיך לא זכרתי את ימי נעוריך בהיותך ערם ועריה מתבוססת בדמך היית׃
22Nooit hebt ge bij al die gruwelen en ontucht eens teruggedacht aan de dagen van uw jeugd, toen ge naakt waart en ontbloot, en in uw bloed lag te trappelen.
23ויהי אחרי כל רעתך אוי אוי לך נאם אדני יהוה׃
23Na al die boosheid: wee u, wee u! spreekt Jahweh, de Heer:
24ותבני לך גב ותעשי לך רמה בכל רחוב׃
24hebt ge u een bordeel gebouwd, en uw kraam geopend in elke straat;
25אל כל ראש דרך בנית רמתך ותתעבי את יפיך ותפשקי את רגליך לכל עובר ותרבי את תזנתך׃
25op elke straathoek hebt ge uw kraam gebouwd, uw schoonheid onteerd, aan elken voorbijganger u aangeboden, en voortdurend ontucht gepleegd.
26ותזני אל בני מצרים שכניך גדלי בשר ותרבי את תזנתך להכעיסני׃
26Ge hebt ontucht bedreven met de Egyptenaren, uw geile buren; voortdurend hebt ge ontucht gepleegd, om Mij te tergen.
27והנה נטיתי ידי עליך ואגרע חקך ואתנך בנפש שנאותיך בנות פלשתים הנכלמות מדרכך זמה׃
27Zie, toen strekte Ik mijn hand al naar u uit, Ik kortte uw erfdeel in, en gaf u over aan de haat van uw vijandinnen, aan de Filistijnse meisjes, die zich schaamden over uw schandelijk gedrag.
28ותזני אל בני אשור מבלתי שבעתך ותזנים וגם לא שבעת׃
28Daarna hebt ge u aan de Assyriërs vergooid, omdat ge nog niet bevredigd waart; ook met hen hebt ge ontucht bedreven, en ge kondt er maar niet genoeg van krijgen.
29ותרבי את תזנותך אל ארץ כנען כשדימה וגם בזאת לא שבעת׃
29Zonder ophouden hebt ge ontucht bedreven met het handelsland Chaldea, maar ook daar werdt ge niet bevredigd.
30מה אמלה לבתך נאם אדני יהוה בעשותך את כל אלה מעשה אשה זונה שלטת׃
30Hoe heftig was uw hartstocht, zegt Jahweh, de Heer, dat ge dit alles, dit gedoe van een onbeschaamde deerne, volhieldt,
31בבנותיך גבך בראש כל דרך ורמתך עשיתי בכל רחוב ולא הייתי כזונה לקלס אתנן׃
31dat ge uw bordeel hebt gebouwd op elke straathoek, aan elke weg uw kraam hebt geopend, en toch geen echte deerne waart, die het enkel voor geld doet.
32האשה המנאפת תחת אישה תקח את זרים׃
32O overspelige vrouw, in plaats van uw eigen man neemt ge vreemden;
33לכל זנות יתנו נדה ואת נתת את נדניך לכל מאהביך ותשחדי אותם לבוא אליך מסביב בתזנותיך׃
33en terwijl men aan alle deernen een vergoeding geeft, hebt gij geschenken aan al uw minnaars uitgedeeld: ge hebt ze omgekocht, om van alle kanten met ontuchtige bedoelingen tot u te komen.
34ויהי בך הפך מן הנשים בתזנותיך ואחריך לא זונה ובתתך אתנן ואתנן לא נתן לך ותהי להפך׃
34Ge deedt juist het omgekeerde van de andere vrouwen: ge waart een deerne, maar men behoefde u niet achterna te lopen; gij gaaft geschenken, maar u werd geen vergoeding gegeven; juist het omgekeerde hebt ge gedaan!
35לכן זונה שמעי דבר יהוה׃
35Daarom deerne, luister naar het woord van Jahweh!
