Genesis 46
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen vertrok Israël met al de zijnen, en ging naar Beër-Sjéba. Daar droeg hij een offer op aan den God van zijn vader Isaäk.
1以色列 带着一切所有的,起身来到 别是巴 ,就献祭给他父亲 以撒 的 神。
2En God sprak tot Israël in een nachtelijk visioen: Jakob, Jakob! Hij antwoordde: Hier ben ik!
2夜间, 神在异象中对 以色列 说:「 雅各 ! 雅各 !」他说:「我在这里。」
3En Hij zeide: Ik ben God, de God van uw vader! Vrees niet, naar Egypte te trekken; want Ik zal daar een groot volk van u maken.
3神说:「我是 神,就是你父亲的 神。你下 埃及 去不要害怕,因为我必使你在那里成为大族。
4Ik zelf ga met u mee naar Egypte; maar Ik breng u ook terug, en Josef zal u de ogen sluiten.
4我要和你同下 埃及 去,也必定带你上来; 约瑟 必给你送终。」
5Daarna trok Jakob uit Beër-Sjéba. De zonen van Israël zetten hun vader Jakob met hun kinderen en vrouwen op de wagens, die Farao gezonden had, om hen te vervoeren,
5雅各 就从 别是巴 起行。 以色列 的儿子们使他们的父亲 雅各 和他们的妻子、儿女都坐在法老为 雅各 送来的车上。
6en namen hun vee en hun bezittingen mee, die ze in het land Kanaän hadden verworven. Zo trok Jakob met heel zijn geslacht naar Egypte.
6他们又带着 迦南 地所得的牲畜、货财来到 埃及 。 雅各 和他的一切子孙都一同来了。
7Zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters, heel zijn geslacht voerde hij mee naar Egypte.
7雅各 把他的儿子、孙子、女儿、孙女,并他的子子孙孙,一同带到 埃及 。
8Dit zijn de namen van de zonen van Israël, die naar Egypte kwamen: Jakob en zijn zonen; de oudste zoon van Jakob was Ruben.
8来到 埃及 的 以色列 人名字记在下面。 雅各 和他的儿孙: 雅各 的长子是 吕便 。
9De zonen van Ruben waren Chanok, Palloe, Chesron en Karmi.
9吕便 的儿子是 哈诺 、 法路 、 希斯伦 、 迦米 。
10De zonen van Simeon: Jemoeël, Jamin, Ohad, Jakin, Sóchar en Sjaoel, de zoon van een kanaänietische vrouw.
10西缅 的儿子是 耶母利 、 雅悯 、 阿辖 、 雅斤 、 琐辖 ,还有 迦南 女子所生的 扫罗 。
11De zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
11利未 的儿子是 革顺 、 哥辖 、 米拉利 。
12De zonen van Juda: Er, Onan, Sjela, Fares en Zara. Er en Onan stierven in het land Kanaän. De zonen van Fares waren Esron en Chamoel.
12犹大 的儿子是 珥 、 俄南 、 示拉 、 法勒斯 、 谢拉 ;惟有 珥 与 俄南 死在 迦南 地。 法勒斯 的儿子是 希斯 、 哈母勒 。
13De zonen van Issakar: Tola, Poewwa, Job en Sjimron.
13以萨迦 的儿子是 陀拉 、 普瓦 、 约伯 、 伸 。
14De zonen van Zabulon: Séred, Elon en Jachleël.
14西布伦 的儿子是 西烈 、 以伦 、 雅利 。
15Dit waren de zonen van Lea, die zij Jakob in Paddan-Aram had geschonken; bovendien nog zijn dochter Dina. Allen tezamen drie en dertig zonen en dochters.
15这是 利亚 在 巴旦·亚兰 给 雅各 所生的儿子,还有女儿 底拿 。儿孙共有三十三人。
16De zonen van Gad waren: Sifjon, Chaggi, Sjoeni, Esbon, Eri, Arodi en Areli.
16迦得 的儿子是 洗非芸 、 哈基 、 书尼 、 以斯本 、 以利 、 亚罗底 、 亚列利 。
17De zonen van Aser: Jimna, Jisjwa, Jisjwi en Beria, en Sérach hun zuster. De zonen van Beria waren Chéber en Malkiël.
17亚设 的儿子是 音拿 、 亦施瓦 、 亦施韦 、 比利亚 ,还有他们的妹子 西拉 。 比利亚 的儿子是 希别 、 玛结 。
18Dit waren de zonen van Zilpa, die Laban aan zijn dochter Lea had gegeven; deze zestien had zij Jakob geschonken.
18这是 拉班 给他女儿 利亚 的婢女 悉帕 从 雅各 所生的儿孙,共有十六人。
19De zonen van Jakobs vrouw Rachel waren Josef en Benjamin.
19雅各 之妻 拉结 的儿子是 约瑟 和 便雅悯 。
20In Egypte werden Manasse en Efraïm aan Josef geboren uit Asenat, de dochter van Poti-Féra, den priester van On.
20约瑟 在 埃及 地生了 玛拿西 和 以法莲 ,就是 安 城的祭司 波提非拉 的女儿 亚西纳 给 约瑟 生的。
21De zonen van Benjamin waren Béla, Béker, Asjbel, Gera, Naäman, Echi, Rosj, Moeppim, Choeppim en Ard.
21便雅悯 的儿子是 比拉 、 比结 、 亚实别 、 基拉 、 乃幔 、 以希 、 罗实 、 母平 、 户平 、 亚勒 。
22Dit waren de zonen van Rachel, die zij Jakob had geschonken. In het geheel veertien personen.
22这是 拉结 给 雅各 所生的儿孙,共有十四人。
23De zoon van Dan was Choesjim.
23但 的儿子是 户伸 。
24De zonen van Neftali: Jachseël, Goeni, Jéser en Sjillem.
24拿弗他利 的儿子是 雅薛 、 沽尼 、 耶色 、 示冷 。
25Dit waren de zonen van Bilha, die Laban aan zijn dochter Rachel had gegeven. Dezen had zij Jakob geschonken; in het geheel zeven personen.
25这是 拉班 给他女儿 拉结 的婢女 辟拉 从 雅各 所生的儿孙,共有七人。
26Het volledig aantal personen uit Jakob geboren, die met hem naar Egypte trokken, bedroeg zes en zestig, behalve de vrouwen van zijn zonen.
26那与 雅各 同到 埃及 的,除了他儿妇之外,凡从他所生的,共有六十六人。
27De zonen van Josef in Egypte geboren waren twee in getal. Dus bedroeg het hele geslacht van Jakob, dat naar Egypte kwam, zeventig personen.
27还有 约瑟 在 埃及 所生的两个儿子。 雅各 家来到 埃及 的共有七十人。
28Nadat Jakob Juda vooruit had gezonden naar Josef, om hem bij zich in Gósjen te ontbieden, kwamen zij in het land Gósjen aan.
28雅各 打发 犹大 先去见 约瑟 ,请派人引路往 歌珊 去;于是他们来到 歌珊 地。
29En Josef spande zijn wagen in, en reed naar Gósjen, om zijn vader Israël te ontmoeten. Toen hij hem zag, viel hij hem snikkend om de hals.
29约瑟 套车往 歌珊 去,迎接他父亲 以色列 ,及至见了面,就伏在父亲的颈项上,哭了许久。
30En Israël sprak tot Josef: Thans kan ik gerust sterven, nu ik u heb teruggezien, en nu ik weet, dat ge nog leeft!
30以色列 对 约瑟 说:「我既得见你的面,知道你还在,就是死我也甘心。」
31Daarna sprak Josef tot zijn broers en tot het gezin van zijn vader: Ik zal Farao gaan berichten: “Mijn broeders en het gezin van mijn vader, die in het land Kanaän woonden, zijn bij mij aangekomen.
31约瑟 对他的弟兄和他父的全家说:「我要上去告诉法老,对他说:『我的弟兄和我父的全家从前在 迦南 地,现今都到我这里来了。
32De mannen willen hun kudde weiden; want het zijn veebezitters, en ze hebben hun schapen en runderen met heel hun bezit met zich meegebracht.”
32他们本是牧羊的人,以养牲畜为业;他们把羊群牛群和一切所有的都带来了。』
33Wanneer Farao u dus ontbiedt en u vraagt, wat uw beroep is,
33等法老召你们的时候,问你们说:『你们以何事为业?』
34moet ge antwoorden: “Uw dienaars zijn als onze vaders veebezitters geweest van onze jeugd af tot heden toe.” Dan zult gij u in het land Gósjen mogen vestigen; want de Egyptenaren hebben een afkeer van schaapherders.
34你们要说:『你的仆人,从幼年直到如今,都以养牲畜为业,连我们的祖宗也都以此为业。』这样,你们可以住在 歌珊 地,因为凡牧羊的都被 埃及 人所厌恶。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.