Y Checho Y Apostoles Sija
Chapter 11
Chamorro: Gospels, Acts …

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Y Checho Y Apostoles Sija 11

Chamorro: Gospels, Acts and Psalms
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1YA y apostoles yan y mañelo ni y manestaba Judea, jajungog na y Gentiles jaresibe locue y sinangan Yuus.
1De apostelen en de broeders, die in Judea waren, vernamen dus, dat ook de heidenen het woord Gods hadden ontvangen.
2Ya anae mato si Pedro Jerusalem, managuaguat yan ayo sija y manmansirconsisida,
2En toen Petrus te Jerusalem kwam, begonnen de broeders uit de besnijdenis hem verwijten te doen,
3Ilegñija: Jago jumajalom jao gui ti manmasirconsida, yan manjajamyo mañocho.
3en zeiden: Gij zijt bij onbesnedenen binnengegaan, en hebt met hen gegeten!
4Lao si Pedro jasigue sumangane sija claro y sinesede, ilegña:
4Nu gaf Petrus hun een geregeld verslag van de aanvang af, en zeide:
5Estabayo gui siuda guiya Joppe na mananaetae; ya anae lalangoyo, julie y vision, un nayan tumunog, taegüije y dangculo na sabanas, ni mapolo pot cuatro punta ni y tumunog guinin y langet; ya mato guiya guajo:
5Ik was in de stad Joppe bezig met bidden, toen ik in geestverrukking het volgende visioen zag: een soort zak, als een groot laken, werd aan de vier uiteinden afgelaten, daalde neer uit de hemel, en kwam naar mij toe.
6Ya anae juatan ayo, ya jujaso, julie y cuatro patasña na gâgâ gui tano, yan manmachaleg sija na gâgâ, yan y mangucunanaf na gâgâ, yan y pajaro sija gui aire.
6Toen ik er heel aandachtig naar keek, zag ik de viervoetige landdieren en de wilde beesten, het kruipend gedierte en de vogels uit de lucht.
7Ya jujungog locue y inagang na ilegña nu guajo: Cajulo Pedro; puno ya uncano.
7Ook hoorde ik een stem, die tot mij sprak: Sta op, Petrus, slacht en eet.
8Lao ilegco: Aje, Señot: sa taya comun, pat áplacha guinin jumalom gui jalom pachotjo.
8Maar ik zeide: Onmogelijk, Heer; want nog nooit is er iets mijn mond ingegaan, wat bezoedeld is, of onrein.
9Lao jaopeyo talo y inagang guinin y langet, ilegña: Jafa y janagasgas si Yuus, chamo fumatitinas comun.
9Een tweede maal weerklonk een stem uit de hemel: Wat God rein heeft verklaard, moogt gij niet bezoedeld noemen.
10Ya este mafatinas tres biaje: ya todo manmachule talo guato gui langet.
10Dit gebeurde tot driemaal toe; daarna werd alles weer naar de hemel opgetrokken.
11Ya estagüe enseguidas manotojgue güije gui menan guma anae sumasagayo, tres na taotao, manmatago guinin Sesarea para iya guajo.
11En zie, op hetzelfde ogenblik stonden er drie mannen, die van Cesarea tot mij waren gezonden, voor het huis, waar ik verblijf hield.
12Ya jatagoyo na judalalag sija ya chajo fumatitinas dinesparejo. Ya manjame yan este sija y saes na mañelo, ya manjalomjam gui guima y taotao:
12En de Geest zeide mij, zonder enig bedenken met hen mee te gaan. Ook deze zes broeders gingen met mij mee, en we kwamen in het huis van dien man.
13Ya jasanganejam ni y liniiña ni y angjet ni y tumotojgue gui jalom gumaña, ya jaftaemano ilegña nu güiya: Fanago taotao para Joppe, ya uncone si Simon ni y apiyiduña Pedro;
13Deze verhaalde ons, hoe hij in zijn huis den engel had zien staan. die hem zeide: Zend enige mannen naar Joppe, om Simon te ontbieden, die ook Petrus wordt genoemd;
14Ya unsinangane sinangan sija anae unsatbo; jago, yan todo y guimamo.
14hij zal woorden tot u spreken, waardoor ge gered zult worden, met heel uw gezin.
15Ya anae sigue di cumuentosyo, podong y Espiritu Santo gui jiloñija, taegüijeja gui jilota gui tutujonña.
15Toen ik nu begon te spreken, daalde de Heilige Geest op hen neer, juist zoals vroeger op ons.
16Ayonae jujaso y sinangan y Señot, ni y ilegña: Si Juan, magajet na managpapange ni y janom; lao jamyo infanmatagpange ni y Espiritu Santo.
16En ik herinnerde mij het woord, dat de Heer heeft gesproken “Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest worden gedoopt”.
17Sa yaguin manninae sija locue as Yuus y ninae, taegüije y janaejit anae jumongguejit y Señot Jesucristo, ya jayeyo na siña jucontra si Yuus?
17Als God dan aan hen dezelfde gave geschonken heeft als aan ons, die in den Heer Jesus Christus geloven, wie was ik dan wel, dat ik God zou kunnen tegenwerken?
18Ya anae jajungog sija estesija, manmamatquilo, ya manamalag si Yuus, ilegñija: Magajet na janae locue si Yuus y Gentiles sinetsot para linâlâ.
18Toen ze dit hadden gehoord, berustten zij er in, verheerlijkten God, en zeiden: Dus heeft God ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.
19Ya ayo sija y manmachalapon pot y mapetsiguen ni y Esteban, manjanao asta Finesia, yan Chipre, yan Antioquia, ya taya nae japredica y sinangan na ayoja sija y Judios.
19Intussen waren zij, die zich hadden verspreid om de vervolging, door het optreden van Stéfanus ontstaan, tot Fenicië, Cyprus, en Antiochië doorgedrongen, en hadden aan niemand het woord verkondigd, dan aan de Joden alleen.
20Ya palo guiya sija taotao Chipre, yan Sirene, ya anae manmato Antioquia, manguentos yan y Griegosija, ya japredica y Señot Jesus.
20Maar na hun komst te Antiochië, begonnen sommigen van hen, de Cypriërs en de Cyreneërs, zich ook tot de heidenen te richten, en hun den Heer Jesus te verkondigen
21Ya mañisijaja yan y canae y Señot; ya megae manmanjonggue ya jabira sija para y Señot.
21En de hand des Heren was met hen: een groot aantal werd gelovig, en bekeerde zich tot den Heer.
22Ya mato este sija na notisia gui iglesia ni y estaba Jerusalem: ya matago si Barnabé, na ujanao asta Antioquia;
22Zodra het gerucht hiervan de kerk van Jerusalem ter ore kwam, vaardigde men Bárnabas naar Antiochië af.
23Ya anae mato, ya jalie y grasian Yuus, magof güe; ya jasangane sija todo, na nu sinasuyen y corasonñija, unafanmeton sija gui Señot:
23Toen hij daar aankwam, en hij Gods genade zag, was hij verheugd, en spoorde allen aan, den Heer trouw te blijven, door de goede gesteltenis van hun hart;
24Sa güiya mauleg na taotao, ya bula ni y Espiritu Santo, yan jinenggue: ya megae na taotao manmafato gui Señot.
24want hij was een vroom man, vol van den Heiligen Geest en van geloof. En een grote schare werd voor den Heer gewonnen.
25Ayonae mapos güe para Tarso, para ualigao si Saulo:
25Vervolgens vertrok hij naar Tarsus, om Saul op te zoeken; hij trof hem daar aan, en bracht hem naar Antiochië.
26Ya anae jasoda, jacone guato Antioquia. Ya un año di mandadañaja güije yan iglesia, ya manmamananagüe megae na taotao; ya y disipulo sija manmafanaan finena mangilisyano guiya Antioquia.
26Een vol jaar bleven ze in deze gemeente bij elkander, en gaven ze onderricht aan een talrijke schare. Te Antiochië werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd.
27Ya este sija na jaane, manmato profeta sija guinin Jerusalem para Antioquia,
27In die dagen kwamen er profeten van Jerusalem te Antiochië aan.
28Ya tumojgue julo uno guiya sija, na y naanña Agabo, ya janamatungo pot y Espiritu na uguaja un dangculon niñalang gui todo y tano: ya umasusede gui tiempon Claudio Sesat.
28Een van hen, Agabus genaamd, trad op, en maakte door den Geest bekend, dat er een grote hongersnood over de hele wereld zou komen; wat dan ook onder Cláudius is gebeurd.
29Ayonae y disipulo sija, cada uno jaftaemano y güinajaña, jadetetmina para umanamamaela inayuda para y mañelo ni y mañasaga Judea:
29De leerlingen besloten, om elk naar vermogen een ondersteuning te zenden aan de broeders, die in Judea woonden.
30Ya sija locue jafatinas, janamaela para y manamco pot y canae Barnabé yan Saulo.
30Dat hebben ze dan ook gedaan, en ze aan de priesters toegezonden door bemiddeling van Bárnabas en Saul.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.