Езекиїла
Chapter 17
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Езекиїла 17

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І надійшло до мене слово Господнє:
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2Сину чоловічий! загадай загадку та скажи приклад домові Ізрайлевому.
2Mensenkind, geef aan het huis van Israël een raadsel op, draag het een gelijkenis voor
3А промов: Так говорить Господь Бог: Величезний орел з великими крильми й довгенезними махалами, з повним пестрим піррєм злетїв на Ливан-гору та й зняв із кедра вершок.
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! De grote arend met brede vleugels En lange wieken, Dik in de veren en bontgekleurd, Vloog naar de Libanon. Hij knakte de kruin van de ceder,
4Відрізав один ізміж його зразків та й перенїс у крамарську землю, й всадив його там у купецькому містї;
4De top van zijn takken brak hij af; Hij bracht dat naar een handelsland, En zette het in een koopmansstad.
5Так само взяв насїння з тієї землї та й посадив у землю плодющу; над великою водою посадив його, наче ивину.
5Toen nam hij een spruit van het land, En plantte die op een zaaiveld, Zette hem op een waterrijke plek, Plaatste hem aan de oever:
6І виросло воно та й зробилось виноградиною, широкою, низького росту, похилою ʼд землї, так що віттє її повилось ізнов по їй, а коріннє зоставалось під нею; та й як зробилось воно виноградиною, так пустило паростки й розкинулось віттєм.
6Om uit te lopen en een wijnstok te worden Met brede kroon, met korte stam; Zijn ranken moesten naar hem zijn gekeerd, Zijn wortels onder hèm blijven.
7Був же ще другий орел з величезними крильми й розкішним піррєм, і ось, та виноградина погнала коріннє своє до його й простягнула до його віттє своє, щоб він підливав її із борозд грядок своїх,
7Maar er was nog een andere grote arend, Met brede vleugels, dik in de veren; En zie, die wijnstok strekte zijn wortels naar hem uit, En boog zijn ranken naar hem toe, Opdat hij hem bevochtigen zou, Meer dan het bed, waarop hij geplant was.
8Хоч вона посаджена була на доброму полі, над великою водою, так що могла й без того розпускати віттє й приносити плід і зробитись виноградиною роскішною.
8Toch was hij geplant op goede grond, aan rijkelijk water, Om loten te schieten, vruchten te dragen, Een pracht van een wijnstok te worden.
9Тим же то скажи: Так говорить Господь Бог: Чи з сього буде користь? Чи не повиривають її коріння, чи не позривають її плоду, так що її пагонцї посохнуть? Так, все молоде віттє її, що відросло в неї, посохне. Та ще й не з великою силою й не з многими людьми вирвуть її з коріннєм.
9Zeg, zal hij gedijen, zo spreekt Jahweh, de Heer; Zullen zijn wortels niet uitgerukt worden, Zijn vruchten niet worden afgesneden, Zodat zijn frisse loof geheel verdort?
10І ось, хоч її посаджено, та чи буде з того користь? чи не всохне вона, скоро тілько подує на неї східний вітер? ой певно, всохне на тій самій грядцї, де вона виросла.
10Nog staat hij geplant, maar zal hij gedijen? Als een Oostenwind hem verzengt, Zal hij dan niet geheel verdorren Op het bed, waarop hij geplant is?
11І надійшло до мене Господнє слово:
11Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
12Скажи сьому ворохобному дому: Чи не догадуєтесь, що воно значить? — Скажи: ось, ійде царь Вавилонський на Ерусалим, і возьме його царя й князїв його та й одведе їх до себе в Вавилон.
12Vraag eens aan het onhandelbare ras: Begrijpt ge niet, wat dat betekent? Verklaar dan: Zie, de koning van Babel is naar Jerusalem gekomen: zijn koning en groten heeft hij weggevoerd, en ze met zich meegenomen naar Babel.
13І возьме другого з царського роду та й зложить із ним умову, і звяже його клятьбою й забере можних у тій країнї з собою,
13Toen koos hij iemand van koninklijk geslacht, sloot met hem een verbond, en verplichtte hem onder ede. De voornaamsten van het land nam hij mee,
14Щоб царство було принизене, та й не пійшло вже вгору знов; щоб воно додержувало вмову й стояло в нїй твердо.
