申命記 27
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1モーセとイスラエルの長老たちは民に命じて言った。「わたしが今日あなたに命じるすべての命令を守りなさい。
1Toen gaf Moses met de oudsten van Israël aan het volk het volgende bevel: Onderhoudt alle geboden, die ik u geef.
2ヨルダン川を渡って、あなたの神、主が与えられる地に入る日に、大きな石を立て、漆喰を塗れ。
2En wanneer gij de Jordaan zijt overgetrokken naar het land, dat Jahweh, uw God, u gaat geven, moet gij u grote stenen oprichten, ze met kalk bestrijken,
3あなたが渡ったとき、その上にこの律法のすべての言葉を書き記せ。それは、あなたの父祖の神、主があなたに約束されたとおり、あなたの神、主があなたに与えられる地、乳と蜜の流れる地にあなたが入るためである。
3en alle woorden van deze Wet daarop schrijven. En wanneer gij dus zijt overgetrokken, om in het land te komen, dat Jahweh, uw God, u gaat geven, een land dat druipt van melk en honing, zoals Jahweh, de God uwer vaderen beloofd heeft:
4ヨルダン川を渡ったとき、わたしが今日命じるとおり、エバル山にこれらの石を立て、漆喰を塗れ。
4wanneer gij dus aan de overkant van de Jordaan zijt gekomen, moet ge die stenen, waarvan Ik u spreek, met kalk bestrijken, en op de berg Ebal oprichten.
5そこで、あなたの神、主のために石の祭壇を築け。石に鉄の道具を用いてはならない。
5Dan moet gij daar voor Jahweh, uw God, een altaar bouwen. Het moet een altaar van stenen zijn, die ge niet met ijzer moogt bewerken;
6切り出していない石で、あなたの神、主の祭壇を築け。その上で、あなたの神、主に全焼のささげ物を献げよ。
6ge moet het altaar van Jahweh, uw God, van ongehouwen stenen bouwen. En nadat gij daarop een brandoffer voor Jahweh, uw God, hebt opgedragen,
7また、和解のいけにえをささげ、そこで食べなさい。あなたはあなたの神、主の前で喜び楽しみなさい。
7moet ge vredeoffers slachten, daar een maaltijd houden en vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God.
8石の上に、この律法のすべての言葉を明瞭に書き記せ。」
8Dan moet ge op die stenen alle woorden van deze Wet schrijven, duidelijk en klaar.
9モーセとレビ人の祭司たちは全イスラエルに語って言った。「静かにして、聞きなさい、イスラエルよ。今日、あなたはあなたの神、主の民となった。
9Nu spraken Moses en de levietische priesters tot heel Israël: Zwijg Israël, en luister! Heden zijt gij het volk van Jahweh, uw God, geworden.
10それゆえ、あなたの神、主の御声に聞き従い、わたしが今日あなたに命じる主の命令と掟を行え。」
10Luister dus naar de stem van Jahweh, uw God, en onderhoud zijn geboden en bepalingen, die ik u heden opleg.
11モーセは同じ日に民に命じて言った。
11Daarna gaf Moses op die eigen dag het volk het volgende bevel:
12「あなたがたがヨルダン川を渡ったとき、民を祝福するためにゲリジム山に立つ者は次のとおりである。シメオン、レビ、ユダ、イッサカル、ヨセフ、ベニヤミンである。
12Wanneer ge de Jordaan zijt overgetrokken, moeten Simeon, Levi, Juda, Issakar, Josef en Benjamin op de berg Gerizzim post vatten, om het volk te zegenen;
13また、呪いのためにエバル山に立つ者は次のとおりである。ルベン、ガド、アシェル、ゼブルン、ダン、ナフタリである。
13en Ruben, Gad, Aser, Zabulon, Dan en Neftali op de berg Ebal voor de vervloeking.
14レビ人は声を大にして、イスラエルのすべての者に宣言する。
14Dan moeten de levieten met luider stem aan alle mannen van Israël plechtig verkonden:
15『主にとって忌まわしいもの、職人の手の業である彫像や鋳造した偶像を造り、それをひそかに安置する者は呪われる。』すべての民は答えて、『アーメン』と言う。
15Vervloekt de man, die een gesneden of gegoten beeld, zo’n gruwel voor Jahweh, zo’n kunstenaarsmaaksel, vervaardigt, en het heimelijk opstelt. En heel het volk zal antwoorden en zeggen: Amen!
16『自分の父や母を軽んじる者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
16Vervloekt, die zijn vader en moeder veracht. En heel het volk zal zeggen: Amen!
17『隣人の境界標を移す者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
17Vervloekt, die de grens van zijn naaste verlegt. En heel het volk zal zeggen: Amen!
18『目の見えない者を道から迷わせる者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
18Vervloekt, die een blinde op een dwaalweg voert. En heel het volk zal zeggen: Amen!
19『寄留者、孤児、やもめの裁きを曲げる者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
19Vervloekt, die het recht van vreemdeling, wees en weduwe verkracht. En heel het volk zal zeggen: Amen!
20『父の妻と寝る者は呪われる。彼は父の寝床を辱めたからである。』すべての民は、『アーメン』と言う。
20Vervloekt, die gemeenschap houdt met de vrouw van zijn vader; want hij slaat het dek van zijn vader op. En heel het volk zal zeggen: Amen!
21『いかなる動物と寝る者も呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
21Vervloekt, die een beest misbruikt, welk dan ook. En heel het volk zal zeggen: Amen!
22『自分の姉妹、すなわち父の娘、または母の娘と寝る者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
22Vervloekt, die gemeenschap houdt met zijn zuster, de dochter van zijn vader, of die zijner moeder. En heel het volk zal zeggen: Amen!
23『自分のしゅうとめと寝る者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
23Vervloekt, die gemeenschap houdt met zijn schoonmoeder. En heel het volk zal zeggen: Amen!
24『ひそかに隣人を殺す者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
24Vervloekt, die zijn naaste in het geheim vermoordt. En heel het volk zal zeggen: Amen!
25『賄賂を受け取って罪のない人を殺す者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。
25Vervloekt, die een geschenk aanneemt, om onschuldig bloed te vergieten. En heel het volk zal zeggen: Amen!
26『この律法の言葉を行うことによってそれを堅く守らない者は呪われる。』すべての民は、『アーメン』と言う。」
26Vervloekt, die de woorden van deze Wet niet gestand doet, en ze niet volbrengt. En heel het volk zal zeggen: Amen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.