2 Коринтян
Chapter 10

2 Коринтян

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Коринтян 10

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Сам же я Павел благаю вас лагідностю і тихостю Христовою, а що в вічі смиренний між вами, а, не будучи між вами, сьміливий проти вас;
1Ik, Paulus zelf, die dichtbij zo schuchter jegens u ben, maar op een afstand heel dapper, ik vermaan u bij Christus’ zachtmoedigheid en gematigdheid;
2благаю ж, щоб, бувши між вами, не бути сьміливим з тією певнотою, якою думаю осьмілитись проти деяких, що думають про нас, нїби ми ходимо по тїлу.
2en ik bid u, bij mijn komst niet krachtdadig te moeten ingrijpen met die beslistheid, waarmee ik denk op te treden tegen dat slag van lieden, die menen, dat we wandelen naar het vlees.
3Бо ходячи в тїлї, не по тїлу воюємо:
3Want wel wandelen we in het vlees, maar we kampen niet naar het vlees.
4(бо зброя воювання нашого не тїлесна, а сильна Богом на зруйнованнє твердинь,)
4De wapens toch, waarmee we kampen, zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God, om er burchten mee neer te halen; diepzinnigheden werpen we er mee omver,
5руйнуючи видумки і всяку висоту, що встає проти знання Божого, і займаючи в полонь усякий розум на послух Христу,
5ook elke hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God; alle denken nemen we er mee gevangen, om het te brengen onder gehoorzaamheid van Christus;
6і будучи на поготові помститись над усяким непослухом, як сповнить ся ваш послух.
6en we houden ze gereed, om iedere ongehoorzaamheid te straffen, zo gauw úw gehoorzaamheid maar volmaakt is.
7Хиба ви на лице дивитесь? Коли хто певен у собі, що він Христів, нехай знов по собі думає так, що, як він Христів, так і ми Христові.
7Geeft acht op wat voor de hand ligt. Is iemand overtuigd, dat hij Christus toebehoort, dan mag hij toch wel bij zichzelf eens bedenken, dat ook wij Christus toebehoren, evengoed als hij.
8Бо коли б я ще більш хвалив ся властю нашою, що дав нам Господь на збудуваннє, а не на зруйнуваннє ваше, то не осоромив ся б.
8Ja, al ging ik nog veel verder met roemen op de volmacht, die de Heer mij gaf, om u op te bouwen, maar niet om u te gronde te richten, ik zou er niet over te blozen hebben.
9(Та) щоб не здаватись, наче б лякав вас посланнями, —
9Maar ik wil de schijn niet hebben, dat ik u met mijn brieven vrees wil aanjagen.
10бо послання (його) скажуть, важкі і кріпкі, а присутність тїла немочна і слово мизерне, —
10Want, zo heet het: de brieven zijn gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijk optreden is zwak, zijn spreken onbeduidend.
11такий нехай се знає, що які ми словом у посланнях, не бувши (між вами), такі ми й дїлом, бувши (між вами).
11Laat hij, die zó spreekt, er wel aan denken, dat we van dichtbij zó zullen zijn met de daad, als we het uit de verte in onze brieven zijn met het woord.
12Бо не сьміємо прилїчувати або рівняти себе до деяких, що самі себе хвалять; ті, що самі в собі себе міряють і порівнюють самих себе, не розуміють.
12Maar wat we niet durven: ons op één lijn stellen, of zelfs vergelijken met dat soort lieden, die zich zo gaarne laten gelden. Zij toch meten zich af naar zichzelf, en vergelijken zich met zichzelf, zonder het te bespeuren.
13Ми ж не без міри хвалити мемось, а по мірі мірила, що відмірив нам Бог, (яко) міру, щоб досягти і до вас.
13Wij daarentegen zullen niet gaan roemen zonder maat te houden, maar slechts volgens het meetsnoer, dat God ons tot maat heeft gegeven: en dit is, dat we tot u zouden doordringen.
14Ми бо не так, як би не досягнувши вас, над міру простираємось; бо аж і до вас досягли благовістєм Христовим.
14We rekken ons dus niet buiten dit meetsnoer uit, als waart gij buiten ons bereik gebleven; want feitelijk zijn we tot u doorgedrongen met het Evangelie van Christus.
15Не без міри хвалимось чужою працею, маючи надїю, що, як виросте віра ваша, то звеличимось і ми по мірилу нашому надто,
15We beroemen ons dan ook niet buiten die maat, en op het werk van anderen. Maar wel koesteren we de hoop, dat we, bij het toenemen van het geloof in uw midden, met ons eigen meetsnoer ons nog aanmerkelijk zullen uitbreiden,
16щоб і дальше вас благовіствувати, і не хвалитись над тим, що чужим мірилом приготовлене.
16en het Evangelie in verder liggende streken zullen verkondigen. Maar dan niet met het meetsnoer van anderen, om ons te roemen op wat reeds gedaan is!
17Хто ж хвалить ся, нехай у Господї хвалить ся.
17Bovendien, “wie roemt, roeme in den Heer.”
18Бо не той певний, хто сам себе хвалить, а кого Господь похваляє.
18Want niet die zichzelf prijst is goed bevonden, maar die geprezen wordt door den Heer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.