14opdat het een onbeduidend koninkrijk zou zijn, niet in staat zich te verheffen, maar dat zijn verbond zou naleven en het gestand doen.
15Той же зрадив його, пославши посли в Египет, щоб дано йому коней й багацько війська. Чи вийде йому се на добро? Чи вибавить себе той, що таке вдїяв?
15Maar hij kwam tegen hem in opstand door gezanten naar Egypte te zenden, om hem paarden te geven en veel troepen. Zal hij slagen? Zal iemand, die zo doet, ontkomen; die het verbond heeft verbroken, ontsnappen?
16Так певно, як я живу, говорить Господь Бог, у столицї того царя, що настановив його царем, а котрому він криво присягав, і поламав свою з ним умову, в него в Вавилонї він умре.
16Zo waar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer: in de woonplaats van den koning, die hem op de troon verhief, maar wiens eed hij schond en wiens verbond hij brak: midden in Babel zal hij sterven.
17Фараон же нїчого не вдїє проти великої потуги й многолїчного люду в тій війнї, як насиплють вал і побудують башти, щоб вигубити многі душі.
17Neen, Farao zal hem niet met een grote krijgsmacht en een talrijk leger in de strijd ondersteunen, als hij een wal heeft aangelegd, verschansingen heeft gebouwd, en vele mensenlevens opoffert.
18Він змаловажив клятьбу, поламав умову, й дав свою руку другому; вчинивши все те, він не спасе себе.
18Hij is meinedig geworden door het verbond te breken. Zie, hij heeft zijn hand erop gegeven, en toch doet hij dit alles! Néén, hij zal niet ontkomen!
19Тим же то ось так говорить Господь Бог: Так певно, як я живу, присягу мою, що він змаловажив, і вмову в імя моє, що він поламав, оберну на його голову.
19Daarom, zegt Jahweh, de Heer: Zo waar ik leef, de bij Mij gezworen eed die hij schond, en het voor Mij gesloten verbond dat hij brak, zal Ik op zijn hoofd doen neerkomen.
20І закину на його невід мій, і вловиться він у сїть мою, та й одведу його в Вавилон, і буду там судитись із ним за його віроломність проти мене.
20Mijn jachtnet werp Ik over hem heen, en in mijn strik wordt hij gevangen; Ik zal hem naar Babel brengen en daar vonnissen voor de trouwbreuk, waardoor hij zich aan Mij heeft vergrepen.
21А всї втїкачі з усїх полків його поляжуть од меча; которі ж зостануться, тих порозвіваю на всї вітри, щоб ви зрозуміли, що се я, — Господь, сказав те.
21Al zijn keurtroepen in al zijn legers zullen vallen door het zwaard; en die ontsnappen, zullen naar alle windstreken worden verstrooid. Zo zult ge erkennen, dat Ik, Jahweh, gesproken heb.
22Так говорить Господь Бог: Я возьму із верховіття високого кедра та й посаджу, — з найвисших його паростків відотну нїжний пагончик та й посаджу на високій і величній горі.
22Dit zegt Jahweh, de Heer: Van de top des ceders zal Ik zelf een takje plukken, Van de spits zijner takken een tenger twijgje breken. Op een hoge en verheven berg zal Ik het planten,
23На вершку гори Ізрайлевої посаджу його; й пустить він віттє, і вродить овощі, й виросте він у величного кедра, й жити ме в тїнї його всяке птаство.
23Op Israëls hoogste toppen zal Ik het zetten; Het zal loten schieten, vrucht vormen, En groeien tot een geweldige ceder. Daaronder zullen alle vogels rusten, Al wat vleugels heeft, zal in de schaduw van zijn takken nestelen.
24І всї польові дерева побачать, що я, Господь, високі дерева понижую, а низьке дерево підвисшую; зелене дерево висушую, а сухе дерево чиню цьвітучим. Я, Господь, сказав так, і так учиню.
24En alle bomen van het veld zullen erkennen, Dat Ik, Jahweh, een hoge boom vernederd, Een lage boom verheven heb; Een frisse boom verdroogd, Een dorre boom tot bloei heb gebracht. Ik, Jahweh, heb gesproken, en zal het doen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.