Judit 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Het leger van Holofernes wordt door de Joden verslagen. Maar nu sprak Judit tot het hele volk: Broeders, luistert naar mij. Hangt dit hoofd aan onze muren op.
1Dixit autem Judith ad omnem populum: Audite me, fratres: suspendite caput hoc super muros nostros:
2Bij zonsopgang moet iedereen naar zijn wapens grijpen, en rukt gij zo krachtig mogelijk uit. Maar gij moet niet omlaag gaan, doch alleen een schijnuitval doen.
2et erit, cum exierit sol, accipiat unusquisque arma sua, et exite cum impetu, non ut descendatis deorsum, sed quasi impetum facientes.
3Dan zullen de voorposten zeker naar hun bevelhebber lopen, om hem te bewegen, de strijd aan te binden.
3Tunc exploratores necesse erit ut fugiant ad principem suum excitandum ad pugnam.
4En wanneer dan hun aanvoerders naar de tent van Holoférnes gaan en daar zijn bebloede romp zullen vinden, zal de schrik hen bevangen.
4Cumque duces eorum cucurrerint ad tabernaculum Holofernis, et invenerint eum truncum in suo sanguine volutatum, decidet super eos timor.
5Zodra gij hen dan op de vlucht ziet slaan, zet gij hen onmiddellijk achterna; want de Heer zal hen onder uw voeten verpletteren.
5Cumque cognoveritis fugere eos, ite post illos securi, quoniam Dominus conteret eos sub pedibus vestris.
6Toen nu Achior zag, op hoe krachtige wijze de God van Israël Zich openbaarde, zwoer hij de heidense godsdienst af en geloofde in God; hij liet zich besnijden en werd met heel zijn geslacht bij het volk van Israël ingelijfd tot de dag van vandaag.
6Tunc Achior, videns virtutem quam fecit Deus Israël, relicto gentilitatis ritu, credidit Deo, et circumcidit carnem præputii sui, et appositus est ad populum Israël, et omnis successio generis ejus usque in hodiernum diem.
7Zodra de dag was aangebroken, hingen zij het hoofd van Holoférnes op aan de muur. Alle mannen grepen naar hun wapens, en rukten met groot lawaai en geschreeuw naar buiten.
7Mox autem ut ortus est dies, suspenderunt super muros caput Holofernis, accepitque unusquisque vir arma sua, et egressi sunt cum grandi strepitu et ululatu.
8Toen de voorposten dit zagen, liepen zij haastig naar de tent van Holoférnes;
8Quod videntes exploratores, ad tabernaculum Holofernis cucurrerunt.
9ook zij, die zich in de tenten bevonden, kwamen aangelopen en maakten lawaai voor de ingang van het slaapvertrek, om hem te wekken. Met opzet maakten zij dit leven, opdat Holoférnes door dit lawaai zou wakker worden en niet op de gewone wijze moest worden gewekt.
9Porro hi qui in tabernaculo erant, venientes, et ante ingressum cubiculi perstrepentes, excitandi gratia, inquietudinem arte moliebantur, ut non ab excitantibus, sed a sonantibus Holofernes evigilaret.
10Want niemand durfde bij het slaapvertrek van den bevelhebber der Assyriërs aankloppen of daar binnengaan.
10Nullus enim audebat cubiculum virtutis Assyriorum pulsando aut intrando aperire.
11Nu kwamen ook de oversten, hoofden en alle legeraanvoerders van den assyrischen koning toegelopen, en zeiden tot de kamerdienaars:
11Sed cum venissent ejus duces ac tribuni, et universi majores exercitus regis Assyriorum, dixerunt cubiculariis:
12Gaat toch naar binnen en maakt hem wakker; want de muizen zijn uit hun holen gekropen en wagen het, ons tot de strijd uit te dagen.
12Intrate, et excitate illum, quoniam egressi mures de cavernis suis, ausi sunt provocare nos ad prælium.
13Nu ging Vágao het slaapvertrek binnen, bleef voor het voorhangsel staan en klapte in de handen, omdat hij meende, dat hij nog met Judit sliep.
13Tunc ingressus Vagao cubiculum ejus, stetit ante cortinam, et plausum fecit manibus suis: suspicabatur enim illum cum Judith dormire.
14Maar toen hij in het bed niets hoorde bewegen, ging hij naar het voorhangsel en lichtte het op. Toen zag hij het bebloede lijk van Holoférnes onthoofd op de grond. Hij gaf een luide gil, brak in snikken uit en scheurde zijn klederen.
14Sed cum nullum motum jacentis sensu aurium caperet, accessit proximans ad cortinam, et elevans eam, vidensque cadaver absque capite Holofernis in suo sanguine tabefactum jacere super terram, exclamavit voce magna cum fletu, et scidit vestimenta sua.
15Hij rende de tent van Judit binnen, en toen hij ze daar niet vond, liep hij op de soldaten toe, die buiten stonden,
15Et ingressus tabernaculum Judith, non invenit eam, et exiliit foras ad populum,
16en schreeuwde: Een hebreeuwse vrouw heeft geheel alleen schande gebracht over het huis van koning Nabukodonosor; want Holoférnes ligt onthoofd op de grond!
16et dixit: Una mulier hebræa fecit confusionem in domo regis Nabuchodonosor: ecce enim Holofernes jacet in terra, et caput ejus non est in illo.
17Toen ze dit hoorden, scheurden alle aanvoerders van het assyrische leger hun klederen. Ondragelijke angst en ontzetting grepen hen aan; zij raakten hun bezinning geheel en al kwijt,
17Quod cum audissent principes virtutis Assyriorum, sciderunt omnes vestimenta sua, et intolerabilis timor et tremor cecidit super eos, et turbati sunt animi eorum valde.
18en een weergaloos geschreeuw brak er in hun legerplaats los.
18Et factus est clamor incomparabilis in medio castrorum eorum.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.