出エジプト記
Chapter 29
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

出エジプト記 29

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1彼らが祭司としてわたしに仕えるために、彼らを聖なるものとするため、あなたが彼らになすべき事は次の通りである。若い雄牛一頭と、傷のない雄羊二匹を取りなさい。
1Deze handelingen moet ge aan hen voltrekken, om hen tot mijn priesters te wijden: Neem één jongen stier en twee rammen, die zonder gebreken zijn;
2種なしパン、油を混ぜた種なしの菓子、油を塗った種なしの薄焼きパンを、上質な小麦粉で造りなさい。
2daarbij ongedesemde broden en ongedesemde koeken met olie gemengd en ongedesemde offervlaas met olie bestreken, van tarwebloem bereid.
3それらを一つの籠に入れ、その籠に入れて、雄牛と二匹の雄羊と共に持って来なさい。
3Leg ze in een mand, en breng ze in die mand tegelijk met den jongen stier en de twee rammen.
4アロンとその子らを会見の天幕の入り口へ連れて来て、水で洗いなさい。
4Daarna moet ge Aäron en zijn zonen naar de ingang van de openbaringstent leiden en hen met water wassen.
5衣服を取り、アロンに長衣、エポデの上着、エポデ、胸当てを着せ、エポデの織り帯を締めなさい。
5Dan moet ge de gewaden nemen, en Aäron bekleden met de tuniek, de schoudermantel, het borstkleed en de borsttas, hem het borstkleed vastbinden met de band,
6彼の頭にターバンをかぶせ、ターバンの上に聖なる冠を置きなさい。
6de tulband op zijn hoofd plaatsen en de heilige diadeem aan de tulband bevestigen.
7そして注ぎ油を取り、彼の頭に注いで、彼に油を注ぎなさい。
7Dan moet ge de zalfolie nemen, die over zijn hoofd uitstorten en hem zalven.
8息子たちを連れて来て、長衣を着せなさい。
8Vervolgens moet ge zijn zonen doen toetreden, hen met de tunieken bekleden,
9アロンとその子らに飾り帯を締め、頭帯を結びなさい。祭司職は永遠の掟によって彼らのものとなる。こうしてアロンとその子らを任職する。
9de gordel ombinden en de hoofddoeken omdoen. Wanneer ge zo Aäron en zijn zonen tot priesters hebt aangesteld, zullen zij de priesterlijke waardigheid bezitten als een eeuwig recht.
10雄牛を会見の天幕の前へ連れて来て、アロンとその子らに、その頭へ手を置かせなさい。
10Dan moet ge den stier voor de openbaringstent brengen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op de kop van den stier leggen;
11会見の天幕の入り口、主の前で雄牛を屠りなさい。
11daarna moet men den stier voor het aanschijn van Jahweh aan de ingang van de openbaringstent slachten.
12雄牛の血を指で祭壇の角に塗り、残りの血を祭壇の土台に注ぎなさい。
12Neem dan het bloed van den stier, strijk een gedeelte daarvan met uw vinger aan de hoornen van het altaar, en stort de rest tegen het voetstuk van het altaar.
13内臓を覆う脂肪、肝臓の覆い、二つの腎臓とその脂肪を取り、祭壇の上で焼きなさい。
13Vervolgens moet ge al het vet nemen, dat de ingewanden omgeeft, en de kwab aan de lever, de beide nieren en het niervet, en dat op het altaar in rook doen opgaan;
14雄牛の肉、皮、糞は陣営の外で火に焼く。これは罪のいけにえである。
14maar het vlees van den stier met zijn vel en darmen moet ge buiten de legerplaats in het vuur verbranden. Dit is het zondeoffer.
15一匹の雄羊を取り、アロンとその子らに、その頭へ手を置かせなさい。
15Dan moet ge een van de rammen nemen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op de kop van den ram leggen;
16雄羊を屠り、その血を祭壇の周囲に振りかけなさい。
16ge moet den ram slachten, zijn bloed opvangen, en er aan alle kanten het altaar mee besprenkelen.
17その雄羊を切り分け、その内臓と足を洗い、切り分けた肉や頭と一緒に置きなさい。
17Snijd dien ram vervolgens in stukken, was de ingewanden en poten af, en leg ze bij de andere stukken en de kop.
18雄羊を全部、祭壇の上で焼きなさい。これは主への全焼のいけにえ、心地よい香り、主への火によるささげ物である。
18Den helen ram moet ge op het altaar in rook doen opgaan. Het is een heerlijk geurend brandoffer voor Jahweh, een vuuroffer ter ere van Jahweh.
