Genesis
Chapter 32
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen ook Jakob op weg was gegaan, traden hem Gods engelen tegemoet.
1雅各 仍旧行路, 神的使者遇见他。
2Bij hun aanblik riep Jakob uit: Dit is het leger van God! En hij noemde die plaats Machanáim.
2雅各 看见他们就说:「这是 神的军兵」,于是给那地方起名叫 玛哈念 。
3Nu zond Jakob boden voor zich uit naar zijn broer Esau in het land Seïr, dat in het gebied van Edom ligt.
3雅各 打发人先往 西珥 地去,就是 以东 地,见他哥哥 以扫 ,
4Hij beval hen: Aldus moet ge spreken tot Esau, mijn heer! Zo spreekt uw dienaar Jakob: “Ik heb bij Laban gewoond, en daar tot nu toe vertoefd.
4吩咐他们说:「你们对我主 以扫 说:『你的仆人 雅各 这样说:我在 拉班 那里寄居,直到如今。
5Ik bezit runderen, ezels en schapen, slaven en slavinnen. Ik bericht dit aan mijn heer, om genade in uw ogen te vinden”.
5我有牛、驴、羊群、仆婢,现在打发人来报告我主,为要在你眼前蒙恩。』」
6Maar de boden keerden tot Jakob terug met de tijding: Wij zijn uw broer Esau al tegen gekomen; hij trok u al met vierhonderd man tegemoet.
6所打发的人回到 雅各 那里,说:「我们到了你哥哥 以扫 那里,他带着四百人,正迎着你来。」
7Toen raakte Jakob in hevige angst en benauwdheid. Hij verdeelde het volk, dat hem vergezelde, met de schapen, runderen en kamelen in twee groepen.
7雅各 就甚惧怕,而且愁烦,便把那与他同在的人口和羊群、牛群、骆驼分做两队,
8Want hij dacht: Als Esau de ene groep overvalt en verslaat, dan zal ten minste de andere ontkomen.
8说:「 以扫 若来击杀这一队,剩下的那一队还可以逃避。」
9En Jakob sprak: O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaäk, Jahweh, die tot mij hebt gezegd: “Keer terug naar uw land en uw familie, en Ik zal u weldaden bewijzen!”
9雅各 说:「耶和华—我祖 亚伯拉罕 的 神,我父亲 以撒 的 神啊,你曾对我说:『回你本地本族去,我要厚待你。』
10Ik ben alle weldaden en goedheid niet waardig, die Gij uw dienaar hebt willen bewijzen; want alleen met mijn stok trok ik over deze Jordaan, en nu bezit ik twee legerscharen.
10你向仆人所施的一切慈爱和诚实,我一点也不配得;我先前只拿着我的杖过这 约旦河 ,如今我却成了两队了。
11Ach, red mij toch uit de hand van mijn broer, uit Esau’s hand; want ik ben bang, dat hij komt, om mij met moeder en kinderen te doden.
11求你救我脱离我哥哥 以扫 的手;因为我怕他来杀我,连妻子带儿女一同杀了。
12Gij hebt mij toch beloofd: “Ik zal u overvloedige gunsten bewijzen, en uw nageslacht maken als het zand aan de zee, dat niemand vanwege de massa kan tellen”.
12你曾说:『我必定厚待你,使你的后裔如同海边的沙,多得不可胜数。』」
13Terwijl hij daar die nacht nog verbleef, nam hij uit wat hij bezat een geschenk voor zijn broer Esau:
13当夜, 雅各 在那里住宿,就从他所有的物中拿礼物要送给他哥哥 以扫 :
14twee honderd geiten en twintig bokken, twee honderd schapen en twintig rammen,
14母山羊二百只,公山羊二十只,母绵羊二百只,公绵羊二十只,
15dertig zogende kamelen met haar jongen, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien ezelsveulens.
15奶崽子的骆驼三十只—各带着崽子,母牛四十只,公牛十只,母驴二十匹,驴驹十匹;
16Elke kudde afzonderlijk vertrouwde hij aan een zijner slaven toe, en zeide hun: Trekt voor mij uit, en laat een afstand open tussen de verschillende kudden.
