שְׁמֹות

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 36
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

שְׁמֹות 36

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ועשה בצלאל ואהליאב וכל איש חכם לב אשר נתן יהוה חכמה ותבונה בהמה לדעת לעשת את כל מלאכת עבדת הקדש לכל אשר צוה יהוה׃
1Besalel zal dus het werk voltooien, geholpen door Oholiab en alle kunstenaars, aan wie Jahweh bekwaamheid en inzicht verleend heeft, om met beleid alles te vervaardigen voor de bouw van het heiligdom, juist zoals Jahweh het bevolen heeft.
2ויקרא משה אל בצלאל ואל אהליאב ואל כל איש חכם לב אשר נתן יהוה חכמה בלבו כל אשר נשאו לבו לקרבה אל המלאכה לעשת אתה׃
2Nu riep Moses Besalel en Oholiab en alle kunstenaars op, wie Jahweh bekwaamheid had geschonken: allen die zich bezield gevoelden, om aan het werk te gaan en het uit te voeren.
3ויקחו מלפני משה את כל התרומה אשר הביאו בני ישראל למלאכת עבדת הקדש לעשת אתה והם הביאו אליו עוד נדבה בבקר בבקר׃
3En onder toezicht van Moses namen zij alle geschenken in ontvangst, die de Israëlieten brachten voor de bouw van het heiligdom. Maar toen men hem iedere morgen opnieuw gaven bleef brengen,
4ויבאו כל החכמים העשים את כל מלאכת הקדש איש איש ממלאכתו אשר המה עשים׃
4staakten al de kunstenaars, die de verschillende werkzaamheden aan het heiligdom moesten verrichten, een voor een het werk, waarmee zij bezig waren,
5ויאמרו אל משה לאמר מרבים העם להביא מדי העבדה למלאכה אשר צוה יהוה לעשת אתה׃
5en zeiden tot Moses: Het volk brengt veel meer dan nodig is voor de uitvoering van het werk, dat Jahweh gelast heeft.
6ויצו משה ויעבירו קול במחנה לאמר איש ואשה אל יעשו עוד מלאכה לתרומת הקדש ויכלא העם מהביא׃
6Daarom beval Moses, in het kamp af te kondigen: Niemand, man noch vrouw, behoeft nog iets te vervaardigen als geschenk voor het heiligdom! Zo moest het volk er van worden afgehouden, verdere geschenken te brengen.
7והמלאכה היתה דים לכל המלאכה לעשות אתה והותר׃
7Wat al vervaardigd was, was voldoende en meer dan voldoende, om het hele werk ten uitvoer te brengen.
8ויעשו כל חכם לב בעשי המלאכה את המשכן עשר יריעת שש משזר ותכלת וארגמן ותולעת שני כרבים מעשה חשב עשה אתם׃
8Nu begonnen alle kunstenaars onder de werklieden de tabernakel te maken. Ze vervaardigden hem uit tien banen van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, met cherubs versierd.
9ארך היריעה האחת שמנה ועשרים באמה ורחב ארבע באמה היריעה האחת מדה אחת לכל היריעת׃
9De lengte van een baan was acht en twintig el, de breedte vier el; alle banen hadden dezelfde afmetingen.
10ויחבר את חמש היריעת אחת אל אחת וחמש יריעת חבר אחת אל אחת׃
10Men hechtte de banen vijf bij vijf aan elkander,
11ויעש ללאת תכלת על שפת היריעה האחת מקצה במחברת כן עשה בשפת היריעה הקיצונה במחברת השנית׃
11en maakte violetkleurige lussen aan de zoom van de eerste baan van het ene stel en eveneens aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
12חמשים ללאת עשה ביריעה האחת וחמשים ללאת עשה בקצה היריעה אשר במחברת השנית מקבילת הללאת אחת אל אחת׃
12Vijftig lussen maakte men aan de baan van het ene stel en vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel, zodat de lussen tegenover elkander kwamen te zitten.
13ויעש חמשים קרסי זהב ויחבר את הירעת אחת אל אחת בקרסים ויהי המשכן אחד׃
13Vervolgens maakte hij vijftig gouden haken, en hechtte de banen met die haken aaneen, zodat de tabernakel een geheel werd.
14ויעש יריעת עזים לאהל על המשכן עשתי עשרה יריעת עשה אתם׃
14Daarna maakte hij banen van geitenhaar voor de tent over de tabernakel; hij maakte elf van deze banen.
15ארך היריעה האחת שלשים באמה וארבע אמות רחב היריעה האחת מדה אחת לעשתי עשרה יריעת׃
15De lengte van een baan bedroeg dertig el en de breedte vier el; alle elf banen hadden dezelfde afmetingen.
16ויחבר את חמש היריעת לבד ואת שש היריעת לבד׃
16Vijf van die banen hechtte hij afzonderlijk aan elkander vast, en eveneens de zes andere afzonderlijk.
17ויעש ללאת חמשים על שפת היריעה הקיצנה במחברת וחמשים ללאת עשה על שפת היריעה החברת השנית׃
