Дїяння 8
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Савло ж похваляв убийство його. Стало ся ж того дня велике гоненнє на церкву Єрусалимську і всї порозсипались по землях Юдейських та Самарийських, окрім апостолів.
1Nog op diezelfde dag brak er een hevige vervolging tegen de kerk van Jerusalem los; en allen verspreidden zich over het land van Judea en Samaria, behalve de apostelen.
2Поховали ж Стефана побожні люде, і счинили великий плач по нему.
2Vrome mannen droegen Stéfanus ten grave, en bedreven zware rouw over hem.
3Савло ж руйнував церкву, входячи в доми та хапаючи і виволїкаючи чоловіків і жінок, і передавав у темницю.
3Ook Saul woedde tegen de Kerk; hij drong de huizen binnen, en sleepte mannen en vrouwen weg, om ze gevangen te zetten.
4Которі ж порозсипались, ходили, благовіствуючи слово.
4Zij, die zich hadden verspreid, trokken overal rond, om het woord te verkondigen.
5І так, Филип, прийшовши в город Самарийський, проповідував їм Христа.
5Zo kwam ook Filippus in de stad Samaria, en preekte hun den Christus.
6І вважав народ на слова Филипові однодушно, слухавши і бачивши ознаки, що він робив.
6Eenparig luisterde het volk met grote aandacht naar wat Filippus sprak, daar ze de wonderen hoorden en zagen, die hij verrichtte.
7З многих бо, що мали духів нечистих, виходили вони, ревучи великим голосом; і многі розслаблені і криві сцїлялись.
7Want van vele bezetenen gingen de onreine geesten luid schreeuwende uit; vele lammen en kreupelen werden genezen.
8І стались радощі великі в городї тому.
8Zo heerste er in die stad grote vreugde.
9Один же чоловік, на ймя Симон, пробував перше у городї, і чарував та дивував народ Самарийський, кажучи, що він хтось великий.
9Maar in die stad bevond zich een man, Simon genaamd, die reeds vroeger toverkunsten had verricht en het volk van Samaria in verbazing had gebracht; hij beweerde, iets heel bijzonders te zijn.
10На него вважали всї від малого до старого, кажучи: Сей єсть велика сила Божа.
10Allen, klein en groot, hingen hem aan, en zeiden: Hij is, wat men noemt, de grote kracht Gods.
11Вважали ж на него через те, що доволї часу чарами дивував їх.
11Ze hingen hem aan, omdat hij hen reeds lange tijd door zijn toverkunsten in verbazing had gebracht.
12Як же увірували Филипу, що благовіствував про царство Боже й імя Ісуса Христа, то хрестились і чоловіки й жінки.
12Maar nu ze aan de prediking van Filippus geloofden over het koninkrijk Gods en over de naam van Jesus Christus, lieten mannen en vrouwen zich dopen.
13Увірував же і сам Симон, і, охрестившись, пробував у Филипа; а, видївши ознаки й чудеса великі, дивував ся.
13Ook Simon zelf geloofde, liet zich dopen, en sloot zich bij Filippus aan. Zo zag hij de tekenen en grote wonderen gebeuren; en hij stond stom van verbazing.
14Почувши ж апостоли в Єрусалимі, що прийняла Самария слово Боже, послали до них Петра та Йоана,
14Toen de apostelen te Jerusalem vernamen, dat Samaria het woord Gods had aangenomen, zonden ze Petrus en Johannes er heen.
15котрі прийшовши, молили ся про них, щоб прийняли Духа сьвятого.
15Zij kwamen af, en baden voor hen, dat ze den Heiligen Geest zouden ontvangen.
16(Ще бо нї на кого з них не зійшов, а тільки охрещені були в імя Господа Ісуса.)
16Want deze was nog op niemand hunner neergedaald; ze waren alleen maar gedoopt in de naam van den Heer Jesus.
17Тодї клали руки на них, і прийняли вони сьвятого Духа.
17Nu legden ze hun de handen op en ze ontvingen den Heiligen Geest.
18Видївши ж Симон, що положеннєм рук апостолських даєть ся Дух сьвятий, принїс їм грошей,
18Toen Simon zag, dat door de handoplegging der apostelen de Geest werd meegedeeld, bood hij hun geld aan
19говорячи: Дайте й менї власть таку, щоб, на кого я положу руки, прийняв Духа сьвятого.
19en zeide: Geeft ook mij die macht, dat ieder, wien ik de handen opleg, den Heiligen Geest ontvangt.
20Петр же рече до него: Нехай срібло твоє з тобою буде на погибель, бо дар Божий думав єси за гроші здобути.
20Maar Petrus sprak tot hem: Uw geld ga met u ten verderve, omdat ge gemeend hebt, de gave Gods voor geld te verkrijgen.
21Нема для тебе частини, анї долї в речі сїй, серце бо твоє не праве перед Богом.
21Ge kunt geen deel hieraan hebben; want uw hart is niet oprecht tegenover God.
22Покай ся ж у ледарстві сьому твоїм, та благай Бога: може відпустить ся тобі думка серця твого.
22Heb dus berouw over uw boosheid, en bid tot God, dat die toeleg van uw hart u vergeven mag worden;
23Бо в жовчі гіркости і в увязї неправди виджу тебе.
23want ik zie u bitter als gal, en in de ongerechtigheid verstrikt
24Озвав ся ж Симон та й каже: Молїть ся ви за мене Господу, щоб нїщо не найшло на мене, що ви сказали.
24Simon antwoordde Bidt gij voor mij tot den Heer, dat niets van wat gij gezegd hebt, mij treffe.
25Ті ж, що сьвідкували, глаголавши слово Господнє, вернулись у Єрусалим, і в многих селах Самарийських благовіствували.
25Nadat ze hun getuigenis hadden afgelegd, en het woord des Heren hadden verkondigd, keerden ze naar Jerusalem terug, terwijl ze nog in meerdere dorpen der Samaritanen het evangelie preekten.
26Ангел же Господень промовив Филипові, глаголючи: Устань, та йди на полуднє дорогою, що йде з Єрусалиму в Газу; вона пуста.
26En een engel des Heren sprak tot Filippus: Sta op, en ga tegen de middag de weg op, die van Jerusalem naar Gaza loopt, en wel de woestijnweg
27І вставши пійшов; і ось чоловік із Єтіопиї, євнух, вельможа Кандакиї, царицї Єтіопської, що був над усїм скарбом її; він приходив поклонитись у Єрусалим;
27Hij stond op, en ging. En zie, een man uit Ethiopië, een hooggeplaatst kamerdienaar en opperschatmeester van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, was ter aanbidding naar Jerusalem gekomen.
28і вертав ся, а сидячи на возї своїм, читав пророка Ісаїю.
28Nu was hij op de terugreis, en zat op zijn wagen den profeet Isaias te lezen.
29Рече ж Дух Филипові: Приступи та пристань до воза сього.
29En de Geest sprak tot Filippus: Ga naast die wagen lopen.
30Приступивши ж Филип, почув його, як читав пророка Ісаїю, і рече: Чи розумієш, що читаєш?
30Filippus ging er naar toe, hoorde hem den profeet Isaias lezen, en zeide: Begrijpt ge wel, wat ge leest?
31Він же каже: Як бо можу, коли нїхто не наведе мене? І просив Филипа, щоб, вилїзши, сїв з ним.
31Hij antwoordde: Hoe zou ik het kunnen, zo niemand mij leiding geeft? Daarop nodigde hij Filippus uit, naast hem te komen zitten.
32Місце ж писання, що читав, було се: Як овечку на зарізь ведено Його; й як ягня перед тим, хто стриже його, безголосе, так не відкриває уст своїх.
32De Schriftuurplaats, die hij las, was de volgende “Als een schaap wordt Hij ter slachtbank geleid; En als een lam, stom tegenover zijn scheerder, Doet ook Hij zijn mond niet open.
33У приниженню Його суд Його взято; рід же Його хто зʼясує? бо береть ся з землї життє Його.
33In de vernedering wordt zijn vonnis voltrokken; Wie zal zijn geslacht vermelden? Zijn leven wordt weggenomen van de aarde.”
34Озвав ся ж євнух, і каже до Филипа: прошу тебе, про кого пророк глаголе се? про себе, чи про иншого кого?
34Nu nam de kamerdienaar het woord, en zei tot Filippus: Ik bid u; van wien zegt de profeet dit? Van zichzelf, of van iemand anders?
35Відкривши ж Филип уста свої, і почавши від писання сього, благовіствував йому Ісуса.
35Toen begon Filippus te spreken, en te beginnen bij deze schriftuurplaats, verkondigde hij hem de blijde boodschap van Jesus.
36Верстаючи ж дорогу, прибули до води; й каже євнух: Ось вода; що боронить менї охреститись?
36En terwijl ze hun weg vervolgden, kwamen ze aan een water. Nu zeide de kamerdienaar: Daar is water; wat belet me, gedoopt te worden?
37Рече ж Филип: Коли віруєш усїм серцем, то можна. Озвавши ся ж, каже: Вірую, що Син Божий Ісус Христос.
37Filippus sprak: Als ge van ganser harte gelooft, dan kan het geschieden. Hij antwoordde: Ik geloof, dat Jesus Christus Gods Zoon is.
38І звелїв зʼупинити воза; й увійшли обидва в воду, Филип і євнух; і охрестив його.
38Hij gaf bevel, de wagen stil te houden, en beiden, Filippus en de kamerdienaar, daalden af in het water. En hij doopte hem.
39Як же вийшли з води, Дух Господень ухопив Филипа, і не бачив його більш євнух; і пійшов дорогою своєю, радуючись.
39Maar toen ze uit het water waren gestapt, voerde de Geest des Heren Filippus weg. De kamerdienaar zag hem niet meer; want vol vreugde reisde hij verder.
40Филип же опинивсь ув Азотї, і проходячи проповідував по всїх городах, аж доки прийшов у Кесарию.
40Filippus echter werd te Asjdód aangetroffen; hij reisde alle steden af, om er het evangelie te prediken, totdat hij Cesarea bereikte.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.