שְׁמֹות 30
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ועשית מזבח מקטר קטרת עצי שטים תעשה אתו׃
1Nog moet ge een altaar vervaardigen, om wierook te offeren. Ge moet dat van acaciahout maken,
2אמה ארכו ואמה רחבו רבוע יהיה ואמתים קמתו ממנו קרנתיו׃
2een el lang en een el breed, dus vierkant, en twee ellen hoog; zijn hoornen moeten er één geheel mee uitmaken.
3וצפית אתו זהב טהור את גגו ואת קירתיו סביב ואת קרנתיו ועשית לו זר זהב סביב׃
3Ge moet het met zuiver goud overtrekken, zowel het bovenvlak, als alle zijkanten en de hoornen, en loofwerk van goud er omheen maken.
4ושתי טבעת זהב תעשה לו מתחת לזרו על שתי צלעתיו תעשה על שני צדיו והיה לבתים לבדים לשאת אתו בהמה׃
4Onder dat loofwerk moet ge aan weerskanten twee gouden krammen aanbrengen, die dienen voor de handbomen, waarmee het gedragen wordt.
5ועשית את הבדים עצי שטים וצפית אתם זהב׃
5Die handbomen moet ge van acaciahout maken, en met goud beslaan.
6ונתתה אתו לפני הפרכת אשר על ארן העדת לפני הכפרת אשר על העדת אשר אועד לך שמה׃
6Gij moet het voor het voorhangsel plaatsen, dat voor de ark des Verbonds en het verzoendeksel boven de verbondswet hangt, waar Ik Mij aan u zal openbaren.
7והקטיר עליו אהרן קטרת סמים בבקר בבקר בהיטיבו את הנרת יקטירנה׃
7Iedere morgen, wanneer Aäron de lampen in orde brengt, moet hij daarop geurige wierook branden;
8ובהעלת אהרן את הנרת בין הערבים יקטירנה קטרת תמיד לפני יהוה לדרתיכם׃
8en eveneens wanneer hij tegen de avond de lampen ontsteekt. Het moet een bestendig reukoffer zijn voor het aanschijn van Jahweh van geslacht tot geslacht.
9לא תעלו עליו קטרת זרה ועלה ומנחה ונסך לא תסכו עליו׃
9Ge moogt daarop geen andere wierook offeren, dan die is voorgeschreven, noch daarop brand(-) en spijsoffers brengen, of plengoffers daarop uitgieten.
10וכפר אהרן על קרנתיו אחת בשנה מדם חטאת הכפרים אחת בשנה יכפר עליו לדרתיכם קדש קדשים הוא ליהוה׃
10Eenmaal per jaar moet Aäron de verzoeningsplechtigheid verrichten voor de hoornen; met het bloed van het zondeoffer ter verzoening zal hij dat eens per jaar doen. Zo zal het hoogheilig zijn voor Jahweh van geslacht tot geslacht.
11וידבר יהוה אל משה לאמר׃
11Jahweh vervolgde tot Moses:
12כי תשא את ראש בני ישראל לפקדיהם ונתנו איש כפר נפשו ליהוה בפקד אתם ולא יהיה בהם נגף בפקד אתם׃
12Wanneer ge de Israëlieten monstert en ze hoofd voor hoofd telt, moet ieder van hen bij de monstering aan Jahweh een losprijs voor zijn leven betalen, opdat geen ramp hen bij de monstering mag treffen.
13זה יתנו כל העבר על הפקדים מחצית השקל בשקל הקדש עשרים גרה השקל מחצית השקל תרומה ליהוה׃
13Dit moet iedereen geven, die op de monsterrol komt: een halve sikkel volgens het heilig gewicht, met twintig gera’s in een sikkel; die halve sikkel is een belasting voor Jahweh.
14כל העבר על הפקדים מבן עשרים שנה ומעלה יתן תרומת יהוה׃
14Iedereen die op de monsterrol komt en twintig jaar oud is of meer, moet deze belasting voor Jahweh betalen.
15העשיר לא ירבה והדל לא ימעיט ממחצית השקל לתת את תרומת יהוה לכפר על נפשתיכם׃
15De rijke zal niet meer en de arme niet minder dan een halve sikkel betalen, als belasting voor Jahweh, en als losprijs voor uw leven.
16ולקחת את כסף הכפרים מאת בני ישראל ונתת אתו על עבדת אהל מועד והיה לבני ישראל לזכרון לפני יהוה לכפר על נפשתיכם׃
16Gij zult het losgeld van Israëls zonen voor de dienst van de tabernakel gebruiken; maar het zal tevens dienen om Israëls kinderen bij Jahweh in gedachtenis te houden, en tot een losprijs voor uw leven.
17וידבר יהוה אל משה לאמר׃
17Nog sprak Jahweh tot Moses:
18ועשית כיור נחשת וכנו נחשת לרחצה ונתת אתו בין אהל מועד ובין המזבח ונתת שמה מים׃
18Maak ook een bronzen wasbekken met een onderstel van brons, plaats het tussen de openbaringstent en het altaar en vul het met water.
