出エジプト記 19
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1イスラエルの子らがエジプトの地を出てから三か月目、その同じ日に、彼らはシナイの荒野に着いた。
1In de derde maand, juist op dezelfde dag, dat de Israëlieten uit Egypte waren vertrokken, bereikten zij de woestijn van de Sinaï.
2彼らはレフィディムから旅立ち、シナイの荒野に来て、荒野に宿営した。イスラエルはそこで山の前に宿営した。
2Nadat zij van Refidim opgebroken, en in de woestijn van de Sinaï waren gekomen, sloeg Israël zijn legerplaats op in de woestijn, en legerde zich daar tegenover de berg.
3モーセは神のもとへ上って行った。主は山から彼を呼んで言われた。「ヤコブの家にこう言い、イスラエルの子らに告げなさい。
3Nu klom Moses omhoog naar God. En Jahweh riep tot hem van de berg: Dit moet ge aan het huis van Jakob zeggen, en aan Israëls zonen verkondigen:
4『あなたがたは、わたしがエジプト人に行ったこと、また、わたしがあなたがたを鷲の翼に乗せて、わたしのもとに連れて来たことを見た。
4“Gij hebt gezien, wat Ik aan Egypte gedaan heb, hoe Ik u op adelaarsvleugelen heb gedragen en u tot Mij heb gebracht.
5今、もしあなたがたがわたしの声によく聞き従い、わたしの契約を守るなら、あなたがたはすべての民の中でわたしの宝の民となる。全地はわたしのものである。
5Zo gij Mij gehoorzaamt en mijn Verbond onderhoudt, zult gij onder alle volken mijn bijzonder eigendom zijn; want Mij behoort de hele aarde.
6あなたがたはわたしにとって、祭司の王国、聖なる国民となる。』これが、あなたがイスラエルの子らに語るべき言葉である。」
6Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk”. Zo moet ge tot de zonen Israëls spreken.
7モーセは来て、民の長老たちを呼び寄せ、主が彼に命じられたこれらすべての言葉を彼らの前に置いた。
7Toen Moses terug was gekomen, riep hij de oudsten van het volk bijeen, en bracht hun alle bevelen over, die Jahweh hem had gegeven.
8民は皆一緒に答えて言った。「主が言われたことを、私たちはすべて行います。」モーセは民の言葉を主に持ち帰った。
8En het hele volk antwoordde eenstemmig: We zullen alles doen wat Jahweh geboden heeft! Nadat Moses het antwoord van het volk aan Jahweh had overgebracht,
9主はモーセに言われた。「見よ、わたしは濃い雲の中であなたのもとへ来る。わたしがあなたと語るのを民が聞き、いつまでもあなたを信じるためである。」モーセは民の言葉を主に告げた。
9sprak Jahweh tot Moses: Zie, Ik kom tot u in een donkere wolk, opdat het volk Mij met u zal horen spreken en u voor altijd zal geloven. Toen Moses het antwoord van het volk aan Jahweh had overgebracht,
10主はモーセに言われた。「民のところに行き、今日と明日、彼らを聖別しなさい。彼らに衣服を洗わせ、
10sprak Jahweh tot Moses: Ga terug naar het volk, en zorg er voor, dat zij zich vandaag en morgen reinigen en hun kleren wassen.
11三日目に備えさせなさい。三日目に、主はすべての民の目の前でシナイ山に下られる。
11Ze moeten zich gereed houden voor overmorgen; want op de derde dag zal Jahweh ten aanschouwen van het hele volk op de berg Sinaï neerdalen.
12民のために山の周囲に境を設け、告げなさい。『山に上ったり、その境に触れたりしないよう気をつけよ。山に触れる者は必ず死刑に処せられる。
12Ook moet gij het volk aan alle kanten op een afstand houden, en zeggen: Wacht u er voor, de berg te bestijgen of zelfs zijn voet te naderen. Ieder die de berg nadert, zal sterven.
13その者に手を触れてはならない。石で打つか、矢で射抜かなければならない。人でも動物でも、生かしておいてはならない。』角笛が長く鳴り響く時、彼らは山のふもとへ近づいてよい。」
13Hij zal worden gestenigd of met pijlen doorboord, want geen hand mag hem aanraken; of het een dier of mens is, hij blijft niet in leven. Eerst wanneer de ramshoorn schalt, mogen zij de berg bestijgen.
14モーセは山から民のところに下り、民を聖別した。彼らは衣服を洗った。
14Nu daalde Moses van de berg af naar het volk, zorgde er voor, dat het volk zich reinigde en zijn kleren waste,
15彼は民に言った。「三日目に備えなさい。女に近づいてはならない。」
15en beval hun: Houdt u gereed voor overmorgen, en laat niemand een vrouw naderen.
16三日目の朝になると、雷と稲妻があり、濃い雲が山の上にあった。そして非常に大きな角笛の音がして、陣営にいたすべての民は震えた。
16En op de derde dag in de morgen: donderslagen en bliksemflitsen; over de berg een donkere wolk en schetteren van bazuingeschal. Al het volk in de legerplaats rilde van angst.
17モーセは神に会うために、民を陣営から導き出し、彼らは山のふもとに立った。
17Maar Moses leidde het volk de legerplaats uit, God tegemoet, en men schaarde zich aan de voet van de berg.
18シナイ山は全体が煙に包まれた。主が火の中でその上に下られたのである。煙はかまどの煙のように立ち上り、山全体が激しく震えた。
18De berg Sinaï stond van alle kanten in rook door het vuur, waarin Jahweh daar was neergedaald. De rook steeg omhoog als de rook uit een oven, de hele berg schudde heftig,
19角笛の音がますます大きくなった時、モーセは語り、神は声を出して彼に答えられた。
19en het bazuingeschal schetterde luider en luider. Nu begon Moses te spreken, en God antwoordde hem in de donder.
20主はシナイ山の上、その山の頂に下られた。主はモーセを山の頂に呼ばれ、モーセは上って行った。
20Want Jahweh was op de berg Sinaï neergedaald, op de top van de berg. Hij had Moses naar de top van de berg ontboden, en Moses was naar boven geklommen.
21主はモーセに言われた。「下って行き、民が境を破って主を見ようとし、多くの者が滅びることのないよう警告しなさい。
21Daarna sprak Jahweh tot Moses: Ga naar beneden, en waarschuw het volk, de omheining niet te verbreken, om Jahweh te naderen en Hem te aanschouwen; want velen van hen zouden vallen.
22主に近づく祭司たちも自らを聖別しなさい。主が彼らを打つことのないためである。」
22Ook moeten de priesters, die tot Jahweh willen naderen, zich heiligen, anders barst de toorn van Jahweh tegen hen los.
23モーセは主に言った。「民はシナイ山に上ることはできません。あなたが私たちに『山の周囲に境界を設け、それを聖別しなさい』と言って警告されたからです。」
23Moses gaf Jahweh ten antwoord: Het volk kan de berg Sinaï niet bestijgen; want zelf hebt Gij ons dringend bevolen, de berg te omheinen en voor heilig te houden.
24主は彼に言われた。「下りなさい。そしてアロンを連れて上りなさい。しかし、祭司たちや民が境を破って主のもとへ上り、主が彼らを打つことのないようにしなさい。」
24Maar Jahweh sprak: Ga naar beneden, en kom dan weer met Aäron en de priesters naar boven; doch laat het volk de omheining niet verbreken, om tot Jahweh op te klimmen; anders barst de toorn van Jahweh tegen hen los.
25そこでモーセは民のところに下り、彼らに語った。
25Toen daalde Moses af naar het volk, en bracht het hun over.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.