יְחֶזְקֵאל

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 40
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

יְחֶזְקֵאל 40

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1בעשרים וחמש שנה לגלותנו בראש השנה בעשור לחדש בארבע עשרה שנה אחר אשר הכתה העיר בעצם היום הזה היתה עלי יד יהוה ויבא אתי שמה׃
1In het vijf en twintigste jaar van onze verbanning, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, veertien jaren na de inneming van de stad, juist op die dag raakte de hand van Jahweh mij aan. Hij bracht mij derwaarts:
2במראות אלהים הביאני אל ארץ ישראל ויניחני אל הר גבה מאד ועליו כמבנה עיר מנגב׃
2in goddelijke gezichten bracht Hij mij naar het land Israël. Hij liet mij neer op een zeer hoge berg, en het leek alsof aan de zuidkant daarvan een stad was gebouwd.
3ויביא אותי שמה והנה איש מראהו כמראה נחשת ופתיל פשתים בידו וקנה המדה והוא עמד בשער׃
3Hij bracht mij daarheen, en daar zag ik in de poort een man staan, wiens uiterlijk op brons geleek, en die in zijn hand een linnen snoer en een duimstok hield.
4וידבר אלי האיש בן אדם ראה בעיניך ובאזניך שמע ושים לבך לכל אשר אני מראה אותך כי למען הראותכה הבאתה הנה הגד את כל אשר אתה ראה לבית ישראל׃
4De man sprak tot mij: Mensenkind, kijk goed uit uw ogen, spits uw oren, en let aandachtig op alles wat ik u laat zien; want ge zijt hierheen gebracht om te worden ingelicht. Verkondig aan het huis Israël, al wat ge zien zult.
5והנה חומה מחוץ לבית סביב סביב וביד האיש קנה המדה שש אמות באמה וטפח וימד את רחב הבנין קנה אחד וקומה קנה אחד׃
5En zie, buiten het tempelgebouw liep aan alle zijden een muur. De man had in zijn hand een duimstok van zes el: ellen van een el en een handbreedte. En hij mat de dikte van de muurbouw, die bedroeg één roede, en de hoogte: ook één roede.
6ויבוא אל שער אשר פניו דרך הקדימה ויעל במעלתו וימד את סף השער קנה אחד רחב ואת סף אחד קנה אחד רחב׃
6Hij bracht mij naar de poort die op het oosten ligt, ging de trap op, en mat de drempel van de poort; hij was één roede breed; ook de andere drempel was één roede breed.
7והתא קנה אחד ארך וקנה אחד רחב ובין התאים חמש אמות וסף השער מאצל אולם השער מהבית קנה אחד׃
7Elke nis was één roede breed en één roede diep, en tussen de nissen was een afstand van vijf el. Ook de drempel van de poort aan gene zijde van de poorthal, aan de binnenkant, was één roede breed.
8וימד את אלם השער מהבית קנה אחד׃
8Hij mat de poorthal op,
9וימד את אלם השער שמנה אמות ואילו שתים אמות ואלם השער מהבית׃
9die acht el diep was; en haar deurposten, die twee el breed waren. De poorthal lag aan de binnenkant.
10ותאי השער דרך הקדים שלשה מפה ושלשה מפה מדה אחת לשלשתם ומדה אחת לאילם מפה ומפו׃
10De nissen van de oosterpoort lagen tegenover elkander: drie aan de ene en drie aan de andere kant; ze hadden alle drie dezelfde afmetingen, en ook de muurvlakken aan weerskanten hadden dezelfde afmetingen.
11וימד את רחב פתח השער עשר אמות ארך השער שלוש עשרה אמות׃
11Hij nam de breedte van de poortdeur op: ze bedroeg tien el, en die van de poortweg dertien el.
12וגבול לפני התאות אמה אחת ואמה אחת גבול מפה והתא שש אמות מפו ושש אמות מפו׃
12Vóór de nissen was er aan weerskanten een afgesloten ruimte van één el, terwijl de nissen zowel aan de ene als aan de andere zijde zes el diep waren.
13וימד את השער מגג התא לגגו רחב עשרים וחמש אמות פתח נגד פתח׃
13Gemeten van de buitenmuur van een nis af tot aan de tegenoverliggende buitenmuur, bedroeg de breedte van de poort vijf en twintig el. De ene deur lag tegenover de andere.
14ויעש את אילים ששים אמה ואל איל החצר השער סביב סביב׃
14Ook mat hij de voorhal: twintig el. Aan de voorhal grensde aan weerszijden de voorhof.
15ועל פני השער היאתון על לפני אלם השער הפנימי חמשים אמה׃
15Vanaf de buitenzijde van de poortingang tot en met de voorzijde van de poorthal aan de binnenkant, was de afstand vijftig el.