19ורחצו אהרן ובניו ממנו את ידיהם ואת רגליהם׃
19Met dit water moeten Aäron en zijn zonen hun handen en voeten wassen.
20בבאם אל אהל מועד ירחצו מים ולא ימתו או בגשתם אל המזבח לשרת להקטיר אשה ליהוה׃
20Wanneer zij de openbaringstent binnengaan, moeten zij zich met het water afwassen, op straffe des doods; of wanneer zij tot het altaar willen naderen, om hun dienst te verrichten door een vuurofffer voor Jahweh te branden,
21ורחצו ידיהם ורגליהם ולא ימתו והיתה להם חק עולם לו ולזרעו לדרתם׃
21moeten zij handen en voeten wassen, op straffe des doods. Dit is voor hen een eeuwige wet, voor hem en zijn nazaat tot in het verste geslacht.
22וידבר יהוה אל משה לאמר׃
22Nog sprak Jahweh tot Moses:
23ואתה קח לך בשמים ראש מר דרור חמש מאות וקנמן בשם מחציתו חמשים ומאתים וקנה בשם חמשים ומאתים׃
23Voorzie u van de kostbaarste specerijen: vijfhonderd sikkels vloeibare myrrhe en half zoveel, dus tweehonderd vijftig sikkels geurige kaneel, tweehonderd vijftig sikkels geurige kalmus,
24וקדה חמש מאות בשקל הקדש ושמן זית הין׃
24en vijf honderd sikkels laurier; alles volgens het heilig gewicht. Voeg er een hin olijfolie aan toe,
25ועשית אתו שמן משחת קדש רקח מרקחת מעשה רקח שמן משחת קדש יהיה׃
25en bereid daarvan de heilige zalfolie. Een geurig mengsel moet het zijn volgens de regels der kunst; want het is de heilige zalfolie.
26ומשחת בו את אהל מועד ואת ארון העדת׃
26Hiermee moet ge de openbaringstent zalven, de ark des Verbonds,
27ואת השלחן ואת כל כליו ואת המנרה ואת כליה ואת מזבח הקטרת׃
27de tafel met haar toebehoren, de kandelaar met alles wat erbij hoort, het reukofferaltaar,
28ואת מזבח העלה ואת כל כליו ואת הכיר ואת כנו׃
28het brandofferaltaar met zijn toebehoren en het bekken met zijn onderstel.
29וקדשת אתם והיו קדש קדשים כל הנגע בהם יקדש׃
29Daardoor zult ge ze wijden, zodat ze hoogheilig worden, en iedereen, die ze aanraakt, als iets heiligs zal worden behandeld.
30ואת אהרן ואת בניו תמשח וקדשת אתם לכהן לי׃
30Ook Aäron en zijn zonen zult ge er mee zalven, en hen wijden, om mijn priesters te zijn.
31ואל בני ישראל תדבר לאמר שמן משחת קדש יהיה זה לי לדרתיכם׃
31Maar tot de Israëlieten zult ge zeggen: Dit zal voor Mij de heilige zalfolie zijn van geslacht tot geslacht.
32על בשר אדם לא ייסך ובמתכנתו לא תעשו כמהו קדש הוא קדש יהיה לכם׃
32Ge moogt ze niet over het lichaam van gewone mensen uitgieten, en zelfs in deze verhouding geen andere bereiden; want ze is heilig en ook voor u moet ze heilig zijn.
33איש אשר ירקח כמהו ואשר יתן ממנו על זר ונכרת מעמיו׃
33Iedereen dus, die een soortgelijk mengsel bereidt of het aan een leek durft geven, zal van zijn volk worden afgesneden.
34ויאמר יהוה אל משה קח לך סמים נטף ושחלת וחלבנה סמים ולבנה זכה בד בבד יהיה׃
34Nog sprak Jahweh tot Moses: Voorzie u van geurige specerijen; van amber, kruidnagel en gom, van kruiden en zuivere hars, alles in gelijke hoeveelheid.
35ועשית אתה קטרת רקח מעשה רוקח ממלח טהור קדש׃
35Ge moet daarvan volgens de regels der kunst een geurige wierook bereiden, met wat zout gemengd, zuiver en heilig.
36ושחקת ממנה הדק ונתתה ממנה לפני העדת באהל מועד אשר אועד לך שמה קדש קדשים תהיה לכם׃
36Hier moet ge telkens wat van afnemen, het tot poeder wrijven en voor de ark des Verbonds in de openbaringstent brengen, waar Ik Mij aan u zal openbaren. Hij moet hoogheilig voor u zijn.
37והקטרת אשר תעשה במתכנתה לא תעשו לכם קדש תהיה לך ליהוה׃
37Als ge wierook voor u zelf wilt maken, moogt ge die niet in deze verhouding bereiden; ge moet hem als iets heiligs voor Jahweh beschouwen.
38איש אשר יעשה כמוה להריח בה ונכרת מעמיו׃
38Iedereen, die iets dergelijks maakt, om van zijn geur te genieten, zal van zijn volk worden afgesneden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.