36כה אמר אדני יהוה יען השפך נחשתך ותגלה ערותך בתזנותיך על מאהביך ועל כל גלולי תועבותיך וכדמי בניך אשר נתת להם׃
36Dit zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge voor uw minnaars en voor al uw gruwelijke schandgoden in uw ontucht uw schaamte ontbloot en uw naaktheid onthuld hebt, en het bloed van uw zonen aan hen hebt geofferd,
37לכן הנני מקבץ את כל מאהביך אשר ערבת עליהם ואת כל אשר אהבת על כל אשר שנאת וקבצתי אתם עליך מסביב וגליתי ערותך אלהם וראו את כל ערותך׃
37daarom breng Ik al uw minnaars bijeen, voor wie ge zo lief waart; zowel hen die ge bemind hebt, als hen die ge hebt achtergesteld. Ik breng ze van alle kanten rond u samen, om voor hen uw schaamte te onthullen, zodat ze u in heel uw naaktheid kunnen aanschouwen!
38ושפטתיך משפטי נאפות ושפכת דם ונתתיך דם חמה וקנאה׃
38Ik zal aan u het vonnis voltrekken van een vrouw, die trouw breekt en bloed vergiet, en zo mijn toorn en jaloezie op u koelen.
39ונתתי אותך בידם והרסו גבך ונתצו רמתיך והפשיטו אותך בגדיך ולקחו כלי תפארתך והניחוך עירם ועריה׃
39Ik zal u aan hen overleveren; zij zullen uw bordeel afbreken, uw kramen omvertrekken, u de kleren van het lijf rukken, uw sieraden afnemen, en u naakt en bloot laten liggen.
40והעלו עליך קהל ורגמו אותך באבן ובתקוך בחרבותם׃
40Zij zullen een vergadering over u houden, u met keien stenigen, en met hun zwaard u in stukken houwen.
41ושרפו בתיך באש ועשו בך שפטים לעיני נשים רבות והשבתיך מזונה וגם אתנן לא תתני עוד׃
41Dan steken ze uw huizen in brand, en zullen ten aanschouwen van talrijke vrouwen het vonnis aan u voltrekken. Zo maak Ik een einde aan uw ontucht, en zult ge geen geschenken meer uitdelen!
42והנחתי חמתי בך וסרה קנאתי ממך ושקטתי ולא אכעס עוד׃
42Ik zal mijn woede op u koelen, mijn jaloezie op u stillen, en Ik zal voldaan zijn en niet meer ontstemd.
43יען אשר לא זכרתי את ימי נעוריך ותרגזי לי בכל אלה וגם אני הא דרכך בראש נתתי נאם אדני יהוה ולא עשיתי את הזמה על כל תועבתיך׃
43Omdat ge nooit eens terugdacht aan de dagen van uw jeugd, maar Mij door dat alles hebt blijven prikkelen, daarom zal ook Ik uw gedrag op uw hoofd laten neerkomen, spreekt Jahweh, de Heer, en zult ge bij al uw gruwelen tenminste geen ontucht meer doen!
44הנה כל המשל עליך ימשל לאמר כאמה בתה׃
44Zie, elke spreukendichter past op u het gezegde toe: Zo moeder, zo dochter!
45בת אמך את געלת אישה ובניה ואחות אחותך את אשר געלו אנשיהן ובניהן אמכן חתית ואביכן אמרי׃
45Een echte dochter zijt ge van uw moeder, die haar man en haar kinderen verliet; ge zijt het evenbeeld van uw zusters, die niets om haar man en om haar kinderen gaven. Uw moeder was een Hittiet, uw vader een Amoriet.
46ואחותך הגדולה שמרון היא ובנותיה היושבת על שמאולך ואחותך הקטנה ממך היושבת מימינך סדם ובנותיה׃
46Uw oudste zuster, die aan uw linkerhand woont, is Samaria met haar dochters; uw jongste zuster, die aan uw rechterhand woont, is Sodoma met haar dochters.
47ולא בדרכיהן הלכת ובתועבותיהן עשיתי כמעט קט ותשחתי מהן בכל דרכיך׃
47Ge hebt u niet tevreden gesteld, in haar voetspoor te treden, en gruwelen als zij te bedrijven: heel uw gedrag was stuitender nog dan het hare!
48חי אני נאם אדני יהוה אם עשתה סדם אחותך היא ובנותיה כאשר עשית את ובנותיך׃
48Zo waar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer: Uw zuster Sodoma met haar dochters heeft het zo bont niet gemaakt als gij met uw dochters.
