2 Коринтян 4
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Тим же то, маючи се служеннє, яко же помилувані, не слабнемо,
1En dit is de reden, dat we onbeschroomd optreden, nu we eenmaal uit barmhartigheid deze bediening hebben ontvangen.
2а відреклись тайного в безчестю, не ходячи в лукавстві, анї хитруючи словом Божим, а явленнєм правди поручаючи себе всякій совістї чоловічій перед Богом.
2Waarachtig, we hebben gebroken met schandelijke geheimzinnigheid, we houden ons niet met sluwheid op, noch vervalsen Gods woord; maar door openlijke verkondiging der waarheid zijn we voor Gods oog onze eigen aanbeveling bij ieder menselijk geweten.
3Коли ж і закрите благовістє наше, то у погибаючих єсть закрите,
3En zo er nog een sluier ligt over ons Evangelie, dan is dit alleen voor hen, die verloren gaan,
4в котрих бог віку сього осьліпив думки їх, невірних, щоб не засияло їм сьвітло благовістя слави Христа, котрий єсть образ Бога.
4en wier ongelovig verstand de god dezer wereld heeft verblind, zodat ze de uitstraling niet zien van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God.
5Бо ми не себе самих проповідуємо, а Христа Ісуса Господа, себе ж самих слугами вашими Ісуса ради.
5Wij toch preken niet onszelf, maar Christus Jesus den Heer, onszelf slechts als uw dienstknechten om Jesus’ wil.
6Бо Бог, що звелїв з темряви засияти, той засьвітив у серцях наших на просьвіченнє розуміння слави Божої в лицї Ісус-Христовім.
6Want God, die gezegd heeft: “Licht zal schijnen uit duisternis,” Hij heeft licht ontstoken in onze harten, opdat vandaar de kennis van Gods heerlijkheid, die op Christus’ aangezicht ligt, naar buiten zou stralen.
7Маємо ж скарб сей у глиняних посудах, щоб премножество сили було від Бога, а не від нас.
7Maar we bezitten deze schat in lemen vaten; want de overvloed van kracht komt van God, en niet uit onszelf.
8У всьому горюємо, та не нарікаємо; трівожимось, та не теряємо надїї;
8Zo zijn we wel op allerlei wijze bestookt, maar niet benauwd; in twijfel, maar niet in vertwijfeling;
9гонять нас, та ми не покинуті; повалені ми, та не погублені;
9vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht;
10всякого часу мертвість Господа Ісуса на тїлї носимо, щоб і життє Ісусове в тїлї нашому являло ся.
10ten allen tijde dragen we Jesus’ doodslijden in het lichaam rond, opdat ook Jesus. leven door ons lichaam wordt geopenbaard.
11Завсїди бо нас живих на смерть видають задля Ісуса, щоб і життє Ісусове являлось у смертному тїлї нашому.
11Want tijdens ons leven worden we voortdurend ten dode overgeleverd om Jesus’ wil, opdat ook het leven van Jesus door ons sterflijk vlees wordt geopenbaard.
12Тим же оце смерть в нас орудує, а життє в вас.
12Zó werkt de dood in ons, het leven in u.
13Мавши той же дух віри, по писаному: Я вірував, тим і глаголав, і ми віруємо, тим і глаголемо,
13Maar in het bezit van dezelfde geest des geloofs, waarvan geschreven staat: “Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken,” geloven ook wij en spreken het daarom ook uit;
14знаючи, що хто підняв Господа Ісуса, і нас через Ісуса підійме і поставить з вами.
14wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u voor Zich zal doen staan.
15Все бо задля вас, щоб богата благодать через благодареннє многих намножувалась на славу Божу.
15Want om u is dit alles geschied, opdat de genade, door zoveel middelen tot volheid gebracht, ook de dankzegging doet overvloeien, ter ere van God.
16Тим то не слабнемо; нї, хоч зовнїшнїй наш чоловік млїє, та нутряний обновляєть ся день у день.
16We worden dus niet kleinmoedig; maar al gaat onze uitwendige mens ook ten onder, onze inwendige herstelt zich iedere dag.
17Бо теперішня легкота горя нашого надто над міру приготовлює нам вічню вагу слави,
17Want de tijdelijke lichte verdrukking verwerft ons een onovertroffen eeuwig gewicht van heerlijkheid.
18нам, що не дивимось на видоме, а на невидоме; що бо видоме, дочасне, що ж невидоме, вічне.
18En zó geven we geen acht op het zichtbare, maar op het onzichtbare; het zichtbare toch is tijdelijk, het onzichtbare eeuwig.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.