約伯記
Chapter 22
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1提幔 人 以利法 回答說:
1Weer nam Elifaz van Teman het woord, en sprak:
2人豈能使上帝有益呢? 智慧人但能有益於己。
2Handelt de mens soms ten bate van God? Neen, ten eigen bate is men wijs.
3你為人公義,豈叫全能者喜悅呢? 你行為完全,豈能使他得利呢?
3Heeft de Almachtige er voordeel van, als ge vroom zijt, Of profijt, zo ge onberispelijk leeft?
4豈是因你敬畏他 就責備你、審判你嗎?
4Bestraft Hij u soms om uw godsvrucht, Daagt Hij u daarom voor het gerecht?
5你的罪惡豈不是大嗎? 你的罪孽也沒有窮盡;
5Is het niet om uw grote boosheid, Om uw fouten, zonder eind?
6因你無故強取弟兄的物為當頭, 剝去貧寒人的衣服。
6Ja, zonder noodzaak neemt ge pand van uw broeders, En trekt de berooiden de kleren uit;
7困乏的人,你沒有給他水喝; 飢餓的人,你沒有給他食物。
7Den dorstige geeft ge geen water, Den hongerige onthoudt ge zijn brood.
8有能力的人就得地土; 尊貴的人也住在其中。
8Den man met de vuist moet het land toebehoren, En de gunsteling moet het bewonen;
9你打發寡婦空手回去, 折斷孤兒的膀臂。
9Maar de weduwen zendt ge zonder iets heen, De armen der wezen slaat ge stuk!
10因此,有網羅環繞你, 有恐懼忽然使你驚惶;
10En daarom zijt ge van strikken omringd, Plotseling verbijsterd van schrik;
11或有黑暗蒙蔽你, 並有洪水淹沒你。
11Is uw licht verduisterd, zodat ge niet ziet, Slaat de stortvloed over u heen!
12上帝豈不是在高天嗎? 你看星宿何其高呢!
12Woont God niet hoog in de hemel? Zie eens, hoe hoog de sterren staan!
13你說:上帝知道甚麼? 他豈能看透幽暗施行審判呢?
13Maar gij besluit er uit: Wat kan God weten, Of richten door de wolken heen?
14密雲將他遮蓋,使他不能看見; 他周遊穹蒼。
14Het zwerk is een sluier voor Hem, zodat Hij niet ziet, Hij wandelt rond op het hemelgewelf.
15你要依從上古的道嗎? 這道是惡人所行的。
15Wilt ge de weg van vroeger bewandelen Die de boosdoeners hebben betreden:
16他們未到死期,忽然除滅; 根基毀壞,好像被江河沖去。
16Die vóór hun tijd zijn weggesleurd, Toen de vloed hun grondvesten wegspoelde?
17他們向上帝說:離開我們吧! 又 說 :全能者能把我們怎麼樣呢?
17Die tot God durfden zeggen: Weg van ons! Wat kan de Almachtige ons doen?
18哪知上帝以美物充滿他們的房屋; 但惡人所謀定的離我好遠。
18Hij had hun huizen met voorspoed gevuld, En Zich niet met de plannen der bozen bemoeid.
19義人看見他們的 結局 就歡喜; 無辜的人嗤笑他們,
19De vromen zien het met vreugde, De onschuldige drijft de spot met hen:
20說:那起來攻擊我們的果然被剪除, 其餘的都被火燒滅。
20“Waarachtig, hun have vernield, Hun overvloed door het vuur verteerd!”
21你要認識上帝,就得平安; 福氣也必臨到你。
21Verzoen u met Hem, dan leeft ge in vrede, Dan wordt uw rijkdom weer groot;
22你當領受他口中的教訓, 將他的言語存在心裏。
22Neem de onderrichting aan uit zijn mond, En bewaar zijn woord in uw hart.
23你若歸向全能者,從你帳棚中遠除不義, 就必得建立。
23Wanneer ge vol ootmoed u tot den Almachtige bekeert, De ongerechtigheid uit uw tent verwijdert:
24要將 你的 珍寶丟在塵土裏, 將 俄斐 的 黃金 丟在溪河石頭之間;
24Dan zult ge het goud als stof gaan schatten, Het Ofirgoud als kiezel der beken.
25全能者就必為你的珍寶, 作你的寶銀。
25Want de Almachtige zal het fijnste goud voor u zijn, En stapels van zilver;
26你就要以全能者為喜樂, 向上帝仰起臉來。
26Dan zult ge u in den Almachtige verlustigen, En uw aanschijn verheffen tot God.
27你要禱告他,他就聽你; 你也要還你的願。
27Dan zult ge Hem roepen: Hij zal u verhoren, En ge zult Hem dankoffers brengen;
28你定意要做何事,必然給你成就; 亮光也必照耀你的路。
28Onderneemt ge iets, het komt tot stand, En het licht zal uw wegen bestralen!
29人使 你 降卑,你仍可說: 必得 高升; 謙卑的人,上帝必然拯救。
29Want Hij vernedert de trots, Maar redt, wie de ogen neerslaat;
30人非無辜,上帝且要搭救他; 他因你手中清潔,必蒙拯救。
30Hij verlost den onschuldige: Door de reinheid uwer handen wordt ook gij dus verlost!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.