Judit 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1In het dertiende jaar van koning Nabukodonosor, op de twee en twintigste dag van de eerste maand, werd in het paleis van Nabukodonosor, den koning der Assyriërs, besloten, dat men wraak zou nemen.
1Anno tertiodecimo Nabuchodonosor regis, vigesima et secunda die mensis primi, factum est verbum in domo Nabuchodonosor regis Assyriorum ut defenderet se.
2Hij ontbood daarom alle oudsten en al zijn veldheren en legeraanvoerders, deelde hun zijn geheime plannen mee,
2Vocavitque omnes majores natu, omnesque duces et bellatores suos, et habuit cum eis mysterium consilii sui:
3en vertelde hun, dat hij voornemens was, de gehele aarde aan zijn heerschappij te onderwerpen.
3dixitque cogitationem suam in eo esse, ut omnem terram suo subjugaret imperio.
4Toen dit plan algemene instemming had gevonden, liet koning Nabukodonosor zijn opperbevelhebber Holoférnes bij zich ontbieden,
4Quod dictum cum placuisset omnibus, vocavit Nabuchodonosor rex Holofernem principem militiæ suæ,
5en zeide hem: Trek op tegen alle landen in het westen, en vooral tegen hen, die mijn bevel hebben geminacht.
5et dixit ei: Egredere adversus omne regnum occidentis, et contra eos præcipue, qui contempserunt imperium eum.
6Geen enkel rijk moogt ge sparen, en alle versterkte steden moet ge aan mij onderwerpen.
6Non parcet oculus tuus ulli regno, omnemque urbem munitam subjugabis mihi.
7Daarop werden alle veldheren en aanvoerders van het assyrische leger door Holoférnes opgeroepen, en begon hij, zoals de koning hem had opgedragen een leger aan te werven van honderd twintigduizend man voetvolk en twaalfduizend boogschutters te paard.
7Tunc Holofernes vocavit duces et magistratus virtutis Assyriorum, et dinumeravit viros in expeditionem sicut præcepit ei rex, centum viginti millia peditum pugnatorum, et equitum sagittariorum duodecim millia.
8Aan de kop van het gehele leger liet hij een ontelbaar aantal kamelen vooruittrekken, met een grote voorraad legerproviand, en ontelbare kudden runderen en schapen.
8Omnemque expeditionem suam fecit præire in multitudine innumerabilium camelorum, cum his quæ exercitibus sufficerent copiose, boum quoque armenta, gregesque ovium, quorum non erat numerus.
9Verder gaf hij bevel, dat er in heel Syrië op zijn doortocht graan voor hem moest gereed liggen,
9Frumentum ex omni Syria in transitu suo parari constituit.
10en zelf nam hij zeer veel goud en zilver mee uit het paleis van den koning.
10Aurum vero et argentum de domo regis assumpsit multum nimis.
11Daarna brak hij met heel dat leger op, met wagens, ruiters en boogschutters, die als sprinkhanen de oppervlakte der aarde bedekten.
11Et profectus est ipse, et omnis exercitus cum quadrigis, et equitibus, et sagittariis: qui cooperuerunt faciem terræ sicut locustæ.
12Toen hij nu de grens van Assyrië was overgetrokken en bij het hoge Ange-gebergte gekomen was, dat links van Cilicië ligt, bestormde hij daar alle burchten, veroverde er alle vestingen,
12Cumque pertransisset fines Assyriorum, venit ad magnos montes Ange, qui sunt a sinistro Ciliciæ: ascenditque omnia castella eorum, et obtinuit omnem munitionem.
13en nam de beroemde stad Melóti met geweld in. Vervolgens plunderde hij alle inwoners van Tarsjisj en daarna de Israëlieten, die aan de rand van de woestijn ten zuiden van het land der Chaldeën woonden.
13Effregit autem civitatem opinatissimam Melothi, prædavitque omnes filios Tharsis et filios Ismaël qui erant contra faciem deserti, et ad austrum terræ Cellon.
14Daarna trok hij de Eufraat over, kwam in Mesopotamië, verwoestte daar alle versterkte steden van de rivier de Abrona af tot aan de zee,
14Et transivit Euphraten, et venit in Mesopotamiam: et fregit omnes civitates excelsas quæ erant ibi, a torrente Mambre usquequo perveniatur ad mare:
15en veroverde het gehele gebied tot aan de zuidelijke grenzen van Jáfet.
15et occupavit terminos ejus, a Cilicia usque ad fines Japheth qui sunt ad austrum.
16Hij voerde alle Midjanieten gevangen weg, legde beslag op al hun bezittingen en joeg iedereen over de kling, die zich verzette.
16Abduxitque omnes filios Madian, et prædavit omnem locupletationem eorum, omnesque resistentes sibi occidit in ore gladii.
17En toen de oogsttijd was aangebroken, zakte hij af naar de vlakte van Damascus, stak al het veldgewas in brand en liet alle bomen en wijngaarden omhakken.
17Et post hæc descendit in campos Damasci in diebus messis, et succendit omnia sata, omnesque arbores, et vineas fecit incidi:
18Alle bewoners der aarde waren bang voor hem.
18et cecidit timor illius super omnes inhabitantes terram.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.