Filippenzen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ten slotte: Verheugt u in den Heer, mijn broeders! U nog eens hetzelfde te schrijven, is voor mij geen last en u geeft het zekerheid.
1На останок, браттє моє, радуйтесь у Господї. Те ж саме писати вам менї не противно, для вас же певно.
2Opgepast voor de honden, opgepast voor de slechte werkers, opgepast voor de versnijding.
2Остерегайтесь собак, остерегайтесь лихих робітників, остерегайтесь відрізання.
3De besnijdenis immers zijn wij; wij die God dienen door zijn Geest, wij die op Christus Jesus roemen en geen vertrouwen stellen op het vlees.
3Ми бо обрізаннє, которі духом Богу служимо, і хвалимось в Ісусї Христї, а не в тїлї надїємось,
4Zeker, ik zelf zou op het vlees kunnen vertrouwen; en zo iemand meent, zijn vertrouwen te kunnen stellen op het vlees, ik kan het nog meer.
4хоч і я маю також надїю в тїлї. Коли хто инший думає надїятись у тїлї, то я тим більш, —
5Op de achtste dag ben ik besneden; ik ben uit Israëls geslacht, uit de stam van Bénjamin, Hebreër uit de Hebreën; wat de Wet betreft een Farizeër,
5обрізаний восьмого дня, з роду Ізраїлевого, з колїна Беняминового, Євреїн з Євреїв, по закону Фарисей,
6wat ijver betreft een vervolger der Kerk, wat wettelijke gerechtigheid betreft een heilige.
6по ревности гонив я церкву, по праведности законній непорочен.
7Maar wat winst voor mij was, heb ik schade geacht om Christus’ wil.
7Та що було менї надбаннєм, те вважав я за втрату ради Христа.
8Ja, alles houd ik voor schade, omdat de kennis van Christus Jesus, mijn Heer, alles te boven gaat. Om Hem heb ik alles prijsgegeven en heb het als vuilnis geacht, om Christus te winnen
8Так оце я все вважаю за втрату ради вищого розуміння Христа Ісуса, Господа мого, ради котрого я все втеряв, і вважаю все за сьміттє, аби придбати Христа,
9en één met Hem te zijn. Mijn gerechtigheid heb ik niet uit de Wet, maar door het geloof in Christus; de gerechtigheid, voortkomend uit God en berustend op het geloof.
9та й явитись у Ньому, не маючи моєї праведности, що від закону, а (маючи) ту, що вірою Христовою (здобувається), праведність від Бога у вірі,
10Zó wilde ik Hem leren kennen, de kracht ook zijner Verrijzenis en de gemeenschap met zijn Lijden; zó wilde ik gelijkvormig worden aan zijn Dood,
10щоб розуміти Його, і силу воскресення Його, і спільність мук Його, приподоблюючись смерти Його,
11om eenmaal te kunnen komen tot de opstanding uit de doden.
11аби тільки достигнути до воскресення мертвих.
12Zeker, ik heb het nog niet bereikt, en nog ben ik niet volmaakt; maar ik jaag het na, om het te grijpen, omdat ik ook zelf ben gegrepen door Christus Jesus.
12Не тим, щоб уже я достиг, або вже був звершений; гоню ж, чи не достигну того, за що і Христос Ісус достиг мене.
13Neen broeders, ik beeld me niet in, het reeds te hebben bereikt. Maar wel dit éne: Ik vergeet wat achter me ligt; ik reikhals naar wat vóór me ligt;
13Браттє, я про себе не думаю, що я вже достиг; одно ж (роблю), забуваючи вже те що позаду, і сягаючи по те, що спереду,
14het doel jaag ik na, om de prijs te behalen van Gods hemelse roeping in Christus Jesus.
14біжу до мети по нагороду вишнього поклику Божого в Христї Ісусї.
15Zó moeten we allen denken, als we volmaakt willen zijn. Mocht gij dan op een of ander punt van een ander gevoelen zijn, dan zal God het u wel duidelijk maken.
15Скільки оце (нас) звершених, се думаймо, і коли що инакше думаєте, то й се Бог вам одкриє.
16Maar in ieder geval moeten we blijven, waar we gekomen zijn!
16Тільки ж (те), до чого ми достигли, (єсть) одним правилом жити і те саме думати.
17Broeders, volgt mij na, en richt u naar hen, die zich naar ons voorbeeld gedragen.
17Приподоблюйтесь до мене, браттє, і вважайте, хто так ходить, яко ж маєте за взір нас.
18Want zoals ik het u zo vaak heb gezegd, en het ook thans onder tranen herhaal: Velen leven als vijanden van Christus’ Kruis;
18(Многі бо ходять, про котрих не раз говорив я вам, тепер же й плачучи говорю, про ворогів хреста Христового,
19hun einde is de ondergang, hun god is de buik, hun eer ligt in hun schande, hun zinnen zijn op het aardse gericht.
19котрим кінець — погибель, котрим Бог черево, а слава в соромі їх, котрі про земне думають.)
20Maar òns Vaderland is in de hemel. Vandaar verwachten we den Verlosser, Jesus Christus, den Heer;
20Наше бо життє єсть на небесах, звідкіля ждемо і Спасителя, Господа нашого Ісуса Христа, котрий переобразить тїло смирення нашого, щоб було подобне тїлу слави Його, по дїйству, котрим зможе і покорити собі все.
21Hij zal ons vernederd lichaam herscheppen, aan zijn verheerlijkt Lichaam gelijk, door de kracht, waarmee Hij alles aan Zich onderwerpen kan.
no verse 21 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.