49הנה זה היה עון סדם אחותך גאון שבעת לחם ושלות השקט היה לה ולבנותיה ויד עני ואביון לא החזיקה׃
49Dit was enkel de zonde van Sodoma, uw zuster: zij met haar dochters leden aan overmoed, aan zwelgerij en zorgeloze rust; den misdeelde en behoeftige ondersteunden zij niet;
50ותגבהינה ותעשינה תועבה לפני ואסיר אתהן כאשר ראיתי׃
50ze waren hovaardig, en bedreven gruwelen in mijn ogen. Toch heb Ik ze verstoten, zoals ge gezien hebt.
51ושמרון כחצי חטאתיך לא חטאה ותרבי את תועבותיך מהנה ותצדקי את אחותך בכל תועבתיך אשר עשיתי׃
51Ook Samaria heeft nog niet de helft misdaan van wat gij hebt bedreven. Ge hebt veel erger gruwelen bedreven dan zij beiden, en door uw stuitend gedrag uw zusters nog in een gunstig daglicht geplaatst.
52גם את שאי כלמתך אשר פללת לאחותך בחטאתיך אשר התעבת מהן תצדקנה ממך וגם את בושי ושאי כלמתך בצדקתך אחיותך׃
52Draag dan ook gij uw schande, gij die voor uw zusters in de bres zijt gesprongen; want door uw veel zwaardere zonden zijn zij bij u vergeleken onschuldig. Schaam u dus en draag uw schande, dat ge uw zusters nog verontschuldigt.
53ושבתי את שבותהן את שבית סדם ובנותיה ואת שבית שמרון ובנותיה ושבית שביתיך בתוכהנה׃
53Ik zal haar lot ten beste keren: het lot van Sodoma met haar dochters, en het lot van Samaria met haar dochters,
54למען תשאי כלמתך ונכלמת מכל אשר עשית בנחמך אתן׃
54opdat ge uw schande moogt dragen en u moogt schamen over al wat ge misdreven hebt, en gij die beiden berusting kunt brengen.
55ואחותיך סדם ובנותיה תשבן לקדמתן ושמרון ובנותיה תשבן לקדמתן ואת ובנותיך תשבינה לקדמתכן׃
55Uw zuster Sodoma zal met haar dochters in haar vroegere staat worden hersteld, en Samaria zal met haar dochters terugkeren tot haar vroegere toestand.
56ולוא היתה סדם אחותך לשמועה בפיך ביום גאוניך׃
56Was uw zuster Sodoma niet tot een schimpwoord op uw lippen, ten tijde van uw overmoed,
57בטרם תגלה רעתך כמו עת חרפת בנות ארם וכל סביבותיה בנות פלשתים השאטות אותך מסביב׃
57voordat uw schaamte ontbloot werd? Nu zijt ge net als zij de spot der vrouwen van Edom met heel zijn omgeving, de spot der Filistijnse vrouwen, die van alle kanten u honen.
58את זמתך ואת תועבותיך את נשאתים נאם יהוה׃
58Uw ontucht en uw schanddaad, ge zult ze dragen, zegt Jahweh, de Heer.
59כי כה אמר אדני יהוה ועשית אותך כאשר עשית אשר בזית אלה להפר ברית׃
59Zo spreekt Jahweh, de Heer: Eerst als Ik met u gedaan heb, zoals gij met Mij hebt gedaan: met u, die de eed zo gering acht, dat ge het verbond hebt verbroken:
60וזכרתי אני את בריתי אותך בימי נעוריך והקמותי לך ברית עולם׃
60dan zal Ik het verbond weer gedenken, dat Ik in uw jeugd met u aanging, en zal Ik een eeuwigdurend verbond met u sluiten.
61וזכרת את דרכיך ונכלמת בקחתך את אחותיך הגדלות ממך אל הקטנות ממך ונתתי אתהן לך לבנות ולא מבריתך׃
61Dan zult ge met schaamte terugdenken aan uw gedrag, als Ik uw oudere zusters met uw jongere zusters neem, en ze u tot dochters geef, zonder het aan u verplicht te zijn.
62והקימותי אני את בריתי אתך וידעת כי אני יהוה׃
62Ik zal mijn verbond met u aangaan, en gij zult erkennen, dat Ik Jahweh ben;
63למען תזכרי ובשת ולא יהיה לך עוד פתחון פה מפני כלמתך בכפרי לך לכל אשר עשית נאם אדני יהוה׃
63opdat ge tot inkeer komt en bloost, en van schaamte geen woord durft zeggen, als Ik u alles vergeef wat ge misdreven hebt, zegt Jahweh, de Heer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.