Exodus 25
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And the Lord spoke to Moses, saying:
1Daar sprak Jahweh tot Moses:
2Speak to the children of Israel, that they bring firstfruits to me: of every man that offereth of his own accord, you shall take them.
2Zeg de kinderen Israëls, dat ze Mij geschenken brengen; van iedereen, wien het hart het ingeeft, zult ge geschenken aanvaarden.
3And these are the things you must take: gold, and silver, and brass,
3Dit zijn de geschenken, die ge van hen moet aannemen: goud, zilver en brons,
4Violet and purple, and scarlet twice dyed, and fine linen, and goats’ hair,
4violet, purper, karmozijn, getwijnd lijnwaad en geitenhaar,
5And rams’ skins dyed red, and violet skins, and setim wood:
5roodgeverfde ramsvellen, gelooide huiden en acaciahout;
6Oil to make lights: spices for ointment, and for sweetsmelling incense:
6olie voor de lampen, specerijen voor de zalfolie en voor de geurige wierook;
7Onyx stones, and precious stones to adorn the ephod and the rational.
7onyxstenen en andere edelstenen, om er het borstkleed en de borsttas mee te bezetten.
8And they shall make me a sanctuary, and I will dwell in the midst of them:
8Want ge moet voor Mij een heiligdom maken, opdat Ik in hun midden kan wonen.
9According to all the likeness of the tabernacle which I will shew thee, and of all the vessels for the service thereof: and thus you shall make it:
9En ge moet de tabernakel met toebehoren nauwkeurig naar de modellen vervaardigen, die Ik u nu ga tonen.
10Frame an ark of setim wood, the length whereof shall be of two cubits and a half: the breadth, a cubit and a half: the height, likewise, a cubit and a half.
10Ge moet een ark vervaardigen van acaciahout, twee en een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.
11And thou shalt overlay it with the purest gold within and without: and over it thou shalt make a golden crown round about:
11Ge moet haar van binnen en van buiten met zuiver goud bekleden en er loofwerk van goud omheen maken.
12And four golden rings, which thou shall put at the four corners of the ark: let two rings be on the one side, and two on the other.
12Dan moet ge er vier gouden krammen voor gieten, en die boven aan de vier poten bevestigen, twee krammen aan iedere kant.
13Thou shalt make bars also of setim wood, and shalt overlay them with gold.
13Maak vervolgens handbomen van acaciahout, besla ze met goud,
14And thou shalt put them in through the rings that are in the sides of the ark, that it may be carried on them.
14en steek ze in de krammen aan weerskanten van de ark, om daarmee de ark te dragen.
15And they shall be always in the rings, neither shall they at any time be drawn out of them.
15De handbomen moeten in de krammen aan de ark blijven, en mogen er niet worden uitgetrokken.
16And thou shalt put in the ark the testimony which I will give thee.
16In de ark moet ge de verbondswet leggen, die Ik u geven zal.
17Thou shalt make also a propitiatory of the purest gold: the length thereof shall be two cubits and a half, and the breadth a cubit and a half.
17Daarna moet ge ook een verzoendeksel maken van zuiver goud, twee en een halve el lang en anderhalve el breed.
18Thou shalt make also two cherubims of beaten gold, on the two sides of the oracle.
18Aan de beide uiteinden van het verzoendeksel moet ge twee gouden cherubs als drijfwerk maken.
19Let one cherub be on the one side, and the other on the other.
19Sla een cherub uit aan het ene einde en een cherub aan het andere einde; dus in het verzoendeksel zelf moet ge aan beide uiteinden de cherubs uitslaan.
20Let them cover both sides of the propitiatory, spreading their wings, and covering the oracle, and let them look one towards the other, their faces being turned towards the propitiatory wherewith the ark is to be covered.
20De cherubs moeten hun vleugels omhoog spreiden, en met hun vleugels het verzoendeksel overspannen; ze moeten tegenover elkander staan, terwijl hun gezichten naar het verzoendeksel gericht moeten zijn.
21In which thou shalt put the testimony that I will give thee.
21Leg dan het verzoendeksel boven op de ark, en de verbondswet, die Ik u geven zal, erin.
22Thence will I give orders, and will speak to thee over the propitiatory, and from the midst of the two cherubims, which shall be upon the ark of the testimony, all things which I will command the children of Israel by thee.