17Dan maakte hij vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het ene stel en evenzo vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel;
18ויעש קרסי נחשת חמשים לחבר את האהל להית אחד׃
18vervolgens maakte hij vijftig bronzen haken, om de tent zo samen te voegen, dat ze een geheel werd.
19ויעש מכסה לאהל ערת אלים מאדמים ומכסה ערת תחשים מלמעלה׃
19Vervolgens maakte hij over deze tent een dek van roodgeverfde ramsvellen, en nog een dekkleed van gelooide huiden daar overheen.
20ויעש את הקרשים למשכן עצי שטים עמדים׃
20Daarna vervaardigde hij voor de tabernakel rechtopstaande schotten van acaciahout.
21עשר אמת ארך הקרש ואמה וחצי האמה רחב הקרש האחד׃
21Ieder schot was tien el hoog, en anderhalve el breed,
22שתי ידת לקרש האחד משלבת אחת אל אחת כן עשה לכל קרשי המשכן׃
22en onder ieder schot zaten twee pennen, recht naast elkaar. Zo deed hij met alle schotten van de tabernakel.
23ויעש את הקרשים למשכן עשרים קרשים לפאת נגב תימנה׃
23Voor de zuidkant van de tabernakel maakte hij twintig schotten,
24וארבעים אדני כסף עשה תחת עשרים הקרשים שני אדנים תחת הקרש האחד לשתי ידתיו ושני אדנים תחת הקרש האחד לשתי ידתיו׃
24en onder die twintig schotten maakte hij veertig zilveren voetstukken, zodat er zich telkens twee onder ieder schot bevonden voor de beide pennen.
25ולצלע המשכן השנית לפאת צפון עשה עשרים קרשים׃
25Voor de andere wand van de tabernakel dus aan de noordkant, maakte hij eveneens twintig schotten
26וארבעים אדניהם כסף שני אדנים תחת הקרש האחד ושני אדנים תחת הקרש האחד׃
26met hun veertig zilveren voetstukken, telkens twee onder ieder schot.
27ולירכתי המשכן ימה עשה ששה קרשים׃
27Voor de achterkant van de tabernakel, dus in het westen, maakte hij zes schotten;
28ושני קרשים עשה למקצעת המשכן בירכתים׃
28daarenboven voor de beide hoeken van de achterwand van de tabernakel twee schotten,
29והיו תואמם מלמטה ויחדו יהיו תמים אל ראשו אל הטבעת האחת כן עשה לשניהם לשני המקצעת׃
29die van onderen in elkander grepen, en evenzo van boven bij de eerste kram. Zo deed hij voor die twee, daar zij beiden de hoekstukken vormden.
30והיו שמנה קרשים ואדניהם כסף ששה עשר אדנים שני אדנים שני אדנים תחת הקרש האחד׃
30Er waren dus acht schotten met hun zestien zilveren voetstukken, telkens twee voetstukken onder ieder schot.
31ויעש בריחי עצי שטים חמשה לקרשי צלע המשכן האחת׃
31Vervolgens maakte hij bindlatten van acaciahout, vijf voor de schotten van de ene zijwand van de tabernakel,
32וחמשה בריחם לקרשי צלע המשכן השנית וחמשה בריחם לקרשי המשכן לירכתים ימה׃
32en vijf voor de schotten van de andere zijwand van de tabernakel, en ook vijf voor de schotten aan de achterwand van de tabernakel, in het westen.
33ויעש את הבריח התיכן לברח בתוך הקרשים מן הקצה אל הקצה׃
33De middelste bindlat maakte hij zo, dat zij midden over de schotten liep van het ene einde tot het andere.
34ואת הקרשים צפה זהב ואת טבעתם עשה זהב בתים לבריחם ויצף את הבריחם זהב׃
34De schotten bekleedde hij met goud; de krammen, waarin de bindlatten rustten, maakte hij van goud; de bindlatten zelf overtrok hij weer met goud.
35ויעש את הפרכת תכלת וארגמן ותולעת שני ושש משזר מעשה חשב עשה אתה כרבים׃
35Daarna maakte hij het voorhangsel van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, met cherubs versierd.
36ויעש לה ארבעה עמודי שטים ויצפם זהב וויהם זהב ויצק להם ארבעה אדני כסף׃
36Hij maakte daarvoor vier palen van acaciahout, die hij met goud besloeg, met gouden ringen eraan en goot er vier zilveren voetstukken voor.
37ויעש מסך לפתח האהל תכלת וארגמן ותולעת שני ושש משזר מעשה רקם׃
37Ten slotte vervaardigde hij voor de ingang van de Tent een tapijt van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, met fijn borduurwerk versierd;
38ואת עמודיו חמשה ואת וויהם וצפה ראשיהם וחשקיהם זהב ואדניהם חמשה נחשת׃
38daarbij de vijf palen met hun ringen. De koppen en banden der palen overtrok hij met goud, terwijl de vijf voetstukken van brons waren.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.