Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Toen zonden de koningen en vorsten van al die steden en streken, van syrisch Mesopotamië en het syrisch gebied Sobal en van Lúdië en Cilicië hun gezanten naar Holoférnes. Ze zeiden hem:
1Tunc miserunt legatos suos universarum urbium ac provinciarum reges ac principes, Syriæ scilicet Mesopotamiæ, et Syriæ Sobal, et Libyæ, atque Ciliciæ: qui venientes ad Holofernem, dixerunt:
2Wees niet langer op ons vertoornd; want het is beter, dat wij met behoud van ons leven den groten koning Nabukodonosor dienen en ons aan u onderwerpen, dan dat wij sterven en door onze ondergang de ellende der slavernij over ons volk zouden brengen.
2Desinat indignatio tua circa nos: melius est enim ut viventes serviamus Nabuchodonosor regi magno, et subditi simus tibi, quam morientes cum interitu nostro ipsi servitutis nostræ damna patiamur.
3Al onze steden en bezittingen, al onze bergen, heuvels en vlakten, de kudden runderen, schapen, geiten, paarden en kamelen, al wat wij bezitten aan have en goed, dat alles staat te uwer beschikking.
3Omnis civitas nostra, omnisque possessio, omnes montes, et colles, et campi, et armenta boum, gregesque ovium, et caprarum, equorumque et camelorum, et universæ facultates nostræ atque familiæ, in conspectu tuo sunt:
4Doe met al onze bezittingen wat gij wilt;
4sint omnia nostra sub lege tua.
5wij en onze kinderen zijn uw slaven.
5Nos, et filii nostri, servi tui sumus.
6Kom tot ons als een vredelievend heerser, en maak gebruik van onze dienstbaarheid, zoveel gij verkiest.
6Veni nobis pacificus dominus, et utere servitio nostro, sicut placuerit tibi.
7Daarop kwam hij met zijn ruiterij en een geweldig leger de bergen af, en maakte zich meester van alle steden en alle inwoners van het land.
7Tunc descendit de montibus cum equitibus in virtute magna, et obtinuit omnem civitatem, et omnem inhabitantem terram.
8Uit alle steden lijfde hij de sterkste en beste mannen als hulptroepen bij zijn leger in;
8De universis autem urbibus assumpsit sibi auxiliarios viros fortes, et electos ad bellum.
9en zó groot was de vrees in die streken, dat de vorsten en de aanzienlijkste inwoners van al die steden tezamen met het volk hem bij zijn aankomst tegemoet gingen,
9Tantusque metus provinciis illis incubuit, ut universarum urbium habitatores principes et honorati simul cum populis exirent obviam venienti,
10en hem inhaalden met kransen, fakkels en reidansen, onder begeleiding van pauken en fluiten.
10excipientes eum cum coronis et lampadibus, ducentes choros in tympanis et tibiis.
11Maar ondanks dit alles waren zij niet in staat, zijn hardvochtig gemoed tot mildheid te stemmen,
11Nec ista tamen facientes, ferocitatem ejus pectoris mitigare potuerunt:
12en hij verwoestte hun steden. Ook hakte hij hun heilige bossen om;
12nam et civitates eorum destruxit, et lucos eorum excidit.
13want koning Nabukodonosor had hem opdracht gegeven, alle inheemse goden uit te roeien, opdat de volkeren, die Holoférnes aan zijn macht zou kunnen onderwerpen, hem alleen als god zouden erkennen.
13Præceperat enim illi Nabuchodonosor rex, ut omnes deos terræ exterminaret, videlicet ut ipse solus diceretur deus ab his nationibus quæ potuissent Holofernis potentia subjugari.
14Nadat hij zo door het syrisch gebied Sobal, geheel Apaméa en geheel Mesopotamië was heengetrokken, kwam hij bij Jizreël in de streek Géba aan,
14Pertransiens autem Syriam Sobal, et omnem Apameam, omnemque Mesopotamiam, venit ad Idumæos in terram Gabaa,
15veroverde de steden, en bleef daar dertig dagen, om in die tijd zijn gehele legermacht samen te trekken.
15accepitque civitates eorum, et sedit ibi per triginta dies, in quibus diebus adunari præcepit universum exercitum virtutis suæ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.