2 Коринтян 5
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Знаємо бо, як земний будинок тїла нашого розпадеть ся, ми будівлю від Бога маємо, будинок нерукотворний, вічний на небесах.
1Ja, we weten, dat wanneer onze aardse woontent is neergehaald, we een woonplaats ontvangen van God; een woonplaats niet met handen opgeslagen, maar een eeuwige in de hemelen.
2Бо в сьому ми стогнемо, бажаючи одягтись домівкою нашою, що з неба,
2Want in deze woontent zuchten we van verlangen, om onze hemelse er over heen te slaan,
3коли б тільки нам, і одягнувшись, нагими не явитись.
3zo we tenminste dan nog bekleed zijn en niet naakt.
4Бо, стогнемо отягчені, будучи в тїлї сьому, з котрого не хочемо роздягтись, а одягнутись, щоб смертне було пожерте життєм.
4Wij toch, die nog in de tent verblijven, we zuchten vol bekommernis, omdat we het kleed niet willen uittrekken, maar een overkleed aandoen, opdat het sterflijke verzwolgen wordt in het leven.
5На се сотворив нас Бог, і дав нам задаток Духа.
5Het is God zelf, die ons daartoe in staat heeft gesteld, door ons het onderpand des Geestes te geven.
6Оце ж маймо духа всякого часу, знаймо, що, домуючи в тїлї, ми далеко від Господа:
6Daarom houden we steeds goede moed, ook al weten we, dat zolang we inwonend zijn in het lichaam, we buitengesloten zijn van den Heer;
7(бо ходимо вірою, а не видїннєм.)
7want in geloof, niet in aanschouwen zwerven we rond.
8Маймо ж духа й волїймо лучче бути далеко від тїла, а домувати у Господа.
8Goede moed houden we, ook al geven we er de voorkeur aan, uit het lichaam te verhuizen en inwonend te zijn bij den Heer.
9Тим і силкуємось, чи то будучи дома, чи далеко від дому, бути Йому любими.
9Maar inwonend of niet, we stellen er een eer in, Hem te behagen.
10Всїм бо нам треба явитись перед судищем Христовим, щоб прийняв кожен по тому, що заробив тїлом, чи то добре, чи лихе.
10Want we moeten allen voor Christus’ rechterstoel verschijnen, om vergelding te ontvangen voor het goed of het kwaad, dat ieder van ons tijdens zijn lichamelijk bestaan heeft verricht.
11Знаючи оце страх Господень, пересьвідчуємо людей; Богові ж явні ми, і вповаю, що й вашим совістям обявились.
11Daar we dus weten, dat we den Heer moeten vrezen, trachten we mensen te winnen. Voor God liggen we daarbij open geheel en al; ik hoop, voor uw geweten eveneens. Heiligheid van paulus’ apostolaat als ambt der verzoening door Jesus.
12Не знов бо похваляємо себе перед вами, а даємо вам причину хвалитись нами, щоб мали що (відказувати) тим, що хвалять ся лицем, а не серцем.
12We gaan ons niet opnieuw bij u aanprijzen, maar we geven u stof tot roem over ons, om iets bij de hand te hebben tegenover hen, die op het uiterlijk pochen, en niet op het hart.
13Бо як ми не при собі, то (се) Богові; а як ми тверезимось (здержуємось), (се) вам.
13Want als we ons te buiten gaan, we doen het om God; houden we ons in, dan is het om u.
14Бо любов Христова вимагає від нас, судячих так, що, коли один за всїх умер, тодї всї вмерли;
14Inderdaad, Christus’ liefde dringt ons. We oordelen aldus: Eén is voor allen gestorven; dus zijn ze allen gestorven.
15і (що) Він умер за всїх, щоб живі нїколи більш собі не жили, а Тому, хто за них умер і воскрес.
15En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en verrezen.
16Тим же ми від нинї нїкого не знаємо по тїлу; коли ж і знали по тїлу Христа, то тепер більш не знаємо.
16Daarom ook beoordelen we van nu af niemand meer naar het vlees; en zo we Christus naar het vlees mochten beoordeeld hebben, dan doen we dit thans niet meer.
17Тим же, коли хто в Христї, той нове сотворіннє; старе минуло; ось стало все нове.
17Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.
18Усе ж від Бога, що примирив нас із собою через Ісуса Христа, і дав нам служеннє примирення,
18Welnu, dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich heeft verzoend, en die ons de bediening der Verzoening heeft toevertrouwd.
19яко ж бо Бог був у Христї, примиряючи сьвіт із собою, не полїчуючи їм провин їх, і положив у нас слово примирення.
19Want het was God, die door Christus de wereld met Zich verzoende en haar de overtredingen niet toerekende, en die òns de prediking der Verzoening heeft opgedragen.
20Замість Христа оце ми посли, і наче Бог благає (вас) через нас; ми просимо вас замість Христа: примиріть ся з Богом.
20In Christus’ naam treden we dus als gezanten op, alsof God zelf door ons vermaant. In Christus’ naam smeken we u: Verzoent u met God.
21Бо Він Того, хто не знав гріха, за нас гріхом зробив, щоб ми були праведностю Божою в Йому.
21Hem, die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat we door Hem zouden worden: gerechtigheid Gods.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.