19もう一匹の雄羊を取り、アロンとその子らに、その頭へ手を置かせなさい。
19Daarna moet ge den tweeden ram nemen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op zijn kop leggen.
20雄羊を屠り、その血をアロンとその子らの右の耳たぶ、右手の親指、右足の親指に塗り、残りを祭壇の周囲に振りかけなさい。
20Dan moet ge hem slachten, met zijn bloed de rechteroorlel, rechterduim en rechter grote teen van Aäron en zijn zonen bestrijken, en met het overige bloed aan alle kanten het altaar besprenkelen.
21祭壇の上にある血と注ぎ油の一部を取って、アロンとその衣服、および彼と共にいるその子らとその衣服に振りかけなさい。そうすれば彼とその衣服、および彼と共にいるその子らとその衣服は聖なるものとなる。
21Neem dan wat van het bloed, dat tegen het altaar is gesprenkeld, tegelijk met wat zalfolie, en besprenkel daarmee Aäron en de gewaden van Aäron, zijn zonen en de gewaden van zijn zonen, zodat hij en zijn zonen, alsook de gewaden van beiden zullen gewijd zijn.
22また、その雄羊の脂肪、脂尾、内臓を覆う脂肪、肝臓の覆い、二つの腎臓、それについている脂肪、右のももを取りなさい(それは任職の雄羊だからである)。
22Vervolgens moet ge het vet van den ram nemen, met het staartvet en het vet, dat de ingewanden omgeeft, de kwab aan de lever, de beide nieren met het niervet, dat er om heen zit, en daar het een wijdingsram is, ook de rechterschenkel;
23さらに、主の前にある種なしパンの籠から、パンの塊一つ、油を塗ったパンの菓子一つ、薄焼きパン一つを取りなさい。
23bovendien, uit de mand met ongedesemde broden, die voor het aanschijn van Jahweh staat, één rond brood, één met olie bestreken broodkoek en één vla.
24これらをすべてアロンとその子らの手に載せ、揺り動かすささげ物として主の前で揺り動かしなさい。
24Dit alles moet ge in de handen van Aäron leggen en in die van zijn zonen, en als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden.
25あなたはそれらを彼らの手から取り、祭壇の上で全焼のいけにえの上で焼きなさい。これは主の前の心地よい香り、主への火によるささげ物である。
25Dan moet ge het uit hun handen nemen, en het op het altaar in rook doen opgaan te zamen met het heerlijk geurend brandoffer voor het aanschijn van Jahweh; het is een vuuroffer ter ere van Jahweh.
26アロンの任職の雄羊の胸を取り、揺り動かすささげ物として主の前で揺り動かしなさい。これはあなたの分となる。
26Vervolgens moet ge het borststuk van Aärons wijdingsram nemen, en het als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden. Dit zal uw deel zijn.
27任職の雄羊から取った、揺り動かすささげ物の胸と、持ち上げるささげ物のももを聖別しなさい。これはアロンとその子らの分である。
27Zo zult ge door het wijdingsram van Aäron en zijn zonen de borststukken, die als strekoffers worden aangeboden, en de schenkels, die als hefoffers worden opgedragen, heiligen;
28これはイスラエルの子らからアロンとその子らに与えられる永遠の分である。和解のいけにえから取り分けて主に献げる、持ち上げるささげ物である。
28volgens een altijdgeldende wet zullen zij het deel zijn, dat de kinderen Israëls aan Aäron en zijn zonen moeten afstaan. Want het is een hefoffer, en als zodanig moet het door Israëls zonen van hun vredeoffers worden afgestaan, als een gave aan Jahweh.
29アロンの聖なる衣服は、彼の後の子らのためのものとなり、彼らがそれを着て油を注がれ、それを着て任職される。
29De heilige gewaden van Aäron zullen na hem op zijn zonen overgaan; daarin moeten zij gezalfd en tot priesters worden aangesteld.
30彼に代わって祭司となる息子は、聖所で仕えるため会見の天幕に入る時、七日間その衣服を着る。
30En zeven dagen moet zijn zoon, die hem als priester opvolgt en de openbaringstent binnentreedt, zich daarmee bekleden, om de dienst in het heiligdom uit te oefenen.
31任職の雄羊を取り、その肉を聖なる場所で煮なさい。
31Het vlees van den wijdingsram moet ge op een heilige plaats koken.