16וחלונות אטמות אל התאים ואל אליהמה לפנימה לשער סביב סביב וכן לאלמות וחלונות סביב סביב לפנימה ואל איל תמרים׃
16In de poort waren in de nissen en hun muurvlakken aan weerszijden vensters, die naar binnen toe schuin toeliepen. Zo waren er ook in de voorhal aan weerszijden vensters, naar binnen toe schuin toelopend; en op de muurvlakken waren palmen aangebracht.
17ויביאני אל החצר החיצונה והנה לשכות ורצפה עשוי לחצר סביב סביב שלשים לשכות אל הרצפה׃
17Vervolgens bracht hij mij naar de buitenvoorhof, en daar zag ik kamers en een plaveisel, die aan alle zijden van de voorhof waren aangelegd. Dertig kamers kwamen uit op dat plaveisel,
18והרצפה אל כתף השערים לעמת ארך השערים הרצפה התחתונה׃
18dat zich bezijden de poorten even ver uitstrekte als de poorten diep waren. Dit was het laagste plaveisel.
19וימד רחב מלפני השער התחתונה לפני החצר הפנימי מחוץ מאה אמה הקדים והצפון׃
19Ook nam hij de afstand op van de binnenzijde van de benedenste poort af tot aan de buitenzijde van de binnenvoorhof, en die bedroeg honderd el.
20והשער אשר פניו דרך הצפון לחצר החיצונה מדד ארכו ורחבו׃
20Toen ging hij mij voor naar het noorden, en ik zag een poort, die op het noorden van de buitenvoorhof lag; en hij nam haar breedte en diepte op.
21ותאו שלושה מפו ושלשה מפו ואילו ואלמו היה כמדת השער הראשון חמשים אמה ארכו ורחב חמש ועשרים באמה׃
21Haar drie nissen aan weerskanten, haar muurvlakken en voorhal, hadden dezelfde afmetingen als die van de eerste poort; deze zelf was eveneens vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
22וחלונו ואלמו ותמרו כמדת השער אשר פניו דרך הקדים ובמעלות שבע יעלו בו ואילמו לפניהם׃
22Ook haar vensters, voorhal en palmen waren van dezelfde afmetingen, als die van de oosterpoort. Men betrad haar langs zeven treden, en haar voorhal lag aan de binnenkant.
23ושער לחצר הפנימי נגד השער לצפון ולקדים וימד משער אל שער מאה אמה׃
23Tegenover de noorderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof: de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
24ויולכני דרך הדרום והנה שער דרך הדרום ומדד אילו ואילמו כמדות האלה׃
24Daarop liet hij mij zuidwaarts gaan, en ook aan de zuidkant zag ik een poort; hij nam de maat van haar nissen, muurvlakken en voorhal: ze hadden dezelfde afmetingen.
25וחלונים לו ולאילמו סביב סביב כהחלנות האלה חמשים אמה ארך ורחב חמש ועשרים אמה׃
25Aan weerszijden van de poort en haar voorhal waren er vensters van dezelfde vorm als de andere. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed,
26ומעלות שבעה עלותו ואלמו לפניהם ותמרים לו אחד מפו ואחד מפו אל אילו׃
26ze had een trap van zeven treden, haar poorthal lag ook aan de binnenkant en op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, aan weerskanten één.
27ושער לחצר הפנימי דרך הדרום וימד משער אל השער דרך הדרום מאה אמות׃
27Tegenover de zuiderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof; de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
28ויביאני אל חצר הפנימי בשער הדרום וימד את השער הדרום כמדות האלה׃
28Vervolgens bracht hij mij in de zuiderpoort, die naar de binnen-voorhof leidt. Hij mat de zuiderpoort op: ze had dezelfde afmetingen;
29ותאו ואילו ואלמו כמדות האלה וחלונות לו ולאלמו סביב סביב חמשים אמה ארך ורחב עשרים וחמש אמות׃
29ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. In de poort en de voorhal waren aan weerskanten vensters Ze was vijftig el lang en vijf en twintig el breed.
30ואלמות סביב סביב ארך חמש ועשרים אמה ורחב חמש אמות׃
30-
31ואלמו אל חצר החצונה ותמרים אל אילו ומעלות שמונה מעלו׃
31Haar voorhal echter lag aan de kant van de buiten-voorhof. Ook op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
32ויביאני אל החצר הפנימי דרך הקדים וימד את השער כמדות האלה׃
32Daarna bracht hij mij naar de oostzijde van de binnen-voorhof, en hij mat de poort op. Ze had dezelfde afmetingen;
33ותאו ואלו ואלמו כמדות האלה וחלונות לו ולאלמו סביב סביב ארך חמשים אמה ורחב חמש ועשרים אמה׃
33ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er in de poort en in de voorhal vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed. Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof.
