2. Коринћанима 5
Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicTranslation
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Јер знамо да кад се земаљска наша кућа тела раскопа, имамо зграду од Бога, кућу нерукотворену, вечну на небесима.
1Ja, we weten, dat wanneer onze aardse woontent is neergehaald, we een woonplaats ontvangen van God; een woonplaats niet met handen opgeslagen, maar een eeuwige in de hemelen.
2Јер за тим уздишемо, желећи обући се у свој небески стан.
2Want in deze woontent zuchten we van verlangen, om onze hemelse er over heen te slaan,
3И да се обучени, не голи нађемо!
3zo we tenminste dan nog bekleed zijn en niet naakt.
4Јер будући у овом телу, уздишемо отежали; јер нећемо да се свучемо, него да се преобучемо, да живот прождере смртно.
4Wij toch, die nog in de tent verblijven, we zuchten vol bekommernis, omdat we het kleed niet willen uittrekken, maar een overkleed aandoen, opdat het sterflijke verzwolgen wordt in het leven.
5А Онај који нас за ово исто створи, Бог је, који нам и даде залог Духа.
5Het is God zelf, die ons daartoe in staat heeft gesteld, door ons het onderpand des Geestes te geven.
6Добре смо, дакле, воље једнако, јер знамо да путујемо у телу, далеко од Господа.
6Daarom houden we steeds goede moed, ook al weten we, dat zolang we inwonend zijn in het lichaam, we buitengesloten zijn van den Heer;
7Јер по вери живимо, а не по гледању.
7want in geloof, niet in aanschouwen zwerven we rond.
8Али се не бојимо, и много волимо отићи од тела, и ићи ка Господу.
8Goede moed houden we, ook al geven we er de voorkeur aan, uit het lichaam te verhuizen en inwonend te zijn bij den Heer.
9Зато се и старамо, или улазили или одлазили, да будемо Њему угодни.
9Maar inwonend of niet, we stellen er een eer in, Hem te behagen.
10Јер нам се свима ваља јавити на суду Христовом, да примимо сваки шта је који у телу чинио, или добро или зло.
10Want we moeten allen voor Christus’ rechterstoel verschijnen, om vergelding te ontvangen voor het goed of het kwaad, dat ieder van ons tijdens zijn lichamelijk bestaan heeft verricht.
11Знајући, дакле, страх Господњи људе саветујемо; а Богу смо познати, а надамо се да смо и у вашим савестима познати.
11Daar we dus weten, dat we den Heer moeten vrezen, trachten we mensen te winnen. Voor God liggen we daarbij open geheel en al; ik hoop, voor uw geweten eveneens. Heiligheid van paulus’ apostolaat als ambt der verzoening door Jesus.
12Јер се не хвалимо опет пред вама, него вама дајемо узрок да се хвалите нама, да имате шта одговорити онима који се хвале оним шта је споља, а не шта је у срцу.
12We gaan ons niet opnieuw bij u aanprijzen, maar we geven u stof tot roem over ons, om iets bij de hand te hebben tegenover hen, die op het uiterlijk pochen, en niet op het hart.
13Јер ако се одвише хвалимо, Богу се хвалимо; ако ли смо смерни, вама смо.
13Want als we ons te buiten gaan, we doen het om God; houden we ons in, dan is het om u.
14Јер љубав Божја нагони нас, кад мислимо ово: ако један за све умре, то дакле сви умреше.
14Inderdaad, Christus’ liefde dringt ons. We oordelen aldus: Eén is voor allen gestorven; dus zijn ze allen gestorven.
15Христос за све умре, да они који живе не живе више себи, него Ономе који за њих умре и васкрсе.
15En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en verrezen.
16Зато и ми одсад никога не познајемо по телу; и ако Христа познасмо по телу, али Га сад више не познајемо.
16Daarom ook beoordelen we van nu af niemand meer naar het vlees; en zo we Christus naar het vlees mochten beoordeeld hebben, dan doen we dit thans niet meer.
17Зато, ако је ко у Христу, нова је твар: старо прође, гле, све ново постаде.
17Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.
18Али је све од Бога, који помири нас са собом кроз Исуса Христа, и даде нам службу помирења.
18Welnu, dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich heeft verzoend, en die ons de bediening der Verzoening heeft toevertrouwd.
19Јер Бог беше у Христу, и свет помири са собом не примивши им грехе њихове, и метнувши у нас реч помирења.
19Want het was God, die door Christus de wereld met Zich verzoende en haar de overtredingen niet toerekende, en die òns de prediking der Verzoening heeft opgedragen.
20Тако смо ми послани место Христа, као да Бог говори кроз нас; молимо вас у име Христово помирите се с Богом.
20In Christus’ naam treden we dus als gezanten op, alsof God zelf door ons vermaant. In Christus’ naam smeken we u: Verzoent u met God.
21Јер Оног који не знаше греха нас ради учини грехом, да ми будемо правда Божја у Њему.
21Hem, die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat we door Hem zouden worden: gerechtigheid Gods.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.