Genesis
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Nog sprak heel de aarde eenzelfde taal en dezelfde woorden.
1那时,天下人的口音、言语都是一样。
2Toen men uit het oosten was opgetrokken, en een vlakte in het land Sjinar had gevonden, bleef men daar wonen.
2他们往东边迁移的时候,在 示拿 地遇见一片平原,就住在那里。
3Nu zeiden ze tot elkander: Komt, laten we stenen maken, en ze hard bakken in vuur. Die tichels moesten hun tot bouwsteen dienen, de asfalt tot mortel.
3他们彼此商量说:「来吧!我们要做砖,把砖烧透了。」他们就拿砖当石头,又拿石漆当灰泥。
4Later zeiden ze weer: Komt, laten we ons een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan maken we ons een herkenningsteken, zodat we niet over heel de aarde worden verstrooid.
4他们说:「来吧!我们要建造一座城和一座塔,塔顶通天,为要传扬我们的名,免得我们分散在全地上。」
5Maar Jahweh daalde neer, om de stad en de toren eens te bezien, die de mensenkinderen bouwden.
5耶和华降临,要看看世人所建造的城和塔。
6Want Jahweh sprak: Zie, zij vormen één volk en spreken één taal. En dit is nog maar het begin van hun doen; later zal men niets meer kunnen beletten van al wat zij van plan zijn.
6耶和华说:「看哪,他们成为一样的人民,都是一样的言语,如今既做起这事来,以后他们所要做的事就没有不成就的了。
7Kom, laat ons afdalen, en daar beneden hun spraak in verwarring brengen, zodat zij elkanders taal niet meer verstaan.
7我们下去,在那里变乱他们的口音,使他们的言语彼此不通。」
8Zo verstrooide Jahweh hen over de hele aarde, en staakten zij de bouw der stad.
8于是耶和华使他们从那里分散在全地上;他们就停工,不造那城了。
9Daarom noemt men haar Babel, omdat Jahweh daar de spraak van de hele aarde in verwarring heeft gebracht, en omdat Jahweh hen vandaar over de hele aarde heeft verstrooid.
9因为耶和华在那里变乱天下人的言语,使众人分散在全地上,所以那城名叫 巴别 。
10Dit is de geslachtslijst van Sem. Sem was honderd jaar oud, toen hij Arpaksad verwekte, twee jaar na de zondvloed.
10闪 的后代记在下面。洪水以后二年, 闪 一百岁生了 亚法撒 。
11En Sem leefde, nadat hij Arpaksad verwekt had, nog vijfhonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
11闪 生 亚法撒 之后又活了五百年,并且生儿养女。
12Arpaksad was vijf en dertig jaar oud, toen hij Sála verwekte.
12亚法撒 活到三十五岁,生了 沙拉 。
13Arpaksad leefde, nadat hij Sála verwekt had, nog vierhonderd drie jaar, en verwekte zonen en dochters.
13亚法撒 生 沙拉 之后又活了四百零三年,并且生儿养女。
14Sála was dertig jaar oud, toen hij Eber verwekte.
14沙拉 活到三十岁,生了 希伯 。
15En Sála leefde, nadat hij Eber verwekt had, nog vierhonderd drie jaar, en verwekte zonen en dochters.
15沙拉 生 希伯 之后又活了四百零三年,并且生儿养女。
16Eber was vier en dertig jaar oud, toen hij Páleg verwekte.
16希伯 活到三十四岁,生了 法勒 。
17Eber leefde, nadat hij Páleg verwekt had, nog vierhonderd dertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
17希伯 生 法勒 之后又活了四百三十年,并且生儿养女。
18Páleg was dertig jaar, toen hij Ragaoe verwekte.
18法勒 活到三十岁,生了 拉吴 。
19En Páleg leefde, nadat hij Ragaoe verwekt had, nog tweehonderd negen jaar, en verwekte zonen en dochters.
19法勒 生 拉吴 之后又活了二百零九年,并且生儿养女。
20Ragaoe was twee en dertig jaar oud, toen hij Seroeg verwekte.
20拉吴 活到三十二岁,生了 西鹿 。
21En Ragaoe leefde, nadat hij Seroeg verwekt had, nog tweehonderd zeven jaar, en verwekte zonen en dochters.
21拉吴 生 西鹿 之后又活了二百零七年,并且生儿养女。
22Seroeg was dertig jaar oud, toen hij Nachor verwekte.
22西鹿 活到三十岁,生了 拿鹤 。
23En Seroeg leefde, nadat hij Nachor verwekt had, nog tweehonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
23西鹿 生 拿鹤 之后又活了二百年,并且生儿养女。
24Nachor was negen en twintig jaar oud, toen hij Tara verwekte.
24拿鹤 活到二十九岁,生了 他拉 。
25En Nachor leefde, nadat hij Tara verwekt had, nog honderd negentien jaar, en verwekte zonen en dochters.
25拿鹤 生 他拉 之后又活了一百一十九年,并且生儿养女。
26Tara was zeventig jaar oud, toen hij Abram, Nachor en Haran verwekte.
26他拉 活到七十岁,生了 亚伯兰 、 拿鹤 、 哈兰 。
27En dit is de geslachtslijst van Tara. Tara verwekte Abram, Nachor en Haran. Haran verwekte Lot.
27他拉 的后代记在下面。 他拉 生 亚伯兰 、 拿鹤 、 哈兰 ; 哈兰 生 罗得 。
28Haran stierf nog bij het leven van Tara, zijn vader, in zijn geboorteland, in Oer der Chaldeën.
28哈兰 死在他的本地 迦勒底 的 吾珥 ,在他父亲 他拉 之先。
29Abram en Nachor waren beiden getrouwd. De vrouw van Abram heette Sarai; de vrouw van Nachor heette Milka, en was de dochter van Haran, den vader van Milka en Jiska.
29亚伯兰 、 拿鹤 各娶了妻: 亚伯兰 的妻子名叫 撒莱 ; 拿鹤 的妻子名叫 密迦 ,是 哈兰 的女儿; 哈兰 是 密迦 和 亦迦 的父亲。
30Sarai was onvruchtbaar en had geen kinderen.
30撒莱 不生育,没有孩子。
31Tara nam zijn zoon Abram en zijn kleinzoon Lot, den zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, de vrouw van zijn zoon Abram, met zich mee, en voerde ze weg uit Oer der Chaldeën, om naar het land Kanaän te trekken. Maar eenmaal in Charan gekomen, bleven zij daar wonen.
31他拉 带着他儿子 亚伯兰 和他孙子 哈兰 的儿子 罗得 ,并他儿妇 亚伯兰 的妻子 撒莱 ,出了 迦勒底 的 吾珥 ,要往 迦南 地去;他们走到 哈兰 ,就住在那里。
32Tara werd tweehonderd vijf jaar oud, en stierf in Charan.
32他拉 共活了二百零五岁,就死在 哈兰 。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.