32アロンとその子らは、会見の天幕の入り口で、雄羊の肉と籠のパンを食べる。
32En Aäron en zijn zonen zullen het vlees van den ram en het brood uit de mand eten bij de ingang van de openbaringstent.
33彼らを任職し聖別する贖いのために用いられたものを、彼らが食べる。ほかの者は食べてはならない。これは聖なるものである。
33Zij alleen mogen het eten, omdat zij daardoor de verzoening verkregen, toen men hen tot priester aanstelde en wijdde; een leek mag er niet van eten, want het is heilig.
34任職の肉やパンが朝まで残ったなら、火で焼き尽くしなさい。聖なるものなので、食べてはならない。
34En zo er iets van het vlees van het wijdingsoffer of van het brood tot de volgende morgen zou overblijven, moet ge dat overschot verbranden; het mag niet worden gegeten, want het is heilig.
35わたしが命じたすべての通りに、アロンとその子らに行いなさい。七日間にわたって任職する。
35Voltrek dit alles aan Aäron en zijn zonen, juist zoals Ik het u heb bevolen. Zeven dagen moet ge de priesterwijding laten duren.
36毎日、贖いのために罪のいけにえの雄牛を献げなさい。祭壇のために贖いを行ってこれをきよめ、油を注いで聖別する。
36Iedere dag moet ge tot verzoening een stier opdragen als zondeoffer, en door uw verzoening de onreinheid van het altaar wegnemen; dan moet ge het zalven, om het te wijden.
37七日間、祭壇のために贖罪をし、それを聖別しなさい。そうすれば祭壇は最も聖なるものとなる。祭壇に触れるものはみな聖なるものとなる。
37Zeven dagen lang zult ge voor het altaar de verzoeningsplechtigheid verrichten, om het te wijden. Zo zal het altaar hoogheilig zijn, en iedereen, die het aanraakt, zal als iets heiligs worden behandeld.
38あなたが祭壇の上にささげるべきものは次の通りである。一歳の小羊二匹を、毎日絶えずささげる。
38Regelmatig iedere dag moet ge twee eenjarig lammeren op het altaar offeren.
39一匹を朝に、もう一匹を夕暮れに献げる。
39Het ene lam moet ge des morgens offeren, het andere tegen de avond.
40一匹の小羊と共に、一エファの十分の一の上質な小麦粉に、一ヒンの四分の一のついて搾った油を混ぜたものと、注ぎのささげ物として一ヒンの四分の一のぶどう酒をささげる。
40Bij het eerste lam behoort een issaron meelbloem, gemengd met een kwart hin gestoten olie, en een plengoffer van een vierde hin wijn.
41もう一匹の小羊は夕暮れにささげ、朝の穀物のささげ物と注ぎのささげ物と同様にしなさい。心地よい香り、主への火によるささげ物である。
41Het andere lam moet ge tegen de avond offeren. Gij moet er eenzelfde spijs(-) en plengoffer bij doen als des morgens. Het moet een heerlijk geurend vuuroffer zijn ter ere van Jahweh,
42これが、あなたがたの代々にわたり、会見の天幕の入り口、主の前で絶えずささげられる全焼のいけにえとなる。そこでわたしはあなたがたと会い、そこであなたに語る。
42een bestendig brandoffer van geslacht tot geslacht, opgedragen aan de ingang van de openbaringstent en voor het aanschijn van Jahweh, waar Ik Mij aan u zal openbaren, om tot u te spreken.
43そこでわたしはイスラエルの子らと会う。その場所はわたしの栄光によって聖別される。
43Daar zal Ik Mij openbaren aan de zonen Israëls, en die plaats zal door mijn glorie worden geheiligd.
44わたしは会見の天幕と祭壇を聖別する。わたしはまた、アロンとその子らを聖別し、祭司としてわたしに仕えさせる。
44Ik zal de openbaringstent heiligen met het altaar, en Aäron heiligen met zijn zonen, om mijn priesters te zijn.
45わたしはイスラエルの子らの間に住み、彼らの神となる。
45Ik zal wonen te midden van Israëls kinderen en hun God zijn.
46彼らは、わたしが彼らの間に住むために、エジプトの地から彼らを導き出した、彼らの神、主であることを知るであろう。わたしは彼らの神、主である。
46Dan zullen zij weten, dat Ik, Jahweh, hun God ben, die hen uit het land van Egypte heb geleid, om in hun midden te wonen: Ik Jahweh, hun God!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.