Дїяння 11
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Почули ж апостоли та брати, котрі були в Юдеї, що й погане прийняли слово Боже.
1De apostelen en de broeders, die in Judea waren, vernamen dus, dat ook de heidenen het woord Gods hadden ontvangen.
2І як прийшов Петр у Єрусалим, змагались із ним ті, що від обрізання,
2En toen Petrus te Jerusalem kwam, begonnen de broeders uit de besnijdenis hem verwijten te doen,
3кажучи: Що до людей, обрізання немаючих, ходив єси і їв з ними.
3en zeiden: Gij zijt bij onbesnedenen binnengegaan, en hebt met hen gegeten!
4Почавши ж Петр, виложив їм рядом, говорячи:
4Nu gaf Petrus hun een geregeld verslag van de aanvang af, en zeide:
5Був я в городї, Йоппиї, і молячись бачив у захопленню видїннє: посудину якусь, що сходила, наче обрус великий, по чотирох кінцях спусканий з неба; і прийшов аж до мене.
5Ik was in de stad Joppe bezig met bidden, toen ik in geestverrukking het volgende visioen zag: een soort zak, als een groot laken, werd aan de vier uiteinden afgelaten, daalde neer uit de hemel, en kwam naar mij toe.
6Зазирнувши в него і розглянувши, бачив чотироногих землї, і зьвірів, і повзючих, і птиць небесних.
6Toen ik er heel aandachtig naar keek, zag ik de viervoetige landdieren en de wilde beesten, het kruipend gedierte en de vogels uit de lucht.
7І чув я голос, що глаголав до мене: Встань, Петре, заколи та й їж.
7Ook hoorde ik een stem, die tot mij sprak: Sta op, Petrus, slacht en eet.
8Я ж сказав: Нї, Господи, бо нїщо погане або нечисте нїколи не входило в уста мої.
8Maar ik zeide: Onmogelijk, Heer; want nog nooit is er iets mijn mond ingegaan, wat bezoedeld is, of onrein.
9Відказав же менї голос удруге з неба: Що Бог очистив, ти не погань,
9Een tweede maal weerklonk een stem uit de hemel: Wat God rein heeft verklaard, moogt gij niet bezoedeld noemen.
10Се сталось тричі, і знов потягнено було все на небо.
10Dit gebeurde tot driemaal toe; daarna werd alles weer naar de hemel opgetrokken.
11І ось зараз три чоловіки прийшли в господу, де я був, послані з Кесариї до мене.
11En zie, op hetzelfde ogenblik stonden er drie mannen, die van Cesarea tot mij waren gezonden, voor het huis, waar ik verblijf hield.
12Сказав же менї Дух ійти з ними, нїчого не розбираючи. Пішли ж зо мною і шість братів, і ввійшли ми в господу до чоловіка;
12En de Geest zeide mij, zonder enig bedenken met hen mee te gaan. Ook deze zes broeders gingen met mij mee, en we kwamen in het huis van dien man.
13і звістив нам, як видїв ангела в господї своїй, що став і глаголав йому: Пішли в Йоппию людей, та поклич Симона, званого Петром.
13Deze verhaalde ons, hoe hij in zijn huis den engel had zien staan. die hem zeide: Zend enige mannen naar Joppe, om Simon te ontbieden, die ook Petrus wordt genoemd;
14Він глаголати ме слова до тебе, котрими спасеш ся ти й увесь дім твій.
14hij zal woorden tot u spreken, waardoor ge gered zult worden, met heel uw gezin.
15Як же став я говорити, найшов Дух сьвятий на них, як і на нас у починї.
15Toen ik nu begon te spreken, daalde de Heilige Geest op hen neer, juist zoals vroeger op ons.
16Згадав я тодї слово Господнє, як глаголав він: Йоан хрестив водою, а ви будете хреститись Духом сьвятим.
16En ik herinnerde mij het woord, dat de Heer heeft gesproken “Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest worden gedoopt”.
17Коли ж рівний дар дав їм Бог, як і нам, що увірували в Господа Ісуса Христа, то хто ж я такий, щоб міг заборонити Богові?
17Als God dan aan hen dezelfde gave geschonken heeft als aan ons, die in den Heer Jesus Christus geloven, wie was ik dan wel, dat ik God zou kunnen tegenwerken?
18Вислухавши се, замовкли, і славили Бога, говорячи: То й поганам дав Бог покаяннє в життє!
18Toen ze dit hadden gehoord, berustten zij er in, verheerlijkten God, en zeiden: Dus heeft God ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.
19Ті ж, що порозсипались від гонення, що сталось на Стефана, пійшли аж у Финикию, Кипр і Антиохию, нїкому не проповідуючи слова, тільки одним Жидам.
19Intussen waren zij, die zich hadden verspreid om de vervolging, door het optreden van Stéfanus ontstaan, tot Fenicië, Cyprus, en Antiochië doorgedrongen, en hadden aan niemand het woord verkondigd, dan aan de Joden alleen.
20Були ж деякі з них люде з Кипру і Киринеї, котрі, прийшовши в Антиохию, говорили до Єленян, благовіствуючи Господа Ісуса.
20Maar na hun komst te Antiochië, begonnen sommigen van hen, de Cypriërs en de Cyreneërs, zich ook tot de heidenen te richten, en hun den Heer Jesus te verkondigen
21І була рука Господня з ними; і велике число увірувавши, навернулись до Господа.
21En de hand des Heren was met hen: een groot aantal werd gelovig, en bekeerde zich tot den Heer.
22Дійшло ж про них слово до ушей церкви, що в Єрусалимі, і післали Варнаву, щоб пійшов аж до Антиохиї;
22Zodra het gerucht hiervan de kerk van Jerusalem ter ore kwam, vaardigde men Bárnabas naar Antiochië af.
23котрий прийшовши і видївши ласку Божу, зрадїв, і молив усїх, щоб у постановленню серця пробували в Господї.
23Toen hij daar aankwam, en hij Gods genade zag, was hij verheugd, en spoorde allen aan, den Heer trouw te blijven, door de goede gesteltenis van hun hart;
24Бо був чоловік добрий, повний Духа сьвятого й віри; і прихилилось доволї народу до Господа.
24want hij was een vroom man, vol van den Heiligen Geest en van geloof. En een grote schare werd voor den Heer gewonnen.
25Вийшов же Варнава в Тарс шукати Павла,
25Vervolgens vertrok hij naar Tarsus, om Saul op te zoeken; hij trof hem daar aan, en bracht hem naar Antiochië.
26і, знайшовши його, привів його в Антиохию. Стало ся ж, що вони цїлий рік збирались у церкві, і навчали багато народу, і ученики в Антиохиї стали найперш звати ся Християнами.
26Een vol jaar bleven ze in deze gemeente bij elkander, en gaven ze onderricht aan een talrijke schare. Te Antiochië werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd.
27Тих же днїв прийшли з Єрусалиму пророки в Антиохию.
27In die dagen kwamen er profeten van Jerusalem te Antiochië aan.
28Ставши ж один з них, на ймя Агав, віщував духом, що велика голоднеча має бути по всїй вселеннїй, яка й постала за Клавдия кесаря.
28Een van hen, Agabus genaamd, trad op, en maakte door den Geest bekend, dat er een grote hongersnood over de hele wereld zou komen; wat dan ook onder Cláudius is gebeurd.
29З учеників же, скільки хто міг, постановив кожен з них післати на запомогу братам, що жили в Юдеї.
29De leerlingen besloten, om elk naar vermogen een ondersteuning te zenden aan de broeders, die in Judea woonden.
30Що й зробили, піславши до старших через руки Варнави та Савла.
30Dat hebben ze dan ook gedaan, en ze aan de priesters toegezonden door bemiddeling van Bárnabas en Saul.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.