34ואלמו לחצר החיצונה ותמרים אל אלו מפו ומפו ושמנה מעלות מעלו׃
34Op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
35ויביאני אל שער הצפון ומדד כמדות האלה׃
35Tenslotte bracht hij mij naar de noorderpoort, en mat haar op. Ze had dezelfde afmetingen;
36תאו אלו ואלמו וחלונות לו סביב סביב ארך חמשים אמה ורחב חמש ועשרים אמה׃
36ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
37ואילו לחצר החיצונה ותמרים אל אילו מפו ומפו ושמנה מעלות מעלו׃
37Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof, op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
38ולשכה ופתחה באילים השערים שם ידיחו את העלה׃
38In de poorthal was een kamer met ingang; daar spoelde men het brandoffer af.
39ובאלם השער שנים שלחנות מפו ושנים שלחנות מפה לשחוט אליהם העולה והחטאת והאשם׃
39Binnen de poorthal stonden twee tafels aan de éne en twee tafels aan de andere kant, waarop het brandoffer, het zonde-offer en schuldoffer werden geslacht.
40ואל הכתף מחוצה לעולה לפתח השער הצפונה שנים שלחנות ואל הכתף האחרת אשר לאלם השער שנים שלחנות׃
40Ook aan de buitenkant van de poorthal stonden twee tafels aan de linkerzijde; eveneens aan de andere zijde van de poorthal stonden twee tafels.
41ארבעה שלחנות מפה וארבעה שלחנות מפה לכתף השער שמונה שלחנות אליהם ישחטו׃
41Er waren dus vier tafels aan de ene en vier tafels aan de andere kant van de zijwand der poort; in het geheel acht tafels, waarop geslacht werd.
42וארבעה שלחנות לעולה אבני גזית ארך אמה אחת וחצי ורחב אמה אחת וחצי וגבה אמה אחת אליהם ויניחו את הכלים אשר ישחטו את העולה בם והזבח׃
42De vier tafels voor het brandoffer waren uit steen gehouwen, en waren anderhalf el lang, anderhalf el breed en één el hoog; daarop legde men de gereedschappen neer, waarmee het brand- en slachtoffer geslacht werden.
43והשפתים טפח אחד מוכנים בבית סביב סביב ואל השלחנות בשר הקרבן׃
43Aan de tafels, die binnen stonden, was langs alle kanten een rand aangebracht, een hand breed;
44ומחוצה לשער הפנימי לשכות שרים בחצר הפנימי אשר אל כתף שער הצפון ופניהם דרך הדרום אחד אל כתף שער הקדים פני דרך הצפן׃
44boven de tafels buiten de poort was een overkapping gemaakt, om het offervlees tegen regen en hitte te beschermen. Vervolgens leidde hij mij in de binnen-voorhof, en daar zag ik twee zalen, één ter zijde van de noorderpoort met een gevel op het zuiden, en één terzijde van de zuiderpoort met een gevel op het noorden.
45וידבר אלי זה הלשכה אשר פניה דרך הדרום לכהנים שמרי משמרת הבית׃
45En hij sprak tot mij: Deze zaal, die op het zuiden ligt, is bestemd voor de priesters, die de tempeldienst waarnemen;
46והלשכה אשר פניה דרך הצפון לכהנים שמרי משמרת המזבח המה בני צדוק הקרבים מבני לוי אל יהוה לשרתו׃
46en de zaal, die op het noorden ligt, is bestemd voor de priesters, die de altaardienst verrichten, namelijk voor de zonen van Sadok, die van de zonen van Levi tot Jahweh mogen naderen, om zijn dienst waar te nemen.
47וימד את החצר ארך מאה אמה ורחב מאה אמה מרבעת והמזבח לפני הבית׃
47Hij mat de binnen-voorhof op: honderd el bedroeg de lengte en honderd el de breedte; het was een vierkant, en het altaar stond recht tegenover de tempel.
48ויבאני אל אלם הבית וימד אל אלם חמש אמות מפה וחמש אמות מפה ורחב השער שלש אמות מפו ושלש אמות מפו׃
48Daarna bracht hij mij naar de voorhal van de tempel, en mat de deurposten van de voorhal op: ze waren aan weerskanten vijf el diep. De poort was veertien el breed, en de zijvlakken drie el aan weerskanten.
49ארך האלם עשרים אמה ורחב עשתי עשרה אמה ובמעלות אשר יעלו אליו ועמדים אל האילים אחד מפה ואחד מפה׃
49De lengte van de voorhal bedroeg twintig el en de breedte twaalf el; langs tien treden ging men er heen, en tegen de deurposten stond aan weerskanten een zuil.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.