22Daar zal Ik Mij aan u openbaren, en boven het verzoendeksel tussen de twee cherubs, die op de ark des Verbonds staan, zal Ik alles mededelen, wat Ik u voor de Israëlieten heb te bevelen.
23Thou shalt make a table also of setim wood, of two cubits in length, and a cubit in breadth, and a cubit and half in height.
23Gij moet ook een tafel van acaciahout vervaardigen, twee ellen lang, een el breed en anderhalve el hoog.
24And thou shalt overlay it with the purest gold: and thou shalt make to it a golden ledge round about.
24Overtrek die met zuiver goud, en maak er loofwerk van goud omheen.
25And to the ledge itself a polished crown, four inches high: and over the same another little golden crown.
25Gij moet daar een lijst van een hand breed omheen maken, en om die lijst loofwerk van goud.
26Thou shalt prepare also four golden rings, and shalt put them in the four corners of the same table over each foot.
26Dan moet ge vier gouden krammen maken, en die aan de vier hoeken bij de poten bevestigen.
27Under the crown shall the golden rings be, that the bars may be put through them, and the table may be carried.
27Breng die krammen voor de handbomen van de tafel vlak bij de lijst aan.
28The bars also themselves thou shalt make of setim wood, and shalt overlay them with gold to bear up the table.
28De handbomen moet ge van acaciahout maken, en met goud beslaan; daarmee moet de tafel worden gedragen.
29Thou shalt prepare also dishes, and bowls, censers, and cups, wherein the libations are to be offered of the purest gold.
29Bovendien moet ge nog de nodige schotels, kannen, bekers en schalen vervaardigen voor het uitgieten van de plengoffers; ge moet ze maken van zuiver goud.
30And thou shalt set upon the table loaves of proposition in my sight always.
30Ook moet ge er voor zorgen, dat er op de tafel voortdurend toonbroden voor Mij liggen.
31Thou shalt make also a candlestick of beaten work of the finest gold, the shaft thereof, and the branches, the cups, and the bowls, and the lilies going forth from it.
31Vervolgens moet ge een kandelaar maken van zuiver goud. De kandelaar moet drijfwerk zijn: zijn voetstuk en schacht, zijn bloemkelken, knoppen en bloesems uit één stuk.
32Six branches shall come out of the sides, three out of the one side, and three out of the other.
32Zes armen moeten terzijde uitsteken, drie armen aan de ene kant van de kandelaar en drie armen aan de andere kant.
33Three cups as it were nuts to every branch, and a bowl withal, and a lily; and three cups, likewise of the fashion of nuts in the other branch, and a bowl withal, and a lily. Such shall be the work of the six branches, that are to come out from the shaft:
33Aan iedere arm moeten drie bloemkelken zitten in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems; dus aan de zes armen, die uit de kandelaar steken op dezelfde manier.
34And in the candlestick itself shall be four cups in the manner of a nut, and at every one, bowls and lilies.
34Maar aan de kandelaar zelf moeten vier bloemkelken zitten in de vorm van amandelbloesem, knoppen en bloesems;
35Bowls under two branches in three places, which together make six coming forth out of one shaft.
35telkens moet één knop onder elk van de drie paar armen zitten, waar de zes armen uit de kandelaar schieten.
36And both the bowls and the branches shall be of the same beaten work of the purest gold.
36De knoppen en armen moeten met de kandelaar zelf uit één stuk zijn; het geheel één stuk drijfwerk van zuiver goud.
37Thou shalt make also seven lamps, and shalt set them upon the candlestick, to give light over against.
37Bovendien moet ge de zeven lampen maken, die er bij horen, en deze er zo boven op plaatsen, dat het licht naar de voorzijde valt.
38The snuffers also and where the snuffings shall be put out, shall be made of the purest gold.
38Ook de snuiters en bakjes moeten van zuiver goud zijn.
39The whole weight of the candlestick with all the furniture thereof shall be a talent of the purest gold.
39Een talent zuiver goud moet men gebruiken voor de kandelaar en voor alles wat er bij hoort.
40Look and make it according to the pattern, that was shewn thee in the mount.
40Zorg er voor, dat ge het vervaardigt naar de modellen, die u op de berg zijn getoond.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.