Job
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Zie, dit alles heb ik met eigen ogen aanschouwd, Mijn oor heeft het gehoord en verstaan.
1הן כל ראתה עיני שמעה אזני ותבן לה׃
2Wat gij weet, weet ik even goed: Ik doe niet onder voor u.
2כדעתכם ידעתי גם אני לא נפל אנכי מכם׃
3Daarom wil ik tot den Almachtige spreken, Mijn zaak bepleiten voor God!
3אולם אני אל שדי אדבר והוכח אל אל אחפץ׃
4Want gij zijt leugensmeden, En kwakzalvers allemaal!
4ואולם אתם טפלי שקר רפאי אלל כלכם׃
5Als gij er nu maar het zwijgen toe deedt, Rekende men het u als wijsheid aan.
5מי יתן החרש תחרישון ותהי לכם לחכמה׃
6Luistert dus liever naar mijn pleit, En geeft acht op het pleidooi mijner lippen.
6שמעו נא תוכחתי ורבות שפתי הקשיבו׃
7Moogt gij leugens spreken, om God te believen, Ter wille van Hem onwaarheid zeggen;
7הלאל תדברו עולה ולו תדברו רמיה׃
8Moogt gij partijdig voor Hem zijn, Wanneer gij voor God denkt te pleiten?
8הפניו תשאון אם לאל תריבון׃
9Loopt dit goed voor u af, wanneer Hij u in verhoor neemt; Of denkt gij Hem te bedriegen, zoals men mensen bedriegt?
9הטוב כי יחקר אתכם אם כהתל באנוש תהתלו בו׃
10Ten zwaarste zal Hij u straffen, Zo gij partijdig zijt in het geniep.
10הוכח יוכיח אתכם אם בסתר פנים תשאון׃
11Zal zijn Majesteit u dan niet ontstellen, Zijn verschrikkingen u niet overvallen?
11הלא שאתו תבעת אתכם ופחדו יפל עליכם׃
12Want uw uitspraken zijn spreuken van as, Uw betogen, betogen van leem!
12זכרניכם משלי אפר לגבי חמר גביכם׃
13Zwijgt derhalve, en laat mij spreken; Laat er van komen wat wil!
13החרישו ממני ואדברה אני ויעבר עלי מה׃
14Ik pak mijn vlees tussen mijn tanden, En neem mijn leven in mijn hand.
14על מה אשא בשרי בשני ונפשי אשים בכפי׃
15Wil Hij me doden, ik wacht Hem af; Maar ik verdedig mijn wandel voor Hem!
15הן יקטלני לא איחל אך דרכי אל פניו אוכיח׃
16Dit zal reeds een triomf voor mij zijn; Want de boze durft niet eens voor zijn aanschijn treden!
16גם הוא לי לישועה כי לא לפניו חנף יבוא׃
17Luistert dus goed naar mijn woord, Leent het oor aan mijn rede.
17שמעו שמוע מלתי ואחותי באזניכם׃
18Zie, ik heb mijn pleit gereed, Ik ben mij bewust van mijn recht!
18הנה נא ערכתי משפט ידעתי כי אני אצדק׃
19Wie brengt er iets tegen mij in? Ik zou aanstonds zwijgen en sterven.
19מי הוא יריב עמדי כי עתה אחריש ואגוע׃
20Twee dingen moet Gij mij echter besparen, Dan verschuil ik mij niet voor uw aanschijn:
20אך שתים אל תעש עמדי אז מפניך לא אסתר׃
21Neem uw hand van mij weg, En verbijster mij niet door uw verschrikking.
21כפך מעלי הרחק ואמתך אל תבעתני׃
22Daag mij dus uit, en ik zal antwoorden; Of laat mij spreken, en antwoord Gij:
22וקרא ואנכי אענה או אדבר והשיבני׃
23Hoeveel fouten en zonden heb ik bedreven, Noem mij mijn misdaden en zonden op!
23כמה לי עונות וחטאות פשעי וחטאתי הדיעני׃
24Waarom verbergt Gij uw aanschijn, En beschouwt Gij mij als uw vijand?
24למה פניך תסתיר ותחשבני לאויב לך׃
25Wilt gij een weggewaaid blad nog verschrikken, Een verdorde halm nog vervolgen:
25העלה נדף תערוץ ואת קש יבש תרדף׃
26Dat Gij zo’n bitter lot mij bestemt, En de fouten wreekt van mijn jeugd;
26כי תכתב עלי מררות ותורישני עונות נעורי׃
27Mijn voeten steekt in een blok, al mijn gangen bewaakt, En mijn voetzolen bespiedt?
27ותשם בסד רגלי ותשמור כל ארחותי על שרשי רגלי תתחקה׃
28-
28והוא כרקב יבלה כבגד אכלו עש׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.