שְׁמֹות

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 25
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

שְׁמֹות 25

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וידבר יהוה אל משה לאמר׃
1Daar sprak Jahweh tot Moses:
2דבר אל בני ישראל ויקחו לי תרומה מאת כל איש אשר ידבנו לבו תקחו את תרומתי׃
2Zeg de kinderen Israëls, dat ze Mij geschenken brengen; van iedereen, wien het hart het ingeeft, zult ge geschenken aanvaarden.
3וזאת התרומה אשר תקחו מאתם זהב וכסף ונחשת׃
3Dit zijn de geschenken, die ge van hen moet aannemen: goud, zilver en brons,
4ותכלת וארגמן ותולעת שני ושש ועזים׃
4violet, purper, karmozijn, getwijnd lijnwaad en geitenhaar,
5וערת אילם מאדמים וערת תחשים ועצי שטים׃
5roodgeverfde ramsvellen, gelooide huiden en acaciahout;
6שמן למאר בשמים לשמן המשחה ולקטרת הסמים׃
6olie voor de lampen, specerijen voor de zalfolie en voor de geurige wierook;
7אבני שהם ואבני מלאים לאפד ולחשן׃
7onyxstenen en andere edelstenen, om er het borstkleed en de borsttas mee te bezetten.
8ועשו לי מקדש ושכנתי בתוכם׃
8Want ge moet voor Mij een heiligdom maken, opdat Ik in hun midden kan wonen.
9ככל אשר אני מראה אותך את תבנית המשכן ואת תבנית כל כליו וכן תעשו׃
9En ge moet de tabernakel met toebehoren nauwkeurig naar de modellen vervaardigen, die Ik u nu ga tonen.
10ועשו ארון עצי שטים אמתים וחצי ארכו ואמה וחצי רחבו ואמה וחצי קמתו׃
10Ge moet een ark vervaardigen van acaciahout, twee en een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.
11וצפית אתו זהב טהור מבית ומחוץ תצפנו ועשית עליו זר זהב סביב׃
11Ge moet haar van binnen en van buiten met zuiver goud bekleden en er loofwerk van goud omheen maken.
12ויצקת לו ארבע טבעת זהב ונתתה על ארבע פעמתיו ושתי טבעת על צלעו האחת ושתי טבעת על צלעו השנית׃
12Dan moet ge er vier gouden krammen voor gieten, en die boven aan de vier poten bevestigen, twee krammen aan iedere kant.
13ועשית בדי עצי שטים וצפית אתם זהב׃
13Maak vervolgens handbomen van acaciahout, besla ze met goud,
14והבאת את הבדים בטבעת על צלעת הארן לשאת את הארן בהם׃
14en steek ze in de krammen aan weerskanten van de ark, om daarmee de ark te dragen.
15בטבעת הארן יהיו הבדים לא יסרו ממנו׃
15De handbomen moeten in de krammen aan de ark blijven, en mogen er niet worden uitgetrokken.
16ונתת אל הארן את העדת אשר אתן אליך׃
16In de ark moet ge de verbondswet leggen, die Ik u geven zal.
17ועשית כפרת זהב טהור אמתים וחצי ארכה ואמה וחצי רחבה׃
17Daarna moet ge ook een verzoendeksel maken van zuiver goud, twee en een halve el lang en anderhalve el breed.
18ועשית שנים כרבים זהב מקשה תעשה אתם משני קצות הכפרת׃
18Aan de beide uiteinden van het verzoendeksel moet ge twee gouden cherubs als drijfwerk maken.
19ועשה כרוב אחד מקצה מזה וכרוב אחד מקצה מזה מן הכפרת תעשו את הכרבים על שני קצותיו׃
19Sla een cherub uit aan het ene einde en een cherub aan het andere einde; dus in het verzoendeksel zelf moet ge aan beide uiteinden de cherubs uitslaan.
20והיו הכרבים פרשי כנפים למעלה סככים בכנפיהם על הכפרת ופניהם איש אל אחיו אל הכפרת יהיו פני הכרבים׃
20De cherubs moeten hun vleugels omhoog spreiden, en met hun vleugels het verzoendeksel overspannen; ze moeten tegenover elkander staan, terwijl hun gezichten naar het verzoendeksel gericht moeten zijn.
21ונתת את הכפרת על הארן מלמעלה ואל הארן תתן את העדת אשר אתן אליך׃
21Leg dan het verzoendeksel boven op de ark, en de verbondswet, die Ik u geven zal, erin.
22ונועדתי לך שם ודברתי אתך מעל הכפרת מבין שני הכרבים אשר על ארן העדת את כל אשר אצוה אותך אל בני ישראל׃
22Daar zal Ik Mij aan u openbaren, en boven het verzoendeksel tussen de twee cherubs, die op de ark des Verbonds staan, zal Ik alles mededelen, wat Ik u voor de Israëlieten heb te bevelen.
23ועשית שלחן עצי שטים אמתים ארכו ואמה רחבו ואמה וחצי קמתו׃
23Gij moet ook een tafel van acaciahout vervaardigen, twee ellen lang, een el breed en anderhalve el hoog.
24וצפית אתו זהב טהור ועשית לו זר זהב סביב׃
24Overtrek die met zuiver goud, en maak er loofwerk van goud omheen.
25ועשית לו מסגרת טפח סביב ועשית זר זהב למסגרתו סביב׃
25Gij moet daar een lijst van een hand breed omheen maken, en om die lijst loofwerk van goud.
26ועשית לו ארבע טבעת זהב ונתת את הטבעת על ארבע הפאת אשר לארבע רגליו׃
26Dan moet ge vier gouden krammen maken, en die aan de vier hoeken bij de poten bevestigen.
27לעמת המסגרת תהיין הטבעת לבתים לבדים לשאת את השלחן׃
27Breng die krammen voor de handbomen van de tafel vlak bij de lijst aan.
28ועשית את הבדים עצי שטים וצפית אתם זהב ונשא בם את השלחן׃
28De handbomen moet ge van acaciahout maken, en met goud beslaan; daarmee moet de tafel worden gedragen.
29ועשית קערתיו וכפתיו וקשותיו ומנקיתיו אשר יסך בהן זהב טהור תעשה אתם׃
29Bovendien moet ge nog de nodige schotels, kannen, bekers en schalen vervaardigen voor het uitgieten van de plengoffers; ge moet ze maken van zuiver goud.
30ונתת על השלחן לחם פנים לפני תמיד׃
30Ook moet ge er voor zorgen, dat er op de tafel voortdurend toonbroden voor Mij liggen.
31ועשית מנרת זהב טהור מקשה תעשה המנורה ירכה וקנה גביעיה כפתריה ופרחיה ממנה יהיו׃
31Vervolgens moet ge een kandelaar maken van zuiver goud. De kandelaar moet drijfwerk zijn: zijn voetstuk en schacht, zijn bloemkelken, knoppen en bloesems uit één stuk.
32וששה קנים יצאים מצדיה שלשה קני מנרה מצדה האחד ושלשה קני מנרה מצדה השני׃
32Zes armen moeten terzijde uitsteken, drie armen aan de ene kant van de kandelaar en drie armen aan de andere kant.
33שלשה גבעים משקדים בקנה האחד כפתר ופרח ושלשה גבעים משקדים בקנה האחד כפתר ופרח כן לששת הקנים היצאים מן המנרה׃
33Aan iedere arm moeten drie bloemkelken zitten in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems; dus aan de zes armen, die uit de kandelaar steken op dezelfde manier.
34ובמנרה ארבעה גבעים משקדים כפתריה ופרחיה׃
34Maar aan de kandelaar zelf moeten vier bloemkelken zitten in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems;
35וכפתר תחת שני הקנים ממנה וכפתר תחת שני הקנים ממנה וכפתר תחת שני הקנים ממנה לששת הקנים היצאים מן המנרה׃
35telkens moet één knop onder elk van de drie paar armen zitten, waar de zes armen uit de kandelaar schieten.
36כפתריהם וקנתם ממנה יהיו כלה מקשה אחת זהב טהור׃
36De knoppen en armen moeten met de kandelaar zelf uit één stuk zijn; het geheel één stuk drijfwerk van zuiver goud.
37ועשית את נרתיה שבעה והעלה את נרתיה והאיר על עבר פניה׃
37Bovendien moet ge de zeven lampen maken, die er bij horen, en deze er zo boven op plaatsen, dat het licht naar de voorzijde valt.
38ומלקחיה ומחתתיה זהב טהור׃
38Ook de snuiters en bakjes moeten van zuiver goud zijn.
39ככר זהב טהור יעשה אתה את כל הכלים האלה׃
39Een talent zuiver goud moet men gebruiken voor de kandelaar en voor alles wat er bij hoort.
40וראה ועשה בתבניתם אשר אתה מראה בהר׃
40Zorg er voor, dat ge het vervaardigt naar de modellen, die u op de berg zijn getoond.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.