16每样各分一群,交在仆人手下,就对仆人说:「你们要在我前头过去,使群群相离,有空闲的地方」;
17En hij beval aan den eersten: Wanneer mijn broer Esau u ontmoet en u vraagt: “wien behoort ge toe, waar gaat ge heen, en van wien is dit alles, wat gij voor u uitdrijft?”
17又吩咐尽先走的说:「我哥哥 以扫 遇见你的时候,问你说:『你是哪家的人?要往哪里去?你前头这些是谁的?』
18dan moet ge antwoorden: “Het is van Jakob, uw dienaar; het is een geschenk, dat hij zendt aan Esau, mijn heer; zie, hij zelf komt achter ons aan.”
18你就说:『是你仆人 雅各 的,是送给我主 以扫 的礼物;他自己也在我们后边。』」
19Ook den tweeden, den derden en allen, die achter de kudde liepen, beval hij: Ge moet juist hetzelfde zeggen, als ge Esau ontmoet;
19又吩咐第二、第三,和一切赶群畜的人说:「你们遇见 以扫 的时候也要这样对他说;
20en ge voegt er ook nog aan toe: “Zie, uw dienaar Jakob komt achter ons aan”. Want hij dacht: ik wil hem eerst door het geschenk, dat mij vooruitgaat, verzoenen, en hem dan onder de ogen komen; misschien dat hij mij dan genadig behandelt.
20并且你们要说:『你仆人 雅各 在我们后边。』」因 雅各 心里说:「我借着在我前头去的礼物解他的恨,然后再见他的面,或者他容纳我。」
21Zo trok het geschenk voor hem uit, terwijl hij zelf die nacht in de legerplaats bleef.
21于是礼物先过去了;那夜, 雅各 在队中住宿。
22Maar nog in diezelfde nacht stond hij op, nam zijn twee vrouwen, zijn beide slavinnen en zijn elf zonen, en stak het wed van de Jabbok over.
22他夜间起来,带着两个妻子,两个使女,并十一个儿子,都过了 雅博 渡口,
23Hij nam ze mee, en zette ze over de stroom; ook heel zijn bezit bracht hij naar de overkant.
23先打发他们过河,又打发所有的都过去,
24Jakob zelf bleef alleen achter, en een man worstelde met hem tot het morgenrood rees.
24只剩下 雅各 一人。有一个人来和他摔跤,直到黎明。
25Toen deze zag, dat hij hem niet kon overwinnen, stiet hij hem tegen de bovenheup, zodat de heup van Jakob bij de worsteling werd ontwricht.
25那人见自己胜不过他,就将他的大腿窝摸了一把, 雅各 的大腿窝正在摔跤的时候就扭了。
26Nu sprak de man: Laat mij gaan, want het morgenrood rijst. Maar hij antwoordde: Ik laat u niet gaan, tenzij ge mij zegent.
26那人说:「天黎明了,容我去吧!」 雅各 说:「你不给我祝福,我就不容你去。」
27Hij sprak tot hem: Hoe is uw naam? Hij antwoordde: Jakob.
27那人说:「你名叫什么?」他说:「我名叫 雅各 。」
28Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald.
28那人说:「你的名不要再叫 雅各 ,要叫 以色列 ;因为你与 神与人较力,都得了胜。」
29Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam! Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam. Toen gaf hij hem daar zijn zegen.
29雅各 问他说:「请将你的名告诉我。」那人说:「何必问我的名?」于是在那里给 雅各 祝福。
30Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven!
30雅各 便给那地方起名叫 毗努伊勒 ,意思说:「我面对面见了 神,我的性命仍得保全。」
31De zon ging juist op, toen hij Penoeël voorbij was. Hij bleef echter mank aan zijn heup.
31日头刚出来的时候, 雅各 经过 毗努伊勒 ,他的大腿就瘸了。
32Daarom eten tot heden toe de zonen Israëls de heupspier niet, die aan de bovenheup ligt; want hij had Jakob tegen de bovenheup gestoten, tegen de spier van het heupgewricht.
32故此, 以色列 人不吃大腿窝的筋,直到今日,因为那人摸了 雅各 大腿窝的筋。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.