出エジプト記
Chapter 36
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

出エジプト記 36

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ベツァルエル、オホリアブ、および主から知恵と英知を授けられ、聖所の奉仕の仕事を行うすべを知る者たちはみな、主が命じられた通りに仕事をする。」
1Besalel zal dus het werk voltooien, geholpen door Oholiab en alle kunstenaars, aan wie Jahweh bekwaamheid en inzicht verleend heeft, om met beleid alles te vervaardigen voor de bouw van het heiligdom, juist zoals Jahweh het bevolen heeft.
2モーセはベツァルエルとオホリアブ、また主から知恵を授けられ、心を動かされて仕事に携わろうとする者たちをみな呼び寄せた。
2Nu riep Moses Besalel en Oholiab en alle kunstenaars op, wie Jahweh bekwaamheid had geschonken: allen die zich bezield gevoelden, om aan het werk te gaan en het uit te voeren.
3彼らは、イスラエルの子らが聖所の奉仕の仕事のために持って来たささげ物を、すべてモーセから受け取った。民はなおも毎朝、自発のささげ物を持って来た。
3En onder toezicht van Moses namen zij alle geschenken in ontvangst, die de Israëlieten brachten voor de bouw van het heiligdom. Maar toen men hem iedere morgen opnieuw gaven bleef brengen,
4聖所のすべての仕事を行っていた知恵のある人々はみな、各自が行っていた仕事から離れて来て、
4staakten al de kunstenaars, die de verschillende werkzaamheden aan het heiligdom moesten verrichten, een voor een het werk, waarmee zij bezig waren,
5彼らはモーセに言った。「民は、主が命じられた仕事に必要な量を、はるかに超えて持って来ています。」
5en zeiden tot Moses: Het volk brengt veel meer dan nodig is voor de uitvoering van het werk, dat Jahweh gelast heeft.
6そこでモーセは命じ、陣営中にこう布告させた。「男も女も、聖所へのささげ物のため、もう何も作ってはならない。」こうして民は、持って来ることを止められた。
6Daarom beval Moses, in het kamp af te kondigen: Niemand, man noch vrouw, behoeft nog iets te vervaardigen als geschenk voor het heiligdom! Zo moest het volk er van worden afgehouden, verdere geschenken te brengen.
7材料はすべての仕事を行うのに十分であり、なお余りがあった。
7Wat al vervaardigd was, was voldoende en meer dan voldoende, om het hele werk ten uitvoer te brengen.
8仕事をする者たちのうち、心に知恵のある人々はみな、撚り糸で織った亜麻布、青色、紫色、緋色の糸で十枚の幕を造り、幕屋を造った。彼らはケルビムを熟練した職人の細工としてこれらに織り出した。
8Nu begonnen alle kunstenaars onder de werklieden de tabernakel te maken. Ze vervaardigden hem uit tien banen van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, met cherubs versierd.
9それぞれの幕の長さは二十八キュビト、幅は四キュビトとした。すべての幕は同じ寸法であった。
9De lengte van een baan was acht en twintig el, de breedte vier el; alle banen hadden dezelfde afmetingen.
10彼は五枚の幕を互いにつなぎ合わせ、もう五枚の幕も互いにつなぎ合わせた。
10Men hechtte de banen vijf bij vijf aan elkander,
11彼はつなぎ合わせた一方の幕の端に青い糸で輪を作った。もう一つのつなぎ合わせた幕の外側の端にも同じようにした。
11en maakte violetkleurige lussen aan de zoom van de eerste baan van het ene stel en eveneens aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
12一方の幕に五十の輪を作り、もう一つのつなぎ合わせた幕の端にも五十の輪を作った。輪は互いに向かい合うようにした。
12Vijftig lussen maakte men aan de baan van het ene stel en vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel, zodat de lussen tegenover elkander kwamen te zitten.
13彼は五十の金の留め金を造り、その留め金で幕を互いにつなぎ合わせた。こうして幕屋は一つとなった。
13Vervolgens maakte hij vijftig gouden haken, en hechtte de banen met die haken aaneen, zodat de tabernakel een geheel werd.
14彼は幕屋の上に掛ける天幕として、山羊の毛で幕を造った。十一枚の幕を造った。
14Daarna maakte hij banen van geitenhaar voor de tent over de tabernakel; hij maakte elf van deze banen.
15それぞれの幕の長さは三十キュビト、幅は四キュビトとした。十一枚の幕は同じ寸法であった。
15De lengte van een baan bedroeg dertig el en de breedte vier el; alle elf banen hadden dezelfde afmetingen.
16彼は五枚の幕を一つにつなぎ合わせ、六枚の幕を一つにつなぎ合わせた。
16Vijf van die banen hechtte hij afzonderlijk aan elkander vast, en eveneens de zes andere afzonderlijk.
17彼はつなぎ合わせた一方の外側の幕の端に五十の輪を作り、もう一つのつなぎ合わせた幕の外側の端にも五十の輪を作った。
17Dan maakte hij vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het ene stel en evenzo vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel;
18彼は五十の青銅の留め金を造り、天幕を一つにつなぎ合わせた。
18vervolgens maakte hij vijftig bronzen haken, om de tent zo samen te voegen, dat ze een geheel werd.
19彼は天幕のために赤く染めた雄羊の皮の覆いを造り、その上にジュゴンの皮の覆いを造った。
19Vervolgens maakte hij over deze tent een dek van roodgeverfde ramsvellen, en nog een dekkleed van gelooide huiden daar overheen.
20彼は幕屋のためにアカシアの木で板を造り、直立させた。
20Daarna vervaardigde hij voor de tabernakel rechtopstaande schotten van acaciahout.
21板の長さは十キュビト、それぞれの板の幅は一・五キュビトであった。
21Ieder schot was tien el hoog, en anderhalve el breed,
22それぞれの板には、互いに合うように二つのほぞがあった。彼は幕屋のすべての板をこのように造った。
22en onder ieder schot zaten twee pennen, recht naast elkaar. Zo deed hij met alle schotten van de tabernakel.
23彼は幕屋の南側に向かう側に、二十枚の板を造った。
23Voor de zuidkant van de tabernakel maakte hij twintig schotten,
24彼はその二十枚の板の下に四十の銀の台座を造った。すなわち、一枚の板の二つのほぞの下に二つの台座、もう一枚の板の二つのほぞの下にも二つの台座を置いた。
24en onder die twintig schotten maakte hij veertig zilveren voetstukken, zodat er zich telkens twee onder ieder schot bevonden voor de beide pennen.
25幕屋のもう一方の側、すなわち北側にも二十枚の板を造り、
25Voor de andere wand van de tabernakel dus aan de noordkant, maakte hij eveneens twintig schotten
26それらの四十の銀の台座を造った。すなわち、一枚の板の下に二つの台座、もう一枚の板の下にも二つの台座を置いた。
26met hun veertig zilveren voetstukken, telkens twee onder ieder schot.
27幕屋の奥、すなわち西側のために六枚の板を造った。
27Voor de achterkant van de tabernakel, dus in het westen, maakte hij zes schotten;
28幕屋の奥の両隅のために二枚の板を造った。
28daarenboven voor de beide hoeken van de achterwand van de tabernakel twee schotten,
29これらは下で二重になり、同じように頂部でも一つの環に向けて一つとなるようにした。彼は二つの隅にある両方の板をそのようにした。
29die van onderen in elkander grepen, en evenzo van boven bij de eerste kram. Zo deed hij voor die twee, daar zij beiden de hoekstukken vormden.
30八枚の板と、その銀の台座は十六の台座となった。すべての板の下に二つずつ台座があった。
30Er waren dus acht schotten met hun zestien zilveren voetstukken, telkens twee voetstukken onder ieder schot.
31彼はアカシアの木で横木を造った。幕屋の一方の側の板のために五本、
31Vervolgens maakte hij bindlatten van acaciahout, vijf voor de schotten van de ene zijwand van de tabernakel,
32幕屋のもう一方の側の板のために五本の横木、そして幕屋の奥、すなわち西側の板のために五本の横木を造った。
32en vijf voor de schotten van de andere zijwand van de tabernakel, en ook vijf voor de schotten aan de achterwand van de tabernakel, in het westen.
33彼は板の真ん中を通る中央の横木を、端から端まで通るようにした。
33De middelste bindlat maakte hij zo, dat zij midden over de schotten liep van het ene einde tot het andere.
34彼は板に金をかぶせ、横木を通す場所として金の環を造り、横木にも金をかぶせた。
34De schotten bekleedde hij met goud; de krammen, waarin de bindlatten rustten, maakte hij van goud; de bindlatten zelf overtrok hij weer met goud.
35彼は青色、紫色、緋色の糸、撚り糸で織った亜麻布で垂れ幕を造った。それにケルビムを熟練した職人の細工として織り出した。
35Daarna maakte hij het voorhangsel van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, met cherubs versierd.
36そのために四本のアカシアの木の柱を造り、それに金をかぶせた。その掛け釘は金であった。彼はそのために四つの銀の台座を鋳造した。
36Hij maakte daarvoor vier palen van acaciahout, die hij met goud besloeg, met gouden ringen eraan en goot er vier zilveren voetstukken voor.
37彼は天幕の入り口のために、青色、紫色、緋色の糸、撚り糸で織った亜麻布で、刺繍をする者の細工による幕を造った。
37Ten slotte vervaardigde hij voor de ingang van de Tent een tapijt van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, met fijn borduurwerk versierd;
38また、その五本の柱とその掛け釘を造り、その柱頭と帯飾りに金をかぶせた。その五つの台座は青銅であった。
38daarbij de vijf palen met hun ringen. De koppen en banden der palen overtrok hij met goud, terwijl de vijf voetstukken van brons waren.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.