Дїяння 16
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Прийшов же у Дервию та в Листру; і ось був там один ученик, на ймя Тимотей, син однієї жінки, вірної Жидівки, батька ж Грека,
1Zo kwam hij ook te Derbe en Lustra aan. En zie, daar was een leerling, Timóteus genaamd, de zoon van een gelovige joodse vrouw en een heidensen vader.
2що мав добру славу між братами у Листрі та Ікониї.
2Daar de broeders van Lustra en Ikónium een goede getuigenis over hem aflegden,
3Сього схотїв Павел узяти з собою; і взявши обрізав його задля Жидів, що були в тих місцях; знали бо всї батька його, що був Грек.
3en Paulus hem dus als reisgezel wenste, liet hij hem besnijden ter wille van de Joden in die plaatsen; want allen wisten, dat zijn vader een heiden was.
4Як же проходили городи, передавали їм хоронити устави, постановлені від апостолів та старших, що в Єрусалимі.
4In de steden, die ze bezochten, bevalen ze, de voorschriften te onderhouden, die door de apostelen en de priesters van Jerusalem waren vastgesteld.
5Церкви ж утверджувались у вірі, і прибували числом що-дня.
5Zó werden de gemeenten in het geloof bevestigd, en namen met de dag in aantal toe.
6Як же пройшли Фригию та Галацьку сторону, заборонив їм сьвятий Дух промовляти слово в Азиї.
6Ze trokken nu Frúgië en de streek van Galátië door, omdat de Heilige Geest hen belette, het woord in Azië2 te verkondigen.
7Прийшовши ж в Мисию, поривались ійти в Витинию, і не пустив їх Дух.
7Toen ze dicht bij Músië waren gekomen, trachtten ze naar Bitúnië te gaan, maar de Geest van Jesus liet het hun niet toe.
8Перейшовши ж Мисию, прийшли в Трояду.
8Ze trokken dus Músië door, en zakten naar Troas af.
9І явилось уночі видїннє Павлу: стояв один чоловік Македонець, благаючи його й говорячи: Прийшовши в Македонию, поможи нам.
9Daar had Paulus ‘s nachts een visioen: een Macedóniër stond voor hem, en smeekte: Kom over naar Macedónië, en help ons.
10Як же видїннє увидїв, забажали ми зараз іти в Македонию, зрозумівши, що Господь покликав нас благовіствувати їм.
10Zodra hij nu het visioen had aanschouwd, deden we aanstonds ons best, om naar Macedónië te vertrekken; overtuigd, dat God ons geroepen had, om hun het evangelie te verkondigen.
11Пустившись тодї з Трояди, приспіли ми в Самотракию, другого ж дня в Неаполь,
11We scheepten ons te Troas in, en zeilden regel. recht naar Samotrácië; de volgende dag naar Neápolis,
12а звідтіля в Филипи, котрий єсть первий город тієї части Македониї, — осада. Пробували ж ми в сьому городї кілька днїв.
12en van daar naar Filippi, een kolonie, die de voornaamste stad van dit deel van Macedónië is. In deze stad brachten we enige dagen door.
13А субітнього дня вийшли геть з города над річку, де бувало звичайно моленнє, і посїдавши говорили до жінок, що посходились.
13Op de sabbat gingen we de poort uit naar een rivier, waar we een bedeplaats vermoedden. We gingen er zitten, en onderhielden ons met de vrouwen, die er waren samengekomen.
14І слухала нас одна жінка, на ймя Лидия, купчиха кармазином, із города Тиятирського, що шанувала Бога; їй же Господь відчинив серце уважати на глаголане від Павла.
14Ook een vrouw, Lúdia genaamd, een verkoopster van purper uit de stad Tuatira, een godvrezende, hoorde toe: en de Heer opende haar hart, zodat ze haar volle aandacht schonk aan Paulus’ woord.
15Як же охрестилась вона і дім її, благала, говорячи: Коли ви судили мене, що я вірна Господеві, то, ввійшовши в господу мою, пробувайте. І присилувала нас.
15Toen ze met haar gezin was gedoopt, nodigde ze ons uit, en zeide: Als gij van oordeel zijt, dat ik getrouw ben aan den Heer, komt dan en neemt uw intrek in mijn huis. En ze drong heel sterk bij ons aan.
16Стало ся ж, як ми йшли на молитву, зустріла нас одна дївчина, що мала духа віщого, і котра заробіток великий давала панам своїм, ворожачи.
16Eens, dat we naar de bedeplaats gingen, ontmoetten we een slavin, die een waarzeggenden geest in zich had, en met waarzeggen veel voor haar meesters verdiende.
17Ся, йдучи слїдом за Павлом та за нами, покликувала, кажучи: Сї люде — слуги Вишнього Бога, що звіщають нам дорогу спасення.
17Ze liep Paulus en ons achterna, en riep hardop: Deze mensen zijn dienaars van den allerhoogsten God; ze verkondigen u de weg des heils.
18Робила ж се многі днї. Далїй Павел, розсердившись і обернувшись, рече духові: Повелїваю тобі імям Ісуса Христа, вийди з неї. І вийшов тієї ж години.
18Zo deed ze vele dagen achtereen. Maar toen dat Paulus begon te vervelen, keerde hij zich om, en sprak tot den geest: Ik beveel u in naam van Jesus Christus, van haar uit te gaan. En op hetzelfde ogenblik ging hij heen.
19Видївши ж пани її, що пропала надїя заробітку їх, схопивши Павла та Силу, потягли їх на майдан до князїв.
19Maar zodra haar meesters bemerkten, dat hun hoop op winst was vervlogen, grepen ze Paulus en Silas vast, sleurden ze over de markt naar het stadsbestuur,
20І привівши їх до воївод, казали: Сї люде вельми трівожать город наш, бувши Жидами,
20brachten ze voor de magistraten, en zeiden: Deze mensen brengen onze stad in rep en roer. Het zijn Joden;
21і навчають звичаїв, котрих не годить ся нам приймати, анї робити, бувши Римлянами.
21ze verkondigen zeden en gewoonten, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen.
22І встав народ проти них, а воїводи, роздерши одежу їх, звелїли бити їх.
22Ook het volk keerde zich tegen hen. Nu lieten de magistraten hun de kleren afrukken, en gaven bevel, hen met roeden te geselen.
23І завдавши їм багато ран, повкидали в темницю, звелївши темничнику пильно стерегти їх
23En toen ze hun een pak slaag hadden gegeven, stopten ze hen in de gevangenis, en gaven bevel aan den gevangenbewaarder, om ze met grote zorg te bewaken.
24Котрий прийнявши такий наказ, повкидав їх у саму середню темницю і позабивав ноги їх у колоду.
24Na zo’n streng bevel, wierp hij ze in de binnenste afdeling der gevangenis, en sloot hun voeten in het blok.
25О півночі Павел та Сила молившись славили Бога піснею, і чули їх вязники.
25Tegen middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden, en zongen de lof van God; en de gevangenen luisterden naar hen.
26Нараз став ся великий трус, так що аж підвалини в вязницї захитались; і повідчинялись зараз усї двері, і поспадали кайдани з усїх.
26Maar eensklaps kwam er een aardbeving, zo hevig, dat de grondslagen van de gevangenis er van schudden. Opeens sprongen alle deuren open, en bij allen lieten de boeien los.
27Прокинувши ся ж темничник од сну, та побачивши відчинені двері темницї, вийнявши меч, хотїв себе вбити, думаючи, що повтїкали вязники.
27De gevangenbewaarder werd wakker, en zag, dat de deuren van de gevangenis openstonden. Hij trok zijn zwaard en wilde zich doden; want hij meende. dat de gevangenen waren ontvlucht.
28Покликнув же голосом великим Павел, говорячи: Не роби собі нїчого лихого, всї бо ми тут.
28Maar Paulus riep met luider stem: Doe uzelf geen kwaad; want we zijn allen nog hier.
29Попросивши ж сьвітла, вбіг трусячись, і припав до Павла та Сили,
29Hij vroeg om licht, snelde naar binnen, en viel sidderend Paulus en Silas te voet.
30а, вивівши їх геть, каже: Добродїї, що менї робити, щоб спастись?
30Hij bracht ze naar buiten, en zeide: Heren, wat moet ik doen, om gered te worden?
31Вони ж рекли: Віруй в Господа Ісуса Христа, то спасеш ся ти і дім твій.
31Ze zeiden: Geloof in den Heer Jesus, en ge zult gered worden met uw gezin.
32І глаголали йому слово Господнє, і всїм, що в дому його.
32En ze verkondigden het woord des Heren aan hem en al zijn huisgenoten.
33І, взявши їх тієї ж нічної години, пообмивав рани, та й охрестив ся сам і всї його зараз.
33Nog op hetzelfde uur van de nacht nam hij hen bij zich op, wies hun wonden, en werd toen onmiddellijk met al de zijnen gedoopt.
34І, повівши їх у господу свою, заставив перед ними стіл, і веселив ся з усїм домом, увірувавши в Бога.
34Nu geleidde hij ze naar boven, zette hun spijzen voor, en verheugde zich met heel zijn gezin, dat hij het geloof in God had ontvangen.
35Як же настав день, прислали воїводи паличників, кажучи: Відпусти людей сих.
35Toen het dag was geworden, zonden de magistraten gerechtsdienaars met het bevel: Laat die mannen in vrijheid.
36Звістив же темничник про сї слова Павла, що прислали воїводи, щоб відпустити вас;
36De gevangenbewaarder bracht dit bericht aan Paulus over: De magistraten hebben me laten zeggen, u in vrijheid te laten. Gaat dus in vrede heen.
37Павел же рече: Бивши нас прилюдно неосуджених людей римських, повкидали в темницю, а тепер потай нас виганяють? Нї бо, а нехай самі, прийшовши, виведуть нас.
37Maar Paulus zei hun: Zonder verhoor hebben ze ons, romeinse burgers, in het openbaar gegeseld en in de gevangenis geworpen; en nu laten ze ons los, maar in het geheim? Dat niet; zelf moeten ze komen,
38Звістили ж воїводам паличники слова сї; і перелякались, почувши, що вони Римляне.
38om ons in vrijheid te stellen. De gerechtsdienaars brachten deze boodschap aan de magistraten over. Toen ze hoorden, dat het Romeinen waren, werden ze bang;
39І прийшовши благали їх, і вивівши просили, щоб вийшли з города.
39ze gingen er heen, boden hun verontschuldigingen aan, en stelden hen in vrijheid met het verzoek de stad te verlaten.
40І, вийшовши вони з темницї, прийшли до Лидиї, і, побачивши братів, утїшили їх, та й пійшли.
40Ze verlieten dus de gevangenis, en gingen bij Lúdia binnen; en toen ze de broeders hadden gezien en vermaand, reisden ze verder.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.