2 Coríntios 4
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Portanto, visto que temos este ministério, assim como recebemos misericórdia, não desanimamos.
1En dit is de reden, dat we onbeschroomd optreden, nu we eenmaal uit barmhartigheid deze bediening hebben ontvangen.
2Pelo contrário, renunciamos às coisas ocultas e vergonhosas, não andando com astúcia nem adulterando a palavra de Deus, mas, pela manifestação da verdade, recomendamo-nos à consciência de cada pessoa diante de Deus.
2Waarachtig, we hebben gebroken met schandelijke geheimzinnigheid, we houden ons niet met sluwheid op, noch vervalsen Gods woord; maar door openlijke verkondiging der waarheid zijn we voor Gods oog onze eigen aanbeveling bij ieder menselijk geweten.
3Mesmo que o nosso Evangelho esteja encoberto, está encoberto para os que estão perecendo,
3En zo er nog een sluier ligt over ons Evangelie, dan is dit alleen voor hen, die verloren gaan,
4nos quais o deus deste mundo cegou as mentes dos incrédulos, para que a luz do Evangelho da glória de Cristo, que é a imagem de Deus, não brilhe sobre eles.
4en wier ongelovig verstand de god dezer wereld heeft verblind, zodat ze de uitstraling niet zien van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God.
5Pois não pregamos a nós mesmos, mas a Cristo Jesus como Senhor, e a nós mesmos como servos de vocês por causa de Jesus,
5Wij toch preken niet onszelf, maar Christus Jesus den Heer, onszelf slechts als uw dienstknechten om Jesus’ wil.
6pois foi Deus quem disse: “Das trevas brilhará a luz”, e ele brilhou em nossos corações para dar a luz do conhecimento da glória de Deus na face de Jesus Cristo.
6Want God, die gezegd heeft: “Licht zal schijnen uit duisternis,” Hij heeft licht ontstoken in onze harten, opdat vandaar de kennis van Gods heerlijkheid, die op Christus’ aangezicht ligt, naar buiten zou stralen.
7Temos, porém, este tesouro em vasos de barro, para que a suprema grandeza do poder seja de Deus e não de nós mesmos.
7Maar we bezitten deze schat in lemen vaten; want de overvloed van kracht komt van God, en niet uit onszelf.
8Somos pressionados de todos os lados, mas não esmagados; perplexos, mas não desesperados;
8Zo zijn we wel op allerlei wijze bestookt, maar niet benauwd; in twijfel, maar niet in vertwijfeling;
9perseguidos, mas não desamparados; abatidos, mas não destruídos;
9vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht;
10levando sempre no corpo a morte do Senhor Jesus, para que a vida de Jesus também seja revelada em nosso corpo.
10ten allen tijde dragen we Jesus’ doodslijden in het lichaam rond, opdat ook Jesus. leven door ons lichaam wordt geopenbaard.
11Pois nós, que vivemos, estamos sempre sendo entregues à morte por amor de Jesus, para que a vida de Jesus também seja revelada em nossa carne mortal.
11Want tijdens ons leven worden we voortdurend ten dode overgeleverd om Jesus’ wil, opdat ook het leven van Jesus door ons sterflijk vlees wordt geopenbaard.
12De modo que a morte opera em nós, mas a vida em vocês.
12Zó werkt de dood in ons, het leven in u.
13Mas, tendo o mesmo espírito de fé, conforme o que está escrito: “Eu cri, por isso falei”. Nós também cremos, e por isso também falamos,
13Maar in het bezit van dezelfde geest des geloofs, waarvan geschreven staat: “Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken,” geloven ook wij en spreken het daarom ook uit;
14sabendo que aquele que ressuscitou o Senhor Jesus também nos ressuscitará por meio de Jesus, e nos apresentará com vocês.
14wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u voor Zich zal doen staan.
15Pois tudo isso acontece por causa de vocês, para que a graça, alcançando cada vez mais pessoas, faça transbordar a ação de graças para a glória de Deus.
15Want om u is dit alles geschied, opdat de genade, door zoveel middelen tot volheid gebracht, ook de dankzegging doet overvloeien, ter ere van God.
16Portanto, não desanimamos. Ainda que exteriormente estejamos nos desgastando, interiormente somos renovados dia após dia.
16We worden dus niet kleinmoedig; maar al gaat onze uitwendige mens ook ten onder, onze inwendige herstelt zich iedere dag.
17Pois a nossa leve e momentânea aflição produz para nós um eterno peso de glória muito além de toda comparação,
17Want de tijdelijke lichte verdrukking verwerft ons een onovertroffen eeuwig gewicht van heerlijkheid.
18enquanto não fixamos os olhos nas coisas que são vistas, mas nas coisas que não são vistas. Pois as coisas que são vistas são temporais, mas as coisas que não são vistas são eternas.
18En zó geven we geen acht op het zichtbare, maar op het onzichtbare; het zichtbare toch is tijdelijk, het onzichtbare